Nieuwsbrief 52

Nieuwsbrief 53
als pdf

Nieuwsbrief 54

Register van
de Nieuwsbrief

Startpagina van
de Nieuwsbrief

Startpagina van
de Apriana

Nieuwsbrief nr. 53
ISSN 1386-6451
juli 2019 - 26e jaargang nr. 2



Hoofdredactie: Roger Schenk en John Beringen; medewerkers: Hans en Ton Kleppe,
allen buitengewoon honorair leden van het Bob Evers Genootschap.
redactieadres: Mauritsweg 62 , 3314 JH DORDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieRoger Schenk & John Beringen
Oei, daar klinkt het O-woordPeter de Zwaan
Recensie van deel 62: Hommeles met Hotze en herrie met HeleenSchout-bij-kunstlicht Spook
Recensie van deel 63: Frappante fratsen in FryslânSchout-bij-kunstlicht Spook
Recensie van de tweede Bob Evers Verhalenbundel:
Duo’s? Trio’s? Gaat De Zwaan Van der Heide nou ook op dat gebied achterna?
Schout-bij-kunstlicht Spook
Bobs Bronnen (6) : Henri „Hakkie” HoldertRoger Schenk en „onze speciale verslaggever”
Gastcolumn: Fantasie ...Frank Engelen
Simmetje en het geheim van het ToevalRoger Schenk
Gewraakte onschuldWilly H.
Enkele foto’s uit HilversumRoger Schenk
De Nieuwe GIL 3Roger Schenk




Nieuws van de redactie
Roger Schenk & John Beringen

De delen 62, 63 en alweer een Bob Evers-verhalenbundel zijn verschenen!


Voorzijde van „De gouden greep van tante Ginny”,
door Lia Krijnen

Voorzijde van „Deining rond een drafbaan”,
door Lia Krijnen


Grafstenen spreken niet altijd de (gehele) waarheid.

Op begraafplaats Rusthof in Leusden ligt Anneliese Jülkenbeck, van 1952 tot 1956 Willems tweede echtgenote. Na ontbinding van haar huwelijk met Willem is zij nog tot diens dood in 1981 getrouwd geweest met André Meurs, liedjesschrijver („Wie heeft de sleutel van de jukebox gezien?”, „Het Vlooiencircus”, „Reisje langs de Rijn”, enz., enz..), artiest en hoofd amusement van de TROS. De foto links is van Annelies(e)’s grafsteen, maar ook het bewijs dat grafstenen niet altijd de hele waarheid vermelden: zij is niet geboren in 1929, maar een jaar eerder…








Bob Evers leeft nog steeds!

Op 14 februari 2019 werd in de quiz Per seconde wijzer voor de tweede keer de naam Bob Evers genoemd: in een nieuwe vraag over de schrijvers van negen kinderboekenseries mocht onze held natuurlijk niet ontbreken, ditmaal in de categorie kunst: terecht natuurlijk, Bob is kunst!
De kandidate had behalve Arendsoog niets van deze mooie lijst gelezen, maar presentator Erik Dijkstra wel: hij wist zelfs te melden dat Bob Evers steevast vergezeld wordt door Arie Roos en Jan Prins. Alleen begrijpt de redactie van deze Nieuwsbrief niet, waarom hij Bob Evers „van vóór zijn tijd” noemde: zoals elders in deze Nieuwsbrief uitvoerig wordt uitgelegd, verschijnen er tot op de dag van vandaag toch nog steeds nieuwe Bob Evers-boeken? Kortom: Bob Evers kan onmogelijk „van vóór iemands tijd” zijn! Maar dat kan in elk geval wél verklaren waarom Dijkstra in zijn vraag de naam Willy van der Heide noemde en niet
Peter de Zwaan
Op 9 maart kwam Bob Evers voor een tweede keer in korte tijd even in het landelijke nieuws, toen Kees van Kooten in de zaterdagbijlage van het Algemeen Dagblad (en regionale edities) onder het kopje „Schrijver leest” op de vraag welk boek hij in zijn jeugd had verslonden, antwoordde: „Kabaal om een varkensleren koffer” van Willy van der Heide. Kees ging daar nog dieper op in: „Ik vond de boeken uit de Bob Evers-serie met de allitererende titels zeer begeerlijk. Prachtige in linnen gebonden uitgaven waren het. Ik heb ze allemaal nog. Soms met een fijn geschreven opdracht van mijn grootmoeder voorin: ‘Aan mijn kleinzoon Kees bij zijn verjaardag’. Anders dan Pietje Bell, die ik te braaf vond, beleefde Bob Evers échte avonturen: hij trok met Arie Roos en Jan Prins gekleed zwemmend de grens over.”
Hartstikke leuk natuurlijk, om deze lovende woorden van 50% van het voormalige Simplisties Verbond te lezen; nóg leuker vonden wij het feit dat de goede man alle delen nog in zijn bezit heeft. Maar Kees van Kooten heeft de redactie toch wel met een prangend probleem opgezadeld: zij zit al sinds die negende maart met de handen in het … nou ja … laten we zeggen, op de plek waar vroeger haar groeide, zich krampachtig afvragend in welk deel Jan, Bob en Arie gekleed en wel zwemmend een grens zijn overgestoken.


Een der laatste getrouwen echter niet meer …

Net voor het ter virtueler perse gaan van deze Nieuwsbrief werd bekend dat Ruud Jacobs op 18 juli op 81-jarige leeftijd is overleden. Ruud was contrabassist van het Trio Pim Jacobs en komt – zonder bij name genoemd te worden – voor in „Stampij om een schuiftrompet”: „Op naar de kleedkamer!” riep Schilperoort, en de ganse troep zette zich marcherend in beweging, tot een dichte drom samengepakt, tot stomme verbazing van Rita Reys en het trio Jacobs, die nog nooit hadden meegemaakt, dat een jazz-orkest opeengepakt als een knoedel en in marstred, op weg ging naar een kleedkamer. Buma liep met zijn kostbare trombone in het centrum.
Het lijstje van werkelijk bestaande en nog levende personen uit de eerste 36 delen wordt steeds korter: Chris Barber, de (veertiende) Dalai Lama, Jerry Fuller, Bobbie Gentry, Roefie Hueting, Gladys Knight, Gina Lollobrigida, Sophia Loren, Loretta Lynn, Kim Novak en Dolly Parton leven nog. Wat opvalt, is dat van dit elftal der sterken er maar liefst acht werkzaam zijn of waren in de muziek, blijkbaar een zeer gezond beroep!
Ook de twee maanden geleden overleden Doris Day was zangeres en al behoorlijk op leeftijd, hetgeen de stelling van ‘gezond beroep’ alleen maar onderschrijft.

Dit is alweer (bijna) het einde van de nieuwsrubriek, want er is ditmaal im Westen nicht viel Neues omtrent Bob Evers. In deze Nieuwsbrief treffen jullie natuurlijk wel drie recensies van onze vriend Spook van evenzovele nieuwe Bob Evers-delen; is Spook nou een pseudoniem of niet? ’s Mans e-mail-adres begint in ieder geval met „h.spook”, maar dat zegt natuurlijk nog niets. Van minder twijfelachtige afkomst zijn de traditionele column van Peter de Zwaan en de zesde resp. vijftiende aflevering van de inmiddels niet meer weg te denken rubrieken „Bobs Bronnen” en „Enkele foto’s uit …” en alweer aflevering drie van De Nieuwe GIL. De gastcolumn is ditmaal van niemand minder dan Frank Engelen, Willem zelf laat ook weer eens van zich horen en hoofdredacteur Roger Schenk blijkt meer dan Willem zelf te geloven in het fenomeen toeval, waarvan hij ons uitgebreid verslag doet.
Ja, die naam Roger Schenk komt hoe langer hoe veelvuldiger voor als schrijver of samensteller van artikelen en berichten in de Nieuwsbrief. De Nieuwsbrief dreigt daarmee zo’n beetje een eenmansbedrijfje te worden, hetgeen om meer dan een reden onwenselijk is: Roger heeft niet zo’n dikke duim als Arie Roos en niet zo’n ongebreidelde fantasie als Willem Dabbeljoe Dabbeljoe en voor we het weten, komt er een einde aan zijn inspiratie én deze of gene zal de Nieuwsbrief wellicht ietwat eenzijdig en saai vinden.
Daarom dagen wij diezelfde deze en diezelfde gene uit om zelf ook eens iets te schrijven! Jullie schrijven alleen of tezamen hele en halve boekdelen vol op de Bob Evers-mailinglijst en op facebook, dus jullie kunnen het heus wel! Stuur ook eens wat kopij naar nieuwsbrief@apriana.nl, opdat jullie namen ietwat onsterfelijker blijven voortlezen dan in de toch tamelijk vluchtige werelden van mailinglijsten en (a)sociale media!





Oei, daar klinkt het O-woord
Peter de Zwaan

Het was weer feest, begin april, en het werd opnieuw gevolgd door toenemende ongerustheid en boosheid. We hadden meer dan 300 enveloppen gevuld, geadresseerd en dichtgeplakt toen Lia (jullie weten wel, hart en ziel van uitgeverij Zwarte Zwaan, ik doe alleen het schrijfwerk maar) zei: ‘Dit verhalenboek is fout, de laatste twee katernen zitten op de kop.’
Twee dagen hebben we volle postzakken omgekeerd, enveloppen opengescheurd, boeken gecontroleerd, nieuwe ingepakt en daarna de nog gesloten dozen geopend en elk boek bekeken; ongeveer 200 deugden niet.
Het haalde de vreugde van het schrijven en uitgeven van boeken er wel af. Zeker nadat we in voorgaande jaren een paar dingetjes hadden meegemaakt zoals, om er een paar te noemen, verwisselde boekdelen, kreukelige omslagen en een oplage die niet klopte met de bestelling. Dit soort ellende zet een mens aan het denken en dat heeft geleid tot twee conclusies.
1. Zoek een andere drukker.
Dat is minder eenvoudig dan het lijkt. Er zijn niet veel onafhankelijke drukkers die iets anders doen dan alleen printen en wij willen voor de eerste druk offset omdat wij dat net iets beter vinden dan print.
2. Ophouden.
Oei, het O-woord, het gekrakeel kan beginnen.
Ooit heb ik gezegd: ‘Jongens, waar ik niet aan mag denken, is dat ik op 82-jarige leeftijd bezig ben aan deel 82 over drie jongens die het vertikken ouder te worden.’
Deel 82 haal ik echt niet, maar er zijn liefhebbers die zich nu al druk maken over de vraag wie straks de meeste delen heeft geschreven: Willy of ik. Het wordt vast een hele discussie, met die halve boeken (delen 33 en 36) en de vraag of de verhalenboeken wel of niet tellen.
Voorlopig is er geen directe reden tot zorg, ik zeg het maar meteen. Als we een goede en niet veel duurdere drukker vinden, gaan we door. Ik zeg: niet veel duurder, want we willen de prijs op 14,99 houden en die prijs staat door allerlei verhogingen al zo onder druk dat collega-uitgevers me uitlachen en ronduit zeggen: ‘Jij bent hartstikke gek.’
Dat klopt vast: ik ben gek, ik schrijf elke dag en de delen 64, „Bliksemacties bij de Buurserbeek”, en 65, „Een opdracht van inspecteur Onge”, zijn bijna klaar.
Een verhalenboek zit er volgend jaar niet in, simpelweg omdat ik bezig ben aan een boek dat de omvang van een BE-deel krijgt en dat een raamverhaal moet gaan bevatten, waarbinnen zich gebeurtenissen afspelen die voor Jan, Bob en Arie niet heel goed aflopen. De zeer tijdelijke titel die me te binnen schoot, is „Het Grote Bob Evers Blooper Boek” met als variant „Het Groot Bob Evers Blunder Boek”. Geen idee of een van die titels het gaat halen. Ik heb er de tijd voor, want het boek staat op de planning voor 2021, samen met deel 66 van de serie.
Of het daarbij blijft, hangt van een aantal dingen af: jullie enthousiasme, de uitermate grote medewerking van Roger Schenk, de gezondheid van Lia en mij en een drukker die nou es boeken levert waar we niet dagenlang chagrijnig van zijn.
Een kleintje tot slot voor iedereen die pittige commentaren levert op Facebook over van alles en nog wat. Het eerste deel verscheen in 1949. Jan en Arie waren nog niet van de hbs - waar Bob schoolging, is niet duidelijk. BE-kenners mogen zich over de exacte leeftijd buigen, ik maak er voor het gemak 15 jaar van. Dit betekent dat de jongens nu 85-jarige postpuberale schoolverlaters zijn en dat hun avonturen worden gelezen en van kanttekeningen worden voorzien door levenservaringsdeskundigen die, neem ik aan, die leeftijd ooit hopen te bereiken.





Recensie van deel 62: Hommeles met Hotze en Herrie met Helena
Schout-bij kunstlicht Spook

Is het u ook al eens opgevallen dat de middelste delen van trilogieën vaak alleen maar als „overgangsdeel” tussen begin en einde van een avontuur vormen? In het zojuist verschenen middelste deel van de Tante Ginny-trilogie gebeurt echter van alles en nog wat, dus zeker geen deel om snel door te werken.
We vinden Jan, Bob, Arie en hun nieuwe bondgenoot Hotze Benjamins terug in het hol van laatstgenoemde, waar zij zich sinds het einde van „Het preppaleis van de Holenman” in bevonden. Hotze’s rare fratsen, zoals het opzichtig met een piano op een bakfiets door half Noord-Nederland rijden, hebben de ongezonde belangstelling gewekt van alles en iedereen die de onsympathieke matchfixer Freek Oltmans een warm hart toedraagt; hun aanwezigheid op en om het anders zo rustige Hijkerveld zorgt vervolgens weer voor schermutselingen met vogelaars, koddebeiers, boswachters en andere localo’s. Benjamins, die erg op zijn rust is gesteld, ziet al die troepenbewegingen rond zijn preppaleis met lede ogen aan; maar niets menselijks is mensen met de voornaam Hotze vreemd: liever dan de schuld bij zichzelf te zoeken, geeft hij er de voorkeur aan om Jan, Bob en Arie verantwoordelijk te houden voor deze toeloop. Het hoeft geen nader betoog dat dit de in „Het preppaleis van de Holenman” zo veelbelovend begonnen samenwerking niet bepaald ten goede komt. Sterker nog, Jan en Arie zijn diep in hun harten dolblij wanneer Hotze hen afzet in een zomerhuisje naast een bokkenstal en zij dit humeurige heerschap nooit meer hoeven te zien.
Bob is dan al op weg naar Hilversum, in de hoop dat hij Helena ten Holt enige informatie kan ontlokken over de standplaats van de door Bob gehuurde, maar door haar gestolen P.C. Hoofttractor. In Hilversum wacht hem een aantal verrassingen: de eerste daarvan is het feit dat het naamplaatje van het appartement waarop een dag eerder nog de naam Helena ten Holt prijkte, nu de naam M. Soet bevat. Daarmee zijn de verrassingen nog niet gedaan, want in het hem bekende appartement blijkt een Tilly Soet te wonen, die toegeeft dat ze Heleen ten Holt vaag kent, maar al maanden niet meer heeft gesproken. De volgende ochtend overhandigt Tilly Soet een autosleutel aan een man, die even later langs de stomverbaasde Bob rijdt in diens huur-Defender. Bob rijdt de hem onbekende man achterna, maar raakt hem kwijt, waarna hij terugkeert naar Hilversum en daar alweer een andere naam ontwaart op het naambordje van het appartement.
Hier zou het spoor hopeloos dood zijn gelopen, maar nu komt tante Ginny, die oude bekende van Jan en Arie uit „Een overval in de lucht” ten tonele. Arie bezoekt haar in Aerdenhout en neemt haar vervolgens mee naar een restaurant op de grens van Drenthe en Friesland waar tante Ginny Helena ten Holt en Freek Oltmans ooit heeft gesignaleerd. Dat restaurant is kort tevoren kort en klein geslagen door de mannen van Oltmans; de reden waarom ze dat hebben gedaan, is vooralsnog onduidelijk. Wel duidelijk is het dat tante Ginny de eigenaar van dat restaurant zo lang aan de praat houdt (de „gouden greep” uit de titel) tot een tweetal handlangers van Oltmans ten tonele verschijnt. Door deze twee te achtervolgen komt ons drietal (samen met tante Ginny) terecht in een boerderij met paardenstallen. In een van die paardenstallen wordt Helena ten Holt gegijzeld gehouden. Na een kostelijk en lang verwacht intermezzo – Arie raakt in een poging te ontsnappen klem in een raamopening – weten de jongens Helena te bevrijden. Deze toont zich echter bijzonder ondankbaar, zodat wij na twee delen uit deze trilogie nog steeds met de vraag blijven zitten: „Aan welke kant staat deze Helena nou eigenlijk?” Wat dat betreft, dringt de vergelijking met haar naamgenote uit Troje zich op: ook van haar weten de geleerden tot op de dag van vandaag nog steeds niet aan welke kant zij stond. Al wordt die Helena door Homerus volgens mij wel als een stuk aantrekkelijker omschreven dan de Helena uit de Tante Ginny-trilogie. We moeten dat bij gelegenheid maar eens aan hoofdredacteur Roger Schenk vragen; die beweert namelijk boud dat hij zowel verstand heeft van Griekse gedichten als van mooie vrouwen. (Geen commentaar, Red.). Voorlopig dus geen antwoord op deze vraag, maar in het laatste deel van de trilogie hopelijk wél eentje op de vraag aan welke kant dat Helena ten Holt nou eigenlijk staat.
Peter de Zwaan, „De gouden greep van tante Ginny”, Uitgeverij Zwarte Zwaan, 2019. ISBN: 9789082661255.





Recensie van deel 63: Frappante fratsen in Fryslân
Schout-bij-kunstlicht Spook

Gelukkig hoeven we niet al te lang bij deze cliffhanger stil te staan. Wat is het toch heerlijk dat de schepper van de moderne avonturen van Jan, Bob en Arie tegenwoordig een tempo aanhoudt van twee à drie delen per jaar, zodat wij meteen door kunnen lezen!
Het verhaal begint op een oeroude locatie, bij de fans al bekend sinds 1954: Jan, Bob en Arie logeren in Grand Hotel Gooiland in Hilversum, een hotel dat sinds „Klopjacht op een kapitein” zo’n mooi rood-geel bordje Bob Evers-Monument zou verdienen, ware het niet dat dergelijke eerder geplaatste bordjes na korte tijd zonder uitzondering spoorloos verdwenen zijn. Baldadigheid? Is het verboden om dergelijke bordjes op te hangen? Of zijn er soms snode Bob Evers-souvenirjagers op pad? We zullen het antwoord op deze vragen wel nooit krijgen, dus terug naar „Deining rond een drafbaan”: Gooiland, Hilversum, dus.
Omdat Bobs ideetje om zijn in „Het preppaleis van de Holenman” gehuurde en in „De gouden greep van tante Ginny” door Paul Muhler teruggebrachte Land Rover niet opgaat, is hij gedwongen naar Nagele in de Noordoostpolder te rijden, waar de auto total loss staat. Voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst in de serie wordt het probleem van onverstaanbare Nederlandse dialecten aangesneden: van het allereerste deel af aan is Bob soms perfect in staat om Algemeen Beschaafd Nederlands te verstaan, maar soms ook niet. Dat een klein land als Nederland echter naast de standaardtaal ook nog eens over een serie onverstaanbare dialecten blijkt te beschikken is nieuw voor hem. Bob ziet er een poging in om Nederland groter te laten lijken dan het in werkelijkheid is. Bob wordt in Nagele ook voor het eerst slachtoffer van pure xenofobie, omdat enkele inwoners van dat dorp een hekel blijken te hebben aan Amerikanen.
Arie begeeft zich naar een stuk land dat ten tijde van de eerste 32 Bob Evers-delen nog niet eens bestond: Flevoland. Veel verder dan een industriegebied in Lelystad en (later nog) de Stripheldenbuurt van Almere komt hij echter niet in dat nieuwe land; of het zou de autosnelweg naar het noorden moeten zijn. In dit deel gaat Jan naar tante Ginny in Aerdenhout en hij – uitgerekend de zuinigste van het trio – mag haar Subaru lenen. Alle drie komen zij uiteindelijk uit in Fryslân, waar twee broers de kaduke Land Rover op hun boerderij ten westen van De Lemmer hebben gestald, bewaakt door een zwerm ganzen. Terwijl Arie de ganzen op geheel eigen wijze bezighoudt, ontdekken Jan en Bob dat Helena’s opschrijfboekje ooit in de Land Rover heeft gelegen, maar nu spoorloos is verdwenen.
In ieder geval weet Arie nu het adres van Paul Muhler en hij spoedt zich opnieuw naar Flevoland waar hij getuige wordt van de ronduit sadistische ondervragingstactiek van Helena ten Holt. Maar dan ooit dringt zich de vraag op aan welke kant zij nou eigenlijk staat. Jan en Bob achtervolgen Helena’s onderhuurster, Tilly Soet vanaf Kuinre dwars door it Fryske lân. Opvallend is dat dit deel tot nu toe het enige is dat in Fryslân speelt, maar dat er in dat ene deel meer Frysk wordt gesproken dan in alle delen van De Kameleon bij elkaar, die toch allemaal in deze provincie spelen. Uiteindelijk komen Jan en Bob terecht bij de drafbaan in Wolvegea; gaandeweg wordt eindelijk duidelijk wat Tilly’s rol in het geheel is: zij wil Helena’s notitieboekje verkopen aan Freek Oltman. Na de nodige deining – niet alleen rónd de plaatselijke drafbaan, maar ook eróp – slagen Jan, Bob en Arie er echter (natuurlijk!) in om het boekje te bemachtigen en te overhandigen aan Helena’s opdrachtgever. En nu blijkt ook eindelijk aan welke kant Helena ten Holt al die tijd stond: zij had van Adrie Schimmel, directeur van LandS, de opdracht gekregen om Freek Oltman in de gaten te houden en zo mogelijk te ontmaskeren, maar tijdens het schaduwen van Oltman besloot zij om LandS te verlaten en voor eigen rekening te gaan werken. Zij blijkt dus al die tijd min of meer aan de „goede” kant te hebben gestaan, maar dan wel op haar eigen manier.
Al met al wederom een zeer lezenswaardig boek van
Peter de Zwaan, dat de drie jongens eindelijk naar Fryslân voert, dus misschien wel het leukste deel van Peter!
Peter de Zwaan, „Deining rond een drafbaan”, Uitgeverij Zwarte Zwaan, 2019. ISBN: 9789082661262.





Recensie van de tweede Bob Evers Verhalenbundel:
Duo’s? Trio’s? Gaat De Zwaan Van der Heide nou ook op dat gebied achterna?

Schout-bij-kunstlicht Spook

Het dreigt een pracht van een traditie te worden: Peter de Zwaan verblijdde ons dit voorjaar wederom met twee reguliere Bobjes en één verhalenbundel! De officiële titel van de tweede bundel is „Een trio en drie dubbele duo’s”. Honi soit qui mal y pense: natuurlijk waren er op facebook weer bijdehandjes die de titel meteen een seksuele lading gaven en serieus dachten dat Peter Willem zou navolgen door ook een begin te maken met „ondeugende” lectuur. En dat nog wel met onze drie helden!
Wees gerust, dames en heren, de titel slaat alleen op de samenstelling van het avonturierende gezelschap: in de eerste verhalenbundel gingen Jan, Bob en Arie driemaal solo op het glibberige pad van avontuur en eenmaal als drietal. Eén lezer vond dat er te weinig interactie zat in die eerste bundel. Tja, als je alleen op avontuur uit gaat, valt er weinig te interacten, nietwaar? Peters antwoord viel in twee delen uiteen: ten eerste een column waarin hij de teleurgestelde lezer van repliek diende en ten tweede een meesterlijke nieuwe bundel, waarin eerst Jan en Arie, vervolgens Bob en Arie, daarna Jan en Bob (de drie duo’s uit de titel) en in het vierde verhaal weer eens gezamenlijk (het trio) op avontuur gaan.
Inderdaad, het betreft wederom vier verhalen, die achtereenvolgens in Amsterdam, in Springfield en Branson (Missouri), Coney Island (New York) en op Bermuda spelen. Het eerste verhaal laat meteen al duidelijk zien hoe de avonturen van Jan, Bob en Arie met hun tijd mee zijn gegaan: waar het vroeger minstens om muiters, juwelendieven of mensensmokkelaars ging, hebben Jan en Arie in Amsterdam eerst te maken met tasjesrovende en zakkenrollende Oost-Europeanen en later met afpersing van voormalige geliefden te maken. Het tweede verhaal speelt zich af op en rond de luchthaven van Springfield, waar Arie’s plunjezak wordt gestolen; een tamelijk onwaarschijnlijk en warrig verhaal over een prototype dat in net zo’n plunjezak zat, volgt. Voor mij persoonlijk het minst leuke van de vier verhalen, maar goed: wie ben ik? Een ander zal wellicht andere voorkeuren hebben.
Het derde verhaal is weer helemaal van deze tijd. Het toont aan dat ook in Amerika de integratie niet overal voor de volle 100% geslaagd is en dat bepaalde bevolkingsgroepen een staat binnen een staat vormen. In dit geval krijgen Jan en Bob te maken met grote groepen Oekraïense en Russische immigranten in de wijk van Coney Island, die bekend staat als „Little Odessa”. Zij hebben ruzie met twee verwende Amerikaanse blagen die er alles aan doen om de immigranten het leven zuur te maken. Je voelt duidelijke de spanning wanneer de politie – zelf van Oekraïense afkomst – de jongens adviseert om zich er verder niet mee te bemoeien en te verdwijnen uit de wijk. Jan en Bob zien dat natuurlijk juist als een aansporing om verder te gaan met hun speurtocht naar de Amerikaanse vlegels, hetgeen samen met hun Oost-Europese vrienden uiteindelijk lukt, zij het op een tamelijk onorthodoxe manier. Niet de gebruikelijke onorthodoxe wijze waarop de drie jongens nu al 63 boekdelen (plus bundels) te werk gaan, maar daarom niet minder effectief. De vele Russische woorden en zinnen die Peter de immigranten laat zeggen geven het verhaal een interessant exotisch tintje, net zoals wijlen Willem dat vroeger deed met Engels, al moet mij van het hart dat Algemeen Beschaafd Engels (of desnoods Amerikaans) toch iets makkelijker te behappen is voor een gewone Hollandse jongen van de vlakte, zoals ik…
In het laatste verhaal treedt ons drietal eindelijk weer gezamenlijk ten strijde. Misschien had Peter het verhaal oorspronkelijk wel gepland als onderdeel van de vorige verhalenbundel: „Botsingen met oude bekenden”, want ook hier treden (op de achtergrond) twee oude bekenden op, namelijk Millard Fillmore en Jane Nash. Inderdaad: in tegenstelling tot de vorige bundel oude bekenden uit de „De Zwaan”-delen en niet uit de „Van der Heide”-delen: leuk! De drie jongens worden ingehuurd om hun intrek te nemen in een peperduur hotel op Bermuda om de diefstal van duik- en filmapparatuur tegen te gaan, hetgeen uiteindelijk natuurlijk lukt, maar de manier waarop dat gebeurt, verklap ik niet. Lees zelf maar! Opvallend is dat er niet één keer gegrapt wordt over Arie’s omvang en de Bermuda-driehoek, zoals dat bijvoorbeeld wel in „Arie Roos als ruilmatroos” gebeurde, en dat een oeroud boekje uit de stad van Schenk en de Kleppe Brothers een opvallende rol speelt in dat laatste verhaal, zonder meer het leukste van de vier!



Peter de Zwaan, „Een trio en drie dubbele duo’s”, Uitgeverij Zwarte Zwaan, 2019. ISBN: 9789082661248.





Bobs Bronnen (6) : Henri „Hakkie” Holdert
Roger Schenk en „onze speciale verslaggever”

Nóg meer oorlog ... Die Tweede Wereldoorlog, dat was me er eentje: die zit nog steeds compleet vastgeroest in onze Hollandse genen. Wat er ook gebeurt, we komen er werkelijk nooit meer vanaf. Stel nou dat je nogal gefascineerd bent door een zekere jongensboekenserie uit de jaren ’50 en verder; vervolgens kom je er achter dat de auteur zich van een pseudoniem bediende, dat hij heus wel meer heeft geschreven dan 34 hele en 2 halve boeken en voor je het weet, zit je tot over je oren midden in de Tweede Wereldoorlog.
Een opvallende naam in het oeuvre van de heer Van der Heide is die van de bulderende kapitein van de „Roos van Dekama”, Holdert (moet ik hier nog vermelden dat deze in „
Kunstgrepen met kunstschatten” optreedt?); het was een aangename verrassing dat we deze naam in „Arie Roos als ruilmatroos” nog even tegenkwamen, maar nog groter was de verbazing dat pa Roos jaren later uitgerekend deze bulderbas had uitgekozen als kapitein van het nieuwste speeltje van Rederij Roos: het cruiseschip „SeaRose”. Dat is het geval in „Clandestiene streken op een cruiseschip” en „Prijsschieten op een premiejager”, werken van Willy’s opvolger Peter de Zwaan en die heeft voor de afwisseling nou eens niets te maken met de oorlog, hoewel hij luttele weken vóór Dolle Dinsdag - van wie was die term ook alweer afkomstig? - is geboren. In een van de zeldzame interviews die Willy van der Heide, of voor mijn part Willem van den Hout, in de jaren ’70 gaf, verklaarde hij dat „ze” - de boeken uit de Bob Evers-serie - „allemaal een dubbele bodem hebben.” We mogen dus gevoeglijk aannemen dat de naam Holdert niet toevallig is gekozen.
Hak (Hendricus) Holdert (* 4 juni 1870 , † 21 juli 1944) was vanaf 1902 directeur-uitgever van de krant van wakker Nederland; nog vóór 1914 was zijn krantenimperium het grootste van Nederland. In de Eerste Wereldoorlog waren al zijn kranten op zijn uitdrukkelijke instructie fel anti-Duits. Voor zo ver we kunnen nagaan, had de man verder geen politieke aspiraties. Maar, zoals ook kolonel Prins tijdens zijn achtervolging van Jeffries ervoer, „meestal beïnvloeden de ouders hun kinderen, maar het is zeker waar, dat soms kinderen hun ouders het hoofd op hol brengen.” Zoon Hakkie (Henri) Holdert (* 7 april 1907 , † juni 1988) was in 1932 lid geworden van de NSB; in juni 1940 bracht Hakkie zijn vader in contact met ir. C.J. Huygen, die drie maanden later secretaris-generaal van de NSB zou worden. Dit contact leidde er uiteindelijk toe dat Hak Holdert (sr.) de NSB 25.000 gulden doneerde; met dat geld was dit clubje vervolgens in staat om WA-uniformen te laten maken. Ook betaalde de oude Holdert Huygens salaris. Nu voelen wij allemaal op onze klompen aan dat de oude Holdert deze uitgaven heus niet alleen deed vanwege de grillen van zijn zoon, maar dat ook zakelijke belangen een rol speelden: alles geschiedde uiteraard in het belang van zijn krantenimperium. Er waren talrijke contacten tussen Holdert en de Duitse bezetter, die tot doel hadden dat hij „De Telegraaf” zou verkopen aan de Duitsers, hetgeen uiteindelijk afketste op zijn vraagprijs. Ook drukte hij Duitse en pro-Duitse kranten en tijdschriften, naar eigen zeggen om zijn bladen uit handen van de Duitsers en de NSB te houden. Hoewel de oude Holdert dus reeds op precies dezelfde dag als Claus Schenk Graf von Stauffenberg het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld (hetgeen natuurlijk puur toeval is, net zoals de naamsovereenkomst tussen de aanslagpleger en de hoofdredacteur van deze
Nieuwsbrief, hoewel boze tongen beweren dat toeval niet bestaat), veroordeelde het Amsterdamse tribunaal voor de Bijzondere Rechtspleging Holdert sr. op 7 april 1948 postuum door 2 miljoen van zijn geschatte vermogen van 17 miljoen verbeurd te verklaren omdat hij weliswaar niet opzettelijk nazipropaganda bevorderd had, maar dat hij om zijn bedrijf te redden, onoorbare middelen had ingezet.
Zoon Hakkie daarentegen was een overtuigd nationaal-socialist. Gefrustreerd door de harde opvoeding van zijn vader, die bovendien van mening was dat zoonlief niet de kwaliteiten bezat om later in zijn voetsporen te treden, nam Hakkie in 1941 dienst bij de Waffen-SS en vertrok naar het oostfront. Hakkie had het geluk dat hij in een Duits lazaret terechtkwam, waar hij door bemoeienis van zijn vriend Carolus Huygen en Hanns Albin Rauter uit werd gehaald om terug te keren naar Nederland. In oktober 1944 ten slotte kreeg Holdert jr. de volledige leiding over „De Telegraaf”. Op 12 februari 1947 veroordeelde de Commissie voor de Perszuivering Holdert tot de maximale straf van twintig jaar ontzetting uit het krantenbedrijf; op 31 oktober 1949 werd hij door het tribunaal voor de Bijzondere Rechtspleging bovendien veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en confiscatie van zijn vermogen, onder andere omdat hij een anti-Duitse „Telegraaf”-medewerker had aangegeven bij de SD. Twee hieronder weergegeven artikelen uit „De Volkskrant” (
„Hakkie” Holdert gearresteerd van 27 december 1946 en Eis tegen Holdert jr.: twintig jaar uitsluiting van 13 februari 1947; beide artikelen zijn van de hand van „onzen specialen verslaggever”) en een uit „Het Parool” (Henri Holdert voor het Bijzonder Gerechtshof van 29 september 1949 van de hand van „een eigen verslaggever”) volstaan om de veroordeling toe te lichten.
De reden van dit artikel is nog niet eens zozeer de connectie tussen Waterman en Holdert jr.: uiteraard kenden zij elkaar, want zo groot was het wereldje van „foute” vaderlanders nou ook weer niet, want de rest van die 10 miljoen Nederlanders verrichtte natuurlijk de ene na de andere indrukwekkende daad in het verzet 😉. Nee, wat mij persoonlijk verbaast, is dat de veroordeling van twintig jaar ontzetting uit de journalistieke dienst de maximale straf was. Dat was aanvankelijk ook de straf die Willem W. Waterman was opgelegd: je zou warempel de indruk krijgen dat ook de heer Waterman in de oorlog de zwaarst mogelijke misdrijven heeft gepleegd. Dat viel nogal mee, denk ik persoonlijk; en daarin sta ik niet alleen, want ook de Commissie van Beroep bracht Willems straf in hoger beroep terug tot tien jaar.



Aankomst van Henri C. („Hakkie”) Holdert bij het Bijzonder Gerechtshof,
Amsterdam, 29 september 1949
© foto: Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam


„Hakkie” Holdert gearresteerd.
Op weg naar het buitenland?


AMSTERDAM, 26 Dec. - Henri, beter (?) bekend als „Hakkie” Holdert, de thans 40-jarige zoon van den in de oorlog overleden eigenaar van het dagblad „De Telegraaf” en in de laatste jaren van de oorlog directeur van dit blad, was - mede door het feit dat hij oud-SS-er is - sedert de bevrijding voortvluchtig. Veler vermoeden, dat hij in het buitenland zou verblijven, is zondagmorgen gelogenstraft. Die dag hebben ambtenaren van de P.R.A. te Alkmaar „Hakkie” namelijk gearresteerd in een zeewaardige tweemaster, welke gemeerd lag bij Monnikendam. Aanvankelijk wisten de P.R.A.-rechercheurs niet wie zij daar slapend in de schuit aantroffen; zij hadden slechts de tip gekregen, dat zich aldaar een verdacht persoon ophield. Gevraagd naar zijn naam, gaf de gearresteerde op Harrie de Leeuw te heten, afkomstig uit Soerabaja. Nader aan de tand gevoeld, en geconfronteerd met een journalist, viel Holdert echter door de mand. Het bloedgroepteken, dat iederen SS-er onder de arm is getatoueerd, had hij laten wegsnijden. Op die plaats vertoonde zich een duidelijk litteken. Een ander, groter litteken in de nek van den jongen Holdert, is afkomstig van een aan het Oostfront opgelopen verwonding. Volgens den Alkmaarsen P.R.A.-inspecteur Van der Burg, wiens mannen langzamerhand een hele divisie SS-ers hebben gearresteerd, wilde de jonge Holdert in de eerstvolgende weken met zijn boot naar veiliger oorden ontkomen. Het is hem niet gelukt; hij is thans overgebracht naar het Huis van Bewaring te Amsterdam, de stad van wie Holdert Jr. veel inwoners heeft opgegeven voor de Duitse arbeidsinzet.


Eis tegen Holdert jr.: twintig jaar uitsluiting
Zaak bij verstek behandeld.

AMSTERDAM, 12 Febr. - Met een zeer onverzorgd uiterlijk, gekleed in een schipperstrui onder een armelijk colbertje, verscheen hedenochtend Henri Holdert Jr. - beter bekend als „Hakkie” - als getuige voor de Commissie voor de Perszuivering, die zitting hield ten stadshuize. De Commissie had tot taak de gedragingen van een aantal Telegraafmedewerkers te onderzoeken, die in de eerste zitting niet konden worden gehoord. Holdert Jr. - die zoals men weet, enige tijd geleden bij toeval in een jacht op het IJsselmeer werd ontdekt en gearresteerd - was de hoofdfiguur van de dag. Hij kwam getuigenis afleggen in de zaak tegen Röhrman, den voormaligen directeur van de N.V. Drukkerij Elsevier, die in 1940 De Telegraaf uitgaf.
Hakkie liet echter in zijn eigen zaak, die ’s middags aan de orde kwam, verstek gaan; alles werd op schriftelijke stukken afgehandeld. De getuige-deskundige, de heer Govers, requireerde buiten aanwezigheid van Holdert. Spreker stelde in het licht hoe vader H.M.C. Holdert zijn zoon gebruikte om een spel met de Duitsers en de N.S.B. te spelen, dat tot doel had tot elke prijs het Telegraaf-bedrijf te redden. Holder (sic) Jr., sinds 1933 (sic) N.S.B.-er en van ’40 (sic) SS-er en Oostfrontstrijder, moest uit Berlijn gehaald worden waar hij gewond lag. Hij kwam met tegenzin te midden van dit spel, dat enerzijds De Telegraaf uit handen van de Duitsers moest houden en van de andere kant het bedrijf, dat - anderhalve ton aan de N.S.B. vermaakte - voor betere na-oorlogse tijden moest reserveren. Al spoedig kwamen de onvaderlandslievende kwaadaardigheden van Hakkie aan de dag. Deze op avontuur beluste jongeman speelde va-banque, waarvan verschillende goede Nederlanders, Telegraafredacteuren als een Goedemans en Fraenckel het slachtoffer zijn geworden. Meer en meer wilde Holdert Jr. langs de weg der geleidelijkheid De Telegraaf in nationaal-socialistische richting sturen. Hij stelde N.S.B.-redacteuren aan zoals een Bak, Shuller tot Peursum, Jan de Haas, Sassen enz. en zette het beruchte bedrijfsappèl, waarbij o.a. Woudenberg tegenwoordig was, op poten. Zijn ware mentaliteit legde hij echter aan de dag met zijn brieven aan de S.D. over het ontslag van Fraenckel, over illegale lectuur, over de methoden om redacteuren weg te werken en het inhouden van steun aan Joodse redacteuren.
Holdert Jr. is, aldus get.-deskundige, o.m. ten laste gelegd de totale inhoud van De Telegraaf en de Crt. Het Nieuws v.d. Dag en de aansprakelijkheid van de vuilspuitlectuur, die van de persen van Elsevier kwam gerold. Spreker betreurde, dat het Persbesluit geen langere uitsluiting dan 20 jaar kent, anders zou hij die zeker adviseren. Thans vroeg de heer Govers 20 jaar pers- en 10 jaar bedrijfsuitsluiting.
In de Telegraaf van 17 Sept ’40 had spreker een motto gelezen van Benjamin Franklin: „Zij die de vrijheid kunnen opgeven om een weinig tijdelijke bestaanszekerheid te krijgen verdienen noch de vrijheid noch de zekerheid.” Deze wijsheid is hier wel zeer van toepassing.


Henri Holdert voor het Bijzonder Gerechtshof
Ex-directeur van „De Telegraaf” erkent hem ten laste gelegde feiten


Henri Holdert, 42 jaar oud, zoon van de eigenaar van „De Telegraaf” en van 1942 tot de bevrijding directeur van dit dagblad, staat vandaag terecht voor het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam. Hem is o.m. ten laste gelegd dat hij lid is geweest van de S.S. en dat hij „De Telegraaf” dienstbaar heeft gemaakt aan de verbreiding van nationaal-socialistische beginselen en doeleinden.
De verdachte bekent de feiten. En als eerste getuige roept de president, mr. A. R u y s, de heer G. J. v a n d e L i n d e op, voorheen administrateur, thans directeur van „De Telegraaf”. De verhouding tussen beiden was voor de oorlog al niet te best, omdat de heer Van de Linde op verzoek van de heer F. H. J. Holdert – verdachte’s oom - de jonge Henri een beetje onder toezicht hield.
Politiek waren er grotere verschillen. De jonge Holdert trad in 1941 toe tot de S.S., maakte de veldtocht op de Balkan mee, raakte ernstig gewond en werd in een ziekenhuis opgenomen. Enkele personeelsleden van „De Telegraaf” stuurden hem toen bloemen, hetgeen de getuige afkeurde. „Zoiets doet men niet tegenover een landverrader”, zei hij. Henri Holdert had hem dit later verweten. De getuige werd enkele maanden later bij de S.D. ontboden en ondervraagd naar deze uitlating. Vijftien maanden Amstelveenseweg en Vught was het gevolg…
De verdachte geeft enigszins aarzelend toe, dat hij de getuige heeft aangebracht. „Maar ik had er geen idee van, dat hij daarvoor zou worden opgepakt!” voegt hij er snel aan toe, „mijn bedoeling was de heer Van de Linde een berisping te laten geven door de Duitsers.”
Pres.: „Een fatsoenlijk man doet zoiets niet.”
Holdert geeft nog een ander verhaal over dit detail. Een Joodse winkelier in de Kalverstraat had goederen verstopt in ’t gebouw van „De Telegraaf”. Dat wist de getuige en dat wist verdachte ook. „We konden daar last mee krijgen,” zegt hij, „en dit heb ik aangebracht. In die brief heb ik gezegd, dat Van de Linde er van af wist.” „Maar waarom hij dan die oude kwestie ook weer heeft opgerakeld?” Een duidelijk antwoord geeft de verdachte niet.

„Telegraaf” en N.S.B.
Daarna komt aan de orde de verhouding tussen „De Telegraaf” en de N.S.B. Daarom wordt als getuige gehoord de ex-secretaris-generaal van de N.S.B., ir. C. J. Huygen. Via de verdachte kwam de getuige in contact met de heer H. M. C. Holdert en tot diens dood bleef die relatie bestaan. Henri ging bij de S.S., maar mede op aandringen van Huygen keerde hij terug om de leiding van „De Telegraaf” op zich te nemen.
„De bedoeling was, dat hij in het bedrijf zou komen om een tegenwicht te hebben tegenover de Duitsers, bij wie „De Telegraaf” als anti-Duits bekend stond,” zegt de getuige.
„Maar toch ook om de krant in nat.-socialistische richting te leiden?”
„Neen. Dat is niet waar.”
„Mussert had die bedoeling toch wel?”
„Ik kan dat categorisch ontkennen.”
„En Mussert heeft het zelf toegegeven!”
„U begrijpt het niet. De Telegraaf zou een oppositieblad worden!”
„Dat is onzin! In een dictatoriaal geregeerd land een oppositieblad? Een erg kinderlijk idee.”
„Ons beginsel was geen dictatuur.”
„Hm Mooie theorieën.”
„Maar zo wás het toch. Mussert wou voorkomen, wat er in Duitsland was gebeurd.”
De ex-secretaris-generaal van de N.S.B., H., probeert het Hof er van te overtuigen, dat „De Telegraaf” anti- Duits was. Maar de advocaat-fiscaal mr. A. H. v. d. Veen, valt hem in de rede: „Och, in 1935 stond De Telegraaf bij het Reichspropaganda-ministerium al als „deutsch-freundlich” bekend.”
Het was de bedoeling, dat Huygen de jonge Holdert ook een beetje in het oog moest houden. „Een veulen op hoge poten” noemt hij hem.
„Maar ondanks dat toezicht werd toch maar de N.S.B.-er De Haas als politiek redacteur benoemd!”
Huygen deelt mede, dat z.i. de verdachte zich nooit met de inhoud van de krant heeft bemoeid. Maar de president wijst de getuige er op, dat Henri Holdert toch meermalen heeft getracht N.S.B.-redacteuren te benoemen.
Dan komt voor de heer C. J. Fraenkel, oud-hoofdredacteur van „De Telegraaf”. Hij betoogt, dat de verdachte zich niet met de redactie bemoeide.
Pres.: „En de verdachte kwam toch met nationaal-socialistische richtlijnen voor de redactie?”
De heer Fraenkel doet een lang verhaal en probeert het Hof duidelijk te maken, dat die richtlijnen van Max Blokzijl kwamen. „Hakkie was geen slecht mens,” zegt hij, „alleen een slecht politicus.”
Pres.: „Geen slecht mens;.... hij laat zijn administrateur door de S.D. opsluiten.”

„Een dualistisch karakter,” zegt de getuige. Maar de advocaat-fiscaal, mr. Van der Veen, heeft daar een andere kijk op. De „Arbeitseinsatz” komt ter sprake. Hakkie ondertekende mede een brief van de redactie, waarin verzocht werd geen journalisten uit te zenden. Maar nauwelijks was de brief de deur uit of hij belde het Arbeidsbureau op om te zeggen, dat die brief als ongeschreven moest worden beschouwd. „Zo kreeg het personeel de indruk, dat de directeur achter hen stond,” zegt mr. Van der Veen, „maar achter hun rug om trok hij die mooie brief in. Dat is geen bewijs van een zwak karakter. Dat is vals. En huichelachtig.”
De verdachte, hierover scherp ondervraagd, probeert zich te verontschuldigen, maar zijn argumenten klinken het Hof weinig overtuigend in de oren. „De redactie dacht altijd alleen aan zich zelf. Die dacht er nooit aan, dat er ook nog technisch personeel was en ik moest zestien mensen aanwijzen,” zegt hij.

Het verhoor der getuigen à charge is daarmee afgelopen. Mr. Ruys ondervraagt de verdachte nu nog op enkele punten. Het blijkt, dat Holdert al in begin 1933 lid van de N.S.B, is geworden. Hij meldde zich onmiddellijk na de eerste oproep van Mussert voor de „Waffen-S.S.” Begin ’41 vertrok hij naar Duitsland. Op verzoek van zijn vader keerde hij naar Amsterdam terug en werd midden ’42 directeur van „De Telegraaf”.
Op de vraag of hij niet de bedoeling had de krant in nat.-socialistische richting te leiden, antwoordde de verdachte: „Ja, ik stond in een moeilijke positie. Ik moest doen wat de Duitsers wilden, wat mijn vader wilde en....”
Proc.-fiscaal: „En wat u zelf wilde.”
Met brieven toont de president de verdachte aan, dat hij wel degelijk de krant in nat.-socialistische richting wilde drijven.
„Tja,” zet hij ten slotte, „daarvoor was ik N.S.B.-er.”

Maar een plotselinge ommezwaai mocht het niet worden. Dat wilde Mussert ook niet. Het moest langs lijnen van geleidelijkheid gaan.
Ook de poging van Holdert om mr. G. J. van Heuven Goedhart als redacteur van het (illegale) „Parool” te verraden - hij schreef in een brief aan de S.D. dat hij diens handschrift meende te herkennen - komt nog ter sprake. „We leefden op de redactie in de veronderstelling, dat de heer Van Heuven Goedhart zich buitenslands bevond,” verontschuldigt hij zich....
Ten slotte nog de vraag of de verdachte anti-semiet was?
„Jawel.”
Daarna wordt de zitting geschorst tot twee uur.







Fantasie ...
Frank Engelen

Ja, daar „leed” Willem wel aan. Gelukkig maar. Maar aan de andere kant, ook fantasten spreken wel eens de waarheid en zaken die echt te gek zijn om waar gebeurd te zijn, zijn dat soms toch. Zo beschreef (verzon?) Willem het verhaal over de psychiater die zijn huis verhuurde.
Ooit vond ik het wel interessant om dit soort verhalen uit te zoeken.
Zo heb ik samen met twee andere Evers-fanaten, te weten Bart-Jeroen Hemstra en Lex Verhoeven, het verhaal van Sjoerd van Hasselt uitgezocht en zelfs heb ik hem eens aan de kletsbel gehad. Ik heb er ook nog een HC met ex libris plus handtekening (ghe ghe) aan overgehouden en ging ik ooit, in het pre-internettijdperk, een dagje uit met zusje MJ, R.I.P., om uit te zoeken waar Willem nou precies was geboren en had gewoond. Die laatste onderneming was wel gezellig, maar verder niet zo’n succes. We hebben meer rondgereden en op terrasjes gezeten dan succes gehad, omdat bleek dat ze zelfs haar eigen geboortehuis niet eens meer kon aanwijzen. („Joehoe! Dag lieve meneer de postbode! Wij zoeken een huis, maar het nummer weet ik niet. Van den Hout heeft daar gewoond! Weet u dat?”)
Maar we vonden toch wel het huis aan de Graafseweg waar we in de tuin nog een foto hebben gemaakt. Nou ja in de tuin. Bij de buren dus. Want daar woonden leuke mensen en die andere op nr. 261 waren allemaal ouwe zeurpieten. Aldus MJ, die dat in 3 sec. al had gezien omdat er iemand in de voortuin liep die ze maar niks vond en ze dus (?) per se bij de buren wilde aanbellen. MJ dus, die, toen ik bij haar aanbelde met de mededeling dat de Lincoln Zephyr klaarstond, als eerste de vraag stelde hoe oud ik dacht dat zij was. Ja, ’t was een apart mens. Soit.
Zo intrigeerde het onderwatergezettekeukenverhaal van de psychiater in Wassenaar me altijd mateloos. Was Willem ooit op het idee gekomen van de kelder in San Francisco door deze stunt? Ik zocht uit waar toen de Ursula-kliniek nog stond (inmiddels afgebroken) waar de zielenknijper geneesheer-directeur van was. Ik vond de inrichting, vond via via het adres van de shrink in kwestie (dat zoeken was nog een hele toer in het pre-internet-tijdperk) en belde hem op.
„Goedemorgen mijnheer. Sorry dat ik u even stoor. Mijn naam is Frank Engelen en ik …”
„Wie? Ken ik niet. Wat moet je?”
„Ja, ik heb een ietwat vreemde vraag. Kent u …”
„Ha! Denk jij dat ik nog nooit een vreemde vraag heb gehoord? Ik hoor godverdomme mijn hele leven niet anders. Wat moet je?”
„Het geval is zo. Ging u wel eens naar Amerika en had u dan uw huis …”
„Amerika? He, wat? O ja hoor. Congressen en zo. Hoezo?” „Had u dan wel eens uw huis uitgeleend aan ene zekere Reinier Ranselaar, een notariszoontje met een bloedziekte?”
„Wie? Nee nooit. Ja er zaten wel mensen in ons huis ja. Als we weg waren ook wel. Waarom niet? Dat interesseert me geen moer. Er zaten vaker mensen in mijn huis als ikzelf. Wat wilt u?”
„Nou, kent u Willem van den Hout, alias Willy van der Heide, alias Sylvia Sillevis, alias …”
„Zo te horen is het een patiënt van me geweest. Maar daar doe ik geen uitspraken over.”
„Nee, het was geen patiënt. Tenminste niet van u. Tenminste, dat denk ik niet, hoewel er best aanleiding …”
„Nou, wat wilt u nou?” „Is uw huis wel eens onder water gezet toen u weg was en uw huis had uitgeleend en met name de keuken? Of heeft u wel eens surrealistische tekeningen op uw behang aangetroffen?”
„Hè? Ben je helemaal, zeg. Nee nooit, hoor. Het huis was altijd netter dan voor ik wegging. Nee, nooit klachten gehad, hoor. Huis onder water. Nou, ik heb wel gekkere dingen meegemaakt. Maar nee, ons huis was altijd keurig netjes als ik terugkwam. Maar echt interesseren doet het me niet. En dit hele gesprek ook niet. Goedemiddag!”
En we belden af. Hiphop dacht ik nog.
Later hebben we nog bronnenonderzoek gedaan in de UK, Zwitserland, diverse plekken in Nederland, Hawaï, US of A, en Trinidad en Tobago. Met meer (of minder) succes. Maar daarover misschien een andere keer.
Ooit heb ik MJ gevraagd naar het feest, want die was erbij. Maar nee. „Puur fantasie,” zei ze, „ik heb nog nooit van dit verhaal gehoord. En ik was er in ieder geval zeker niet bij, dus. Ja, Reinier kende ik wel ja. Die heeft mij ontmaagd. Maar ja, een wit droog wijntje graag, hoor. Bestel jij even?”
Ze was (toen in ieder geval) minder een inneemster van haar broertjes schrijfgebeuren dan van witte droge wijn blijkbaar.


Voorbeeld van een Rorschach-test; volgens Willem zou des psychiaters muur er ongeveer zo
hebben uitgezien, waarbij de diverse kleuren met diverse soorten drank waren aangebracht.

Ik had wel de indruk dat de psychiater enigszins oud aan het worden was, want ik heb in de transcriptie van het telefoongesprek een half honderd vloeken weggelaten en halverwege wist de man eigenlijk niet eens meer wie hij aan de lijn had.
Maar toch gaf ik het toch nog niet helemaal op. Een paar maanden later belde ik nog eens, nadat we hier de complete benedenverdieping opnieuw hebben moeten laten behangen. Alles was namelijk beschimmeld na dat telefoongesprek. Maar ik kreeg geen verbinding, de telefoonaansluiting bestond niet meer.
Er waren nu twee mogelijkheden dacht ik, hij was verhuisd, misschien wel naar het bovenaardse, of er had iemand in een telefooncel de hoorn niet op de haak … Nah.
Een illusie armer, maar ervaring rijker zullen we maar zeggen. En dat is ook wat waard.





Simmetje en het geheim van het Toeval
Roger Schenk

Karl May meende al zeker te weten: „Zufall oder Schickung? Lieber Leser, was von diesen beiden ist wohl richtig? Hoffentlich gehörst du nicht zu denjenigen, welche an den ersteren glauben, sondern zu denen, welche wissen, daβ, wie die heilige Schrift sagt, kein Haar ohne „Seinen” Willen von unserem Haupte fällt.” („Auf fremden Pfaden”, reprint van de eerste boekuitgave van 1897, pagina 323) en „Halef, du weiβt, daβ es für mich keinen Zufall giebt. Wenn die allmächtige Weisheit Gottes Ursachen und Wirkung miteinander verknüpft, deren Verbindung das schwache Auge des Menschen nicht zu erkennen vermag, so wird zur Erklärung das mir so unsympathische Wort Zufall hervorgesucht. Es ist das eine Kantara el humar (*Eselsbrücke.), über welche sogar sonst ganz kluge Leute reiten.” („Am Jenseits”, reprint van de eerste boekuitgave van 1899, pagina 83). Kortom: Karl May maakt hier (en op diverse andere plaatsen in zijn omvangrijke oeuvre) duidelijk dat voor hem het begrip „toeval” niet bestaat, maar dat alles is voorbeschikt door God. Een tamelijk krasse beweringen voor iemand die in 33 reisverhalen maar liefst 607 maal het woord „toeval(lig)” gebruikt, ook in situaties waarin wij dat woord gebruiken!
Voor Willem van den Hout bestond toeval in de betekenis die wij kennen evenmin: anders dan Karl May zoekt Willem het niet in een hoger wezen, maar in een onafwendbare reeks van oorzaak en gevolg, zoals hier: „Voor Arie leek het natuurlijk een idioot toeval, dat hij in die strohoop de tweede kist met treintjes tegen moest komen. In werkelijkheid was het natuurlijk geen zuiver toeval, want de hele keten van gebeurtenissen die tot Arie’s vondst leidde, was door die treintjes zèlf veroorzaakt.” („Drie jongens als circusdetective”, pagina 113).
Mijn twee absolute lievelingsschrijvers, zo mag je hen met een gerust hart noemen, die dus beiden om wat voor reden dan ook niet in „toeval” geloven. Heeft hun overtuiging ertoe geleid dat ook ík niet in toeval geloof?
Het „toeval” wilde dat ik afgelopen voorjaar een kort maar krachtig bezoek bracht aan het Waddeneiland Juist. Nee, dit was inderdaad géén toeval, want alles was lang van tevoren geboekt en geregeld. Hoe dan ook, in het kader van die overzeese expeditie heb ik voor de tigste keer de complete Simmetje-serie van Georges Mazure gelezen, een andere topper in mijn boekenkast. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar het zijn – helaas – maar zes deeltjes, die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat ze aan het eind een onverwachte wending hebben en dus niet zo voorspelbaar zijn als vele andere jeugdboeken. In het laatste deeltje, „Simmetje en het geheim van de Zeeduivel”, wordt de Nederlandse archeoloog Bouwman door twee gewetenloze boeven achtergelaten op het „onbewoonde” eiland Rurutu. Wikipedia leert ons dat het eiland „ongeveer 572” kilometer ten zuiden van Tahiti ligt en dat het helemaal niet zo onbewoond is: er woonden in 2017 maar liefst 2.574 zielen op het eiland, maar dat doet er nu even niet toe. De heer Bouwman heeft een zakkalendertje bij zich (en blijkbaar ook een schaar) en weet met behulp van de uitgeknipte lettertjes van dat kalendertje plus hars een Nederlandstalige noodkreet te fabriceren en in een fles te proppen. De kans dat die boodschap in dat rare, onbegrijpelijke taaltje ergens in die onmetelijke Stille Zuidzee gevonden en begrepen wordt, lijkt mij vrij klein. De kans dat fles en boodschap Kaap Hoorn omronden en via de Atlantische Oceaan, de Noordzee, de Waddenzee en de Stevin- of de Lorentzsluizen in het IJsselmeer en zo pardoes in de haven van Volendam terechtkomen, lijkt mij zelfs nog veel kleiner. En toch is dat precies wat er gebeurt! Toeval? Als ik in dit of een volgend leven ooit de kans krijg om met de heren May en Van den Hout te praten, zou ik graag hun mening over dit onderwerp vernemen.
En laatstgenoemde zou ik toch eens even aan het kunstgebit willen voelen over minimaal negen van de volgende tien „toevalstreffers” uit de Bob Evers-serie. Kijk, dat drie jongens na een schipbreuk worden gekidnapt door een stel muiters, dat zij onraad ruiken als een man met wit haar een motorboot willen ruilen tegen een drijvend flesje of spontaan een man met een kroesbaardje vol uien- en knoflookgeur gaan helpen omdat zij het sterke vermoeden hebben dat er iets niet in de haak is, dat noem ik allemaal geen toeval: dat kan zomaar gebeuren of wordt door de schrijver afdoende verklaard. Maar ...
*

Het begint al in het eerste avontuur: De „Frisco” is er aan het eind van „Avonturen in de Stille Zuidzee” vandoor gegaan en spoorloos verdwenen. De „Willi Waw” vaart zeven dagen lang noord-noordwest (in de richting van de Tuamotu-eilanden), vervolgens blijven Jan, Bob en Arie twee, vier of zes maanden op hun onbewoond eiland en besluiten ze aan het eind van „Drie jongens op een onbewoond eiland” tot een invasie van het eiland waar Jack, Joe, Hennessey, „Mickey Mouse”, Harry en Barney verblijven. En uitgerekend de dag na Jans, Bobs en Arie’s geslaagde invasie kiest de „Frisco” ervoor om van alle ca. 25.000 eilanden in de Stille Zuidzee uitgerekend dát eiland aan te doen. Voor Willy blijkbaar een logische reeks van oorzaak en gevolg, voor mij puur toeval en dat nog wel dubbel!

*

Uit alles blijkt dat de overval van Breitstein c.s. op „PH-XKY” tot in de puntjes was voorbereid, met volgens Breitstein alleen de noodlanding in het noordelijk deel van de Kalahari als onvoorzien element. Maar welke doorgewinterde gek kiest nou uitgerekend een vervangende vlucht, waarvan het tot nauwelijks een uur vóór vertrek nog niet eens vaststond dat ze überhaupt zou plaatsvinden, uit? Een man als Anderson zal toch zeker wel vaker per vliegtuig reizen, volgens een van te voren uitgestippelde route? Voor iemand die doelbewust een vliegtuig wil overvallen, is een vervangende vlucht, die bol staat van de toevalligheden, toch zeker een te onzekere factor?

*

Seven Oaks, het huis van overste Bromfield, staat al jaren leeg; de oude huisbewaarder is overleden en er is sinds twee maanden een nieuwe huisbewaarder. En uitgerekend op de avond waarop John, Lois en Bob Seven Oaks met een bezoekje willen vereren, heeft deze schurkachtige huisbewaarder een afspraakje gemaakt met vier échte boeven die het huis willen leegroven.

*

Jan en Arie besluiten om Vonnie Vassar een handje te helpen om zijn welverdiende erfenis in handen te krijgen. Een man in giraffenpak, een lading witte muizen en een hoempa-hoempa-orkest veroorzaken nog steeds niet voldoende tumult naar Jans en Arie’s zin, dus zij besluiten om de op de gang staande schoenen in te zamelen en op de badkamers van het hotel te verstoppen. En precies op deze avond, waarop de bengels deze stunt uithalen, bevinden zich vier diamantsmokkelaars in datzelfde hotel, die de gesmokkelde diamanten in de hakken van hun schoenen bewaren. Nog geheel afgezien van dit gegeven, dat ik als toeval zou willen bestempelen, moet ik de diamantsmokkelaar(ster) nog maar eens zien die zo weinig hersens heeft dat hij/zij onder deze omstandigheden zijn/haar schoenen buiten zet om ze te laten poetsen.

*

Jan en Arie brengen op verzoek van ene Van Busekom een varkensleren koffer met belangrijke papieren naar Pension Zeerust in (op) Scheveningen om daar te overhandigen aan een mijnheer Buikmans. Arie brengt het als volgt onder woorden: „Het idee van mijn vriendje Prins is verder brullende onzin, omdat niemand tevoren zeker kon bepalen dat mijnheer Buikmans die middag afwezig zou zijn.” De man verklaart dat hij ’s middags meestal afwezig is, maar meestal is niet altijd en wie op deze wijze een koffer wil stelen, laat dat niet van dergelijke onzekere factoren afhangen: als altijd ben ik het met Arie eens.

*

Jan, Bob en Arie hebben tussen „Een klopjacht op een kapitein” en „Een raderboot als zilvervloot” een dag oponthoud gehad in Nijmegen, maar zij kunnen onmogelijk weten dat Hennie Schol aan de andere kant van de grens eveneens een dag oponthoud heeft gehad. Toch zijn zij ervan overtuigd dat Hennie op dezelfde avond als zij zal arriveren in Kruiningen, hetgeen dan ook prompt gebeurt.

*

Weken vóór „Heibel in Honoloeloe” begint, hebben de gangsters Mac en Bennie het prototype van Evers’ luchtauto ontvreemd. Pa Evers doet verscheidene vergeefse pogingen om zijn spruit aan de lijn te krijgen. Uiteindelijk begeeft het bekende drietal zich naar Honoloeloe. En laat zakenrelatie Simpson nou nét op die avond in de gaten krijgen dat hij wordt gevolgd door Zakaroea; uit alles blijkt dat deze Zakaroea Simpson al langer achtervolgt, maar hij is uiteraard nooit eerder betrapt.

*

Diezelfde Mac en diezelfde Bennie zitten nu al wekenlang te wachten op een ingenieur van „hun” firma uit Chicago aan wie zij het prototype moeten „overdragen tegen ruime betaling hunner bemoeiingen”. En we raden het al: ook deze Nijgaard – overigens een vervanger van de oorspronkelijke ingenieur – komt exact op deze avond. Bovendien komt hij niet naar het woonadres van Mac en Bennie, waar dezen ook dat prototype bewaren, maar nee: hij begeeft zich vanaf het vliegveld regelrecht naar Harry’s Bar, waar Jan, Bob, Arie en Simpson zich op het moment suprême ophouden!

*

Al maandenlang worden in Noord-Italië vrachtauto’s gestolen door de professionele mafia van de heer Borrini en wellicht ook door concurrerende mafiabendes. Pa Roos en pa Prins die zakelijke belangen hebben in een aantal van deze vrachtwagens schakelen Jan, Bob, Arie en Piet Bodewes in om een einde aan deze misdadige praktijken te maken. En uitgerekend het moment dat dit vrolijke viertal zich in Bellagio aan het Comomeer bevindt, wordt door twee gelegenheidsdieven uitgekozen om in actie te komen en hun vrachtwagen vol „bakstenenbont” te stelen.

*

Pa Roos laat de drie jongens de laatste jaren wel vaker voor zich werken, maar de opdracht die hij hun geeft in de Mexico-trilogie is wel héél vaag. Sterker nog: er ís helemaal geen concrete opdracht! Dat de jongens toch in de gaten krijgen wat er mis is op de „Searose” danken zij alleen aan het slechte humeur van Jan Prins, die niet in een taxi van het vliegveld naar het hotel in San Diego gebracht wenst te worden en dus in de gloeiende hitte gaat lopen. Vanwege een woordenwisseling met een bewaker van een plaatselijke pier krijgt hij min of meer in de gaten wat Antonio en Eduardo Rivas voor een vreemd spelletje spelen, waarna de drie jongens drie delen later pa Roos’ opdracht naar tevredenheid uitvoeren én daar tegelijk een bom duiten aan overhouden.

Zouden zo’n Willem en zo’n Karl deze tien merkwaardigheden nou óók als een logische reeks van oorzaak en gevolg resp. Gods voorzienigheid beschouwen? Of moeten we Bob Evers-kenner John Beringen maar eens vrijelijk citeren? „Het is dat ik niet in toeval geloof, anders zou ik deze tien merkwaardigheden er zeker onder scharen.”






Gewraakte onschuld
Willy H.

In 1949 en 1950 verscheen het voor die tijd bijzonder opwindende blad Amor’s Magazine, dat grotendeels werd volgepend door onze eigen Willem. Om het blad qua afwisselend auteurschap niet al te zeer op de onderhavige Nieuwsbrief te laten lijken bediende hij zich daarbij van diverse pseudoniemen (en hier en daar een bijdrage zonder auteursnaam). In Nieuwsbrief 38 en 49 kwamen wij al twee, naar huidige maatstaven tamme, maar niet minder vermakelijke verhalen tegen die Willem onder het o zo doorzichtige pseudoniem „Willy H.” schreef. Dit is het derde verhaal onder dat pseudoniem, oorspronkelijk verschenen in nr. 7 van Amor’s Magazine. Je merkt dat Willem steeds beter in zijn rol als schrijver van „erotische” verhalen groeit en hij vindt het nu blijkbaar tijd worden om middels het verhaal „Gewraakte onschuld” keihard terug te slaan naar de dubbele moraal van allerlei (protestantse?) zedenpredikers.



„Miss Joyce, wilt U even een brief opnemen?”
Met een sierlijk gebaar van haar gemanicureerde handen legt Miss Joyce de huistelefoon neer, pakt haar blocnote en potlood en gaat het privékantoor binnen. De chef, een dikke man van ongeveer vijftig jaar, zit met een grote sigaar tussen de lippen breeduit achter zijn enorme schrijfbureau.
„Zo, bent U daar eindelijk. Als ik bel, dient U direct hier te komen.”
„Maar ik ben toch direct gekomen?”
„Praat niet tegen. We moeten opschieten. Time is money. Bent U klaar?”
„Jawel, mijnheer.”
Vlug laat Joyce zich op een stoeltje vallen en zet haar potlood op het papier…. „Miss Joyce, ik heb het al dikwijls gezegd. U hoort niet met Uw benen over elkaar te zitten. Dat past niet in het bijzijn van heren. Bovendien is het rokje dat U aan heeft veel te kort. Ik kan zulke kledij niet hier in mijn kantoor dulden. Verstaan?”
„Jawel mijnheer.”
Heel zedig zet Joyce haar twee beentjes naast elkaar en trekt het swingrokje over de knieën.
„Bent U klaar? Dan kunnen we eindelijk beginnen. Het is trouwens de laatste tijd te erg, zoals mijn kantoorpersoneel en vooral het vrouwelijke gedeelte er bij loopt. Het wordt hoog tijd dat ik eens een hartig woordje met ze spreek. Roep ze direct bij me.”
Zuchtend staat het meisje op om haar sexegenoten te gaan halen.
„Neen, nu niet, ik heb geen tijd. Time is money. Bent u nu eindelijk zover dat we kunnen beginnen?”
Met een nijdige beweging valt Joyce weer op haar stoel en slaat met een sierlijke boog haar ene beentje over het andere. Ontsteld kijkt haar chef naar het rokje, dat door die sierlijke beweging erg ver omhoog is gekropen.
„Miss Joyce!”
Haastig trekt het arme kind het rokje weer over haar knieën. Bah, wat een misselijke vent. Begon hij nu eindelijk maar eens te dicteren. Dan kon ze tenminste weer gauw naar haar eigen kantoortje terug.
„Kunnen we beginnen?”
„Zeker, mijnheer, ik ben allang klaar.”
Het geplaagde kind wordt een beetje kribbig. Nog vanavond gaat ze een andere betrekking zoeken.
„Roept U toch maar eerst die andere meisjes.”
„Goed, Mijnheer.”
Vlug stapt ze het privé-kantoor uit, voor hij weer wat anders heeft. Ze haalt eerst eens diep adem, om haar woede te laten zakken. Dan roept ze de andere meisjes. Vrolijk komen ze naderbij.
„Jullie moeten allemaal bij de zedemeester komen. We krijgen een preek, hoe een meisje zich te kleden en te gedragen heeft in het bijzijn van „HEREN”.”
„O, knal zeg. Heeft de arme stakker het weer te kwaad? Niets zeggen. Ik zal mijn bloesje openzetten. Mij mag hij gerust ontslaan; want volgende maand ga ik toch trouwen. Hoe vinden jullie het zo?” De andere meisjes giechelen, maar als Joyce de deur voor hen opent, trekken ze een heel onschuldig gezicht.
„Zo, komen jullie maar binnen en ga daar eens staan. Ik heb een ernstig woord tot jullie te spreken. Het is me de laatste tijd steeds meer opgevallen, dat de kledij van jullie niet is, zoals het een onschuldig meisje past. Als ik zo het rijtje afga…. dan jij, Elise, die kousen die U aanheeft, zijn geen kousen.”
„Nylons, mijnheer!” Benepen komt het er uit.
„Nooit van gehoord. In ieder geval past het niet, om iedere jonge man je blote benen te laten zien. En U, miss Ellen, als U eens een lapje stof over heeft, moet U die rok eens een decimeter verlengen. Het verwekt onzedelijke prikkelingen. En U, miss Blend, maar.... maar.... maar hoe durft U zich zo voor mij te vertonen? Dat is een schandaal!”
Nerveus gaan zijn kaken op en neer, maar geen woord kan hij meer uitbrengen. Miss Blend is echter in het geheel niet onder de indruk.
„Wat bedoelt U, mijnheer?”
„Die…. die…. U…. U bent maar half gekleed!”
Verwonderd bekijkt de jonge miss zichzelf in de spiegel. Ze heeft de grootste moeite om het niet uit te gillen.
„Uw bovenlichaam is helemaal naakt.... U…. U…. b.. b.. b.. bo borst – …. Er uit.... direct eruit…. En dat op mijn kantoor.... Verschrikkelijk. En laat het voor jullie anderen een les zijn. Ik duld op mijn kantoor geen enkele inbreuk op de zedelijkheid. Verstaan?”
Zedig buigen de meisjes hun krullekopjes en verlaten het kantoor. Maar nauwelijks is de deur achter hen dicht of ze proesten het uit. Een paar seconden later wordt het verhaal rondverteld aan de mannelijke collega’s; Tot grote hilariteit.
Alleen Joyce kan geen deel nemen aan de algemene vreugde. Met een zuur gezicht neemt ze de brief op, die nu eindelijk gedicteerd wordt. Neen, ze houdt het hier niet langer meer uit. Dat eindeloze geplaag is ze nu zat. Als de brief klaar is, getypt en wel, schrijft ze nog haastig een ontslagbriefje en schuift het onder de andere post.
Dan trekt ze vlug haar mantel aan en volgt het andere personeel door de uitgang. Goddank dat deze dag ook weer voorbij is.

Als de hospita de tafel afgeruimd heeft in de kamer van de dikke chef, roept hij haar terug.
„Miss Ecoyle, ik verwacht zometeen een kennis. U kunt hem direct in mijn kamer laten.”
„Goed, mijnheer. Zal ik dan vast koffie zetten?”
„Neen, niet nodig. Zet maar een paar flessen Brandy en een koeler met Champagne klaar!”
De hospita verdwijnt. De chef haalt zijn nieuwe pak voor de dag, ’n badhanddoek, zeep en scheerbenodigdheden. Als hij in de kleerkast de bandhanddoek zoekt, ziet hij een dik pak liggen. Nieuws uit Parijs.
Vlug trekt hij het zegel kapot. Eerst even kijken. Buitengewoon…. Prachtig!.... Zijn ogen verslinden de inhoud. De koekoeksklok roept hem terug in de werkelijkheid. Snel stapt-ie naar de badkamer. Zijn kennis kan ieder ogenblik binnenkomen....
En inderdaad. Nauwelijks zit hij in het bad of zijn hospita laat iemand binnen.
„Hallo, boy…. ik kom zo. Zeg, als je je verveelt. Ik heb een reuzezending uit Parijs. Ligt op het buffet. Schenk jezelf ook maar vast een goede borrel in. Heb je nog afgesproken met die twee snoesjes?? Ik heb zin om er eens een goede avond en nacht van te maken.”
Joyce weet niet wat te antwoorden. Ze is gekomen om te vragen of de chef het ontslagbriefje niet door wil sturen.
Besluiteloos neemt ze plaats in één van de diepe fauteuils en pakt een boek van het buffet. Reeds bij het kijken naar de voorpagina krijgt ze eén rode kleur. Een mooie naaktstudie uit de élite van de Franse uitgaande wereld. En hoe verder ze bladert in het boek hoe dieper wordt de blos op het fijn besneden gezichtje. Hoe is het in ’s hemelsnaam mogelijk zulke onzedelijke lectuur in het huis van haar puriteinse chef. Verschrikt kijkt ze om zich heen. Ze is toch wel goed terecht hier? Tijd om er verder over na te denken heeft ze niet. Gekleed in een kort sportbroekje komt haar waardige baas lachend binnen.
„Nou, hoe vind je die….”
Zijn mond valt open van verbazing. Tegen de deurpost geleund blijft hij Joyce aanstaren.
„U….?” Voorzichtig doet hij een paar stappen naar voren. Ook het meisje is uit haar stoel overeind gekomen. En waarschijnlijk hadden ze nu nog zo gestaan, als niet plotseling de deur was opengegaan om de kennis binnen te laten.
„Hallo, vrouwendief.... O, neem me niet kwalijk, stoor ik?”
Hij draait zijn hoed tussen zijn vingers, kijkt het meisje nog eens aan en wil weer weggaan.
„Als U het goed vindt, ga ik met U mee!”
Verrast kijkt de vreemde naar het mooie meisje, dat hem guitig toelacht.
„Natuurlijk, zeer graag, jonge dame. Bioscoop…. theater…. zegt U het maar.”
„Wat denkt U van een boottochtje na een uurtje dansen?”
De chef komt ineens weer tot zijn positieven. Wel verdraaid, nu Joyce hem toch door heeft, kan ze ook met hem meegaan.
„Zoudt U niet liever bij mij blijven, Joyce? Ik ben….”
„Dank U. Hoe U bent, heeft U ons vanmorgen reeds verteld. Als ik uitga, dan liefst niet met een puriteinse zedepreker. Tabé!”
En tot grote ergernis van haar chef steekt ze een arm door die van haar nieuwe kennis en beleefd groetend verdwijnen ze door de deur.
Dol van woede rent de dikke chef door de kamer. Weg goede reputatie, weg zijn ontzag onder het personeel. Morgen weet iedereen van de naaktplaatjes…..
Hij grijpt het bewuste boek en scheurt het in duizend stukjes. Uit.. uit.. alles uit.







Enkele foto’s uit Hilversum
Roger Schenk

Deel vijftien in een serie foto-impressies van de plaatsen van handeling van de Bob Evers-serie.
Hilversum kennen wij natuurlijk al decennialang van de kostelijke en onsterfelijke opmerking van de jeugdige Amerikaan Evers („Zijn we nu in Hilversum I of Hilversum II?”) uit „Een klopjacht op een kapitein”. Aangezien ook belangrijke scènes uit de kersvers voltooide Tante Ginny-trilogie in deze Noord-Hollandse stad spelen, leek het mij hoog tijd om eens een kijkje in Het Gooi te gaan nemen.


Kaartje van Hilversum
De nummers 1 t/m 10 geven aan waar de foto’s hieronder zijn gemaakt
.



Het mooie, oude stationsgebouw waar Jan en Bob in „Klopjacht op een kapitein” arriveren omdat Jan weer eens geen zin had om een auto te huren, werd in 1990 gesloopt om plaats te maken voor het huidige exemplaar. Van het huidige station maakte alleen Bob in de „herkansing” in „De gouden greep van tante Ginny” gebruik. (1)



Het oude politiebureau, ontworpen door Willem Dudok, lag niet naast Grand Hotel Gooiland, zoals Jan zich in „Klopjacht” meende te herinneren, maar erachter. Rond 1980 is het verbouwd tot een appartementencomplex, waarna de plaatselijke hermandad haar intrek nam in een nieuw gebouw aan de Groest, zoals Tilly Soet Bob mededeelt: ‘Eruit, jij. Het politiebureau is vlakbij, ga daar je verhalen maar vertellen over Helenen, pistolen en gestolen auto’s.’ (2)



Pal naast dat nieuwe politiebureau ligt het appartementencomplex waarin officieel Helena (Heleen) ten Holt zou moeten wonen, maar waar van tijd tot tijd ook Mathilde (Tilly) Soet en/of Paul Muhler huisden. Duidelijk is te zien dat dit deel van de Groest voorzien is van enkele bankjes; vanaf een daarvan hield Bob met heel veel raadsels in z’n hoofd het snel van bewoners wisselende appartement in de gaten. (3)



Het lijkt erop alsof de potsierlijke praktijken van Heleen ten Holt c.s. onverdroten verder gaan, want nu staat er warempel alwéér een andere naam op het vierde naambordje van onderen aan de rechterkant! (4)



De ingang naar het parkeerdek boven winkelcentrum Hilvertshof bevindt zich schuin tegenover het appartementencomplex van Heleen ten Holt en haar onderhuurders. In de verte zien we de bocht die volgens Peter de Zwaan „alleen iemand kan bedenken die een hekel heeft aan auto’s”. (5)



In „Stampij om een schuiftrompet” is de Dutch Swing College Band op weg naar Hilversum om een plaat op te nemen, maar dat zou een tikkeltje anders lopen, zoals we maar al te goed weten. In de Herenstraat lag, achter Hotel Hof van Holland van 1953 tot 1962 de Phonogram Studio, waar de opname plaats had moeten vinden omdat het DSC indertijd bij Philips onder contract stond. Helaas heeft zowel Hotel Hof van Holland als de Phonogram Studio inmiddels plaats moeten maken voor een van die ontelbare winkelcentra waar zowat alle Nederlandse steden mee zijn overspoeld. (6)



Inmiddels hebben we in Nederland zowat meer rotondes dan inwoners; ook het driehoekige pleintje, waar de Doberlui ooit hun Essex (hardcover) dan wel Oldsmobile (pocket) parkeerden, is ten prooi gevallen aan de niets en niemand ontziende rotondemanie. Rondom de rotonde vinden we veel nieuwbouw, zodat het etalageportiek in het zijstraatje van waaruit Jan en Bob in een grijs verleden het hotel in de gaten hielden en waar Bob zijn klassieke opmerking maakte, niet meer bestaat. Ogenschijnlijk onveranderd daarentegen is Grand Hotel Gooiland waar diezelfde Doberlieden in deel 14 hun afspraak hadden met Hennie en waar Jan, Bob en Arie 49 delen later logeerden. (7)



In „Klopjacht” wordt Grand Hotel Gooiland als volgt beschreven: „Als je in Hilversum vanaf het station rechtdoor loopt, kom je al heel gauw op een zeer brede, geasfalteerde weg, De Groest geheten. Die komt uit op een driesprong met een ongeveer driehoekig pleintje in het midden. De ene zijde van de driesprong wordt ingenomen door de witte gevel van Grand Hotel Gooiland, dat een lang bordes heeft met tafeltjes en stoelen, als een soort verhoogd terras.” Het verhoogde terras en het hotel zelf hebben de tand des tijds gelukkig doorstaan. (8)



Aan het eind van „De gouden greep van tante Ginny” verrast Arie Jan met de mededeling dat er vlak bij Grand Hotel Gooiland een supermarkt is; op Jans argwanende vraag hoe Arie, die toch al enige jaren niet meer in Hilversum was geweest, dit wist, antwoordt Arie waardig: ‘Voedsel. Daar weet ik alles van. Heb ik je dat niet een poosje geleden al uitgelegd?’. Als onze brave Jan had geweten dat het uitgerekend om de duurste supermarkt van het land ging, zouden er nog heel wat andere gevoelens dan argwaan bij hem op zijn gekomen! (9)



Vanuit hun hotelkamer in Grand Hotel Gooiland kijken Jan, Bob en Arie uit op deze neogotische Sint-Vituskerk. Wie neogotiek zegt, zegt Pierre Cuypers en inderdaad: hij was het die deze kerk in 1892 heeft ontworpen. ’t Blijft jammer dat Jan Prins de laatste jaren niet zo vaak meer in de „Encyclopaedia Britannica” grasduint, anders had hij Bob, Arie en ons ongevraagd kunnen meedelen dat de toren met z’n net geen 100 meter de hoogste neogotische toren van ons kikkerlandje is. (10)







De Nieuwe GIL 3
Roger Schenk

Terug van weggeweest:
Politiek satirisch en volkomen
onafhankelijk blad voor
Nuchtere Nederlanders
De Nieuwe GIL Nr. 3

Postbus 278
2500 AB Den Haag


7 juli 2019


Ronduite kandidaat om ESC te organiseren


Naar nu pas bekend is geworden, heeft na Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Leeuwarden, Maastricht, Rotterdam en Utrecht ook het nietige Ronduite in de kop van Overijssel zich kandidaat gesteld voor de organisatie van het ESC, beter bekend als Eurovisiesongfestival, 2020.
De kandidaatstelling lijkt een goede mop, maar dat is ver bezijden de waarheid: het gehucht van 32 inwoners heeft een lijvig bidbook ingediend bij zowel de AVROTROS als de EBU. Een van de twee samenstellers van het bidbook is J. Waerachtig; hij stelt dat Ronduite geenszins voor spek en bonen meedoet: „Een decennium of wat geleden zouden wij ons plan niet hebben durven ontvouwen, maar dankzij de steeds sneller voortschrijdende opwarming van de aarde zullen wij als eerste land in Europa in staat zijn om de halve en de hele finales van het festival volledig in de open lucht te laten plaatsvinden. Een idee dat wij delen met medekandidaat Maastricht. De hoofdstad van Zuid-Limburg wil het festival of in het akoestisch drama dat MECC heet of in de open lucht op het Vrijthof laten plaatsvinden. Maar wij denken met de ons beschikbare ruimte meer toeschouwers te kunnen plaatsen.”
Onze verslaggever: „Pardon? Ronduite heeft toch weinig meer te bieden dan die ene dijk?”
Co-auteur R. Bakels grijnst zijn roofdiertanden bloot: „Dat denkt u maar. Ons bidbook voorziet daar in. Van meet af aan zagen wij Maastricht niet als belangrijkste concurrent, zelfs een stad als Amsterdam vrezen wij niet. Maar om eerlijk te zijn heeft uitgerekend de kandidaatstelling van Amsterdam ons wel op het juiste idee gebracht. Amsterdam heeft drie steevast terugkerende evenementen: het Prinsengrachtconcert, Pride Amsterdam en Sail Amsterdam. De kracht van Ronduite is dat ons idee van het Songfestival de ultieme combinatie van die drie evenementen vormt.”
Onze Man in Steenwijkerland: „???”
Waerachtig: „Zonder iets of iemand te willen discrimineren is het ons al jaren geleden opgevallen dat het Song Contest vooral in trek is bij de gay scene. Welnu: Pride Amsterdam, de voormalige Gay Parade, toont ons steevast beelden van mannen en vrouwen in de meest schilderachtige kledij, op bootjes varend en hossend door de Amsterdamse grachten. Het grootste deel van de toeschouwers bij het Prinsengracht-concert bevindt zich ook op eigen of andermans boten en bootjes, maar mede door de aanwezigheid van de talloze woonboten zijn die Amsterdamse grachten veel te klein geworden om een evenement, zoals wij dat voor ogen hebben, succesvol te kunnen organiseren. De artiesten zullen bij ons op de dijk optreden, maar de toeschouwers zullen het geheel kunnen volgen vanuit hun eigen boot, zoals ze dat uit Amsterdam gewend zijn. Wij hebben becijferd dat er op de Beulaker Wijde plaats is voor 12.000 bootjes; als we ervan uitgaan dat ieder bootje gemiddeld een man of vijf kan bevatten, kunnen 60.000 mensen het spektakel live bijwonen, aantallen waar steden als Amsterdam en Rotterdam alleen maar van kunnen dromen. De Beulaker is groot genoeg om het festival toegankelijk te maken niet alleen voor al die LHBTI’ers, maar ook voor die andere 21 letters van het alfabet.”
Bakels: „Ja, en het mooiste deel van ons plan is bovendien nog dat wij ook een stukje Hollandse scheepsfolklore erin willen verwerken; denkt u eens in:

op de gehele Beulaker Wijde zal van boven geen water meer te zien zijn door de talloze plezierbootjes, maar aan de andere zijde van de dijk beschikken wij ook nog eens over de Belter Wijde. En die zal op de drie avonden van het festival gereserveerd worden voor zeilboten uit alle delen van de wereld: windjammers uit Duitsland en Rusland, schoeners uit de Verenigde Staten, klippers uit Groot-Brittannië, dhows uit Jemen, tjalken en botters uit Holland en skûtsjes uit Friesland, als een waarlijk soort Sail Ronduite. Het schouwspel zal uniek op de wereld zijn: de camerateams zullen eveneens op boten op de Beulaker aanwezig zijn en de zingende en dansende artiesten op het grote podium op de dijk filmen in het licht van de ondergaande zon, met op de achtergrond, aan de andere kant van de dijk die prachtige zeiljachten! Wij hebben zelfs bij de Chinese regering aangeklopt over de aanwezigheid van een aantal originele jonken. Want…”
Waerachtig: „Want China is zéér geïnteresseerd in ons plan. Wij worden daarbij geholpen door de aanwezigheid van Giethoorn. Want – geloof het of niet – maar China is het enige land ter wereld waar Giethoorn bekender is dan Amsterdam. In 2017 is de één miljoenste Chinees betrapt die door het raam van een Giethoornse boerderij stond te gluren en dat smaakt naar meer. De bevolking van Giethoorn zal rust noch duur kennen voor ook die andere anderhalf miljard Chinezen het pittoreske „Venetië van het Noorden” met hun sprankelende aanwezigheid vereerd zullen hebben. En om dat streven kracht bij te zetten, kan ik u alvast verklappen dat ook China volgend jaar mee zal doen aan het Eurovisie Songfestival. De wereld wordt immers steeds kleiner en Europa steeds groter, dus in navolging van landen als Marokko, Israël en Australië zal ook de Volks-republiek volgend jaar acte de présence geven. China is erg onder de indruk van de Nederlandse berichtgeving over de Rohingya en de Oeigoeren en heeft ons verzekerd de beste zanger van West-China, Gap Gauw Wang, naar Ronduite af te vaardigen.”
Onze Man in het Land van Vollenhove: „Dat klinkt erg ambitieus. Zal China ook financieel bijdragen aan de organisatie?”
Waerachtig: „Neen. De Chinezen hebben ons alle mogelijke steun toegezegd op organisatorisch gebied, maar zij zullen geen renminbi bijdragen. Dat is ook niet nodig, want de toegezegde financiële bijdragen van de Gemeente Steen-wijkerland, de VVV Giethoorn en Uitgeverij Overamstel zullen naar het zich laat aanzien volledig kostendekkend zijn.”
De verslaggever van De Nieuwe GIL: „U klinkt wel heel erg zeker van uw zaak. Welke rol speelt Uitgeverij Overamstel in het geheel?”
Waerachtig: „Overamstel heeft de rechten van Europa’s beroemdste jongens-boekenserie en is in het diepste geheim bezig aan het maken van een Chinese verta…”
Bakels: „Jannes!!!”
Waerachtig: „Sorry, ik kan u daar in dit stadium helaas geen verdere mededelingen over doen. Laat ik volstaan met de mededeling dat deel 12 van deze serie zich in en om Ronduite afspeelt, deel douze, zogezegd, en dat maakt Ronduite natuurlijk tot een ideale, haast historisch voorbestemde locatie voor deze en gene om volgend jaar de douze points binnen te halen.”
De Gillende reporter: „Ah, ik begrijp wat u bedoelt. Dank u wel, heren, voor deze korte impressie van de stand van zaken rondom uw bidbook. Ik wens u heel veel succes met de campagne Kabaal om een kandidaatstelling!”

Caffè Filtrino.
Nieuwe koffie-trend uit Italië verovert Nederland stormenderhand


JOURE (ANP) – In Italië kent men de koffievariant sinds een paar jaar – nu komt deze trend ook naar Nederland. Caffè filtrino heet het brouwsel, dat met behulp van een ingewikkeld kookprocédé in speciaal voor dit doeleinde vervaardigde papieren filters bereid wordt. Deze vorm van koffie zou op termijn inheemse koffievarianten zoals cappuccino, latte macchiato, caffè crema en espresso van de markt kunnen verdringen, zo menen trendwatchers.

Caffè filtrino geldt als uitermate zuivere koffie, omdat hij onmiddellijk voor het drinken gefilterd wordt. Het water dat de belangrijkste grondstof voor deze drank is, dient tijdens het kookproces op een temperatuur van minimaal 100° C gebracht te worden.

De toebereiding van het nieuwe trendy drankje uit Italië vindt plaats met een speciale gadget die in verschillende varianten verkrijgbaar is. De goedkoopste filtrino-apparaatjes, bestemd op een ouderwetse koffiepot geplaatst te worden, zijn al vanaf € 2,49 te koop bij zaken als Action of Big Bazar, maar voor professionele filtrino-machines, die deze edele drank zachtjes reutelend in de pot laat druppelen, moet men honderden euro’s neertellen.

De eigenlijke koffiesubstantie kan men in reeds voorgemalen staat aanschaffen, zodat de pure smaak uit elke porie van de koffieboon gehaald wordt. Om het maximale effect te bereiken werden de koffiebonen tot zeer fijn poeder gemalen.


„Dit is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd,” verklaart barista Harry van Schalie uit Nijmegen, die zijn filtrino bij voorkeur zo heet mogelijk drinkt. Van Schalie is eigenaar van een trendy café in de voetgangerszone en trots wanneer hij zijn klanten iets bijzonders kan aanbieden. Fijnproevers kunnen hun caffè filtrino nog opwaarderen met suiker en/of melk, zegt hij.

Voor stamgast Jeanette Salfischberger is de nieuwe trend nog een brug te ver: „Ik vind dat allemaal veel te modern,” verklaart de 73-jarige. „Doe mij maar het goede, ouwe cafissimo-capsulekoffie-apparaat dat ik van mijn moeder geërfd heb. Dankzij dit apparaat heeft mijn familie indertijd de oorlog overleefd.”




(Advertentie)






Bladzijde 2 De Nieuwe GIL 7 juli 2019



Donald Trump over Europa
Exclusief interview, alleen in De Nieuwe GIL!

PHILADELPHIA/PA. – „Exclusief” en „alleen in De Nieuwe GIL” zijn zeker geen loze woorden: het heeft onze Amerikaanse correspondente vrijwel bovenmenselijke moeite gekost om the President of the United States of America bereid te krijgen om een van zijn zeldzame interviews met niet-Amerikaanse kranten te geven. Alles in het belang van de waarheidsvinding en van u, de lezer, heeft zij zich ten slotte geheel belangeloos in the pussy laten grijpen, wat het ijs een beetje brak. Het interview werd uiteraard in het Engels afgenomen; de vertaling is van onze redactie, maar daar waar Donald Trump met zijn handjes wapperde om zijn woorden te beklemtonen hebben wij de Engelse woorden laten staan.

Allereerst, mijnheer de President, wil ik u natuurlijk danken dat u mij te woord wilt staan. Waarom geeft u eigenlijk nooit interviews aan Europese media?
Omdat zij allemaal, zonder uitzondering, fake news over mij verspreiden. Maar sinds de Second World War heeft „De GIL” een goede klank in Amerika en toen ik onlangs op staatsbezoek in Scandinavia was, heb ik begrepen dat ook „De Nieuwe GIL” als enige krant in Europa géén fake news verspreidt.

Pardon, Scandinavië? Ik kom uit Nederland, hoor.
Holland zei u toch? Dat is toch een deel van Scandinavia?

Nee hoor, Holland ligt ten westen van Duitsland. Het is een onafhankelijk land, al sinds de zeventiende eeuw en opnieuw sinds 1945; uw landgenoten hebben die laatste keer nog geholpen om het land te bevrijden. U kent het misschien ook wel als the Netherlands.
Ah, now I know. The Sherry-Netherland, uitstekend hotel, uitstekend, een kennis van mij, die nog onder generaal Bradley heeft gediend, logeert er wel eens met zijn neefje. Al moet ik zeggen dat mijn eigen Trump International Hotel & Tower toch nog een stuk beter is.

Nee, het heeft niets te maken met een hotel in New York. Holland, u weet wel, van premier Mark Rutte.

Oh, yes, ik ken hem goed. Die magere fellow die altijd lacht en die het waagde om mij in mijn eigen White House tegen te spreken. I like the guy. Weet u, als President of the United States of America heb je het niet altijd makkelijk. Wat je ook voor zin of onzin vertelt, iedereen doet zijn best om bij je in het gevlij te komen en alles te bevestigen wat je zegt. Mister Rutte en die Noord-Koreaanse Rocket Man waren de enigen die mij ooit durfden tegenspreken. I like that. Oprechte kerels, oprecht. En hij heeft natuurlijk een prachtige vrouw, de jonge Zorreguieta, prachtig!

Sorry dat ook ik u moet tegenspreken, Mister President, het lijkt wel een Hollandse traditie te worden. Máxima Zorreguieta is niet met Mark Rutte getrouwd, zij is met onze koning getrouwd en daarom onze koningin.
A queen? Net als in the United Kingdom? En ook nog een Prime Minister. Dat is wat ik zo haat aan Old Europe. Zij leven daar echt nog in het verleden met ouderwetse koningen en koninginnen en zo. Hebben ze daar ook nog keizers? En met al die staatjes waar je apart afspraken mee moet maken.

(Een secretaresse komt binnen. Trump fluistert haar iets in het oor en de secretaresse verdwijnt snel weer om bijna net zo snel weer terug te komen met een opgerolde kaart. Trump rolt de kaart open.)

Look naar al deze kleine landjes, dat kan echt niet meer. Allemaal lid van de NAVO en toch allemaal een andere mening: dat gele landje daar wil tegemoet komen aan onze eis om meer te betalen, dit paarse wil juist veel minder betalen en dit blauwe wil het liefst helemaal uit de NAVO stappen. En dan is er ook nog eentje dat Russische rockets wil kopen. Onmogelijk! En ze hebben allemaal een andere taal, allemaal. Het is een waar wonder dat jullie er ooit in zijn geslaagd om een gemeenschappelijke munt voor elkaar te krijgen.

(Onze verslaggeefster werpt een blik op de kaart en begint onbedaarlijk te lachen.)
Maar Mister President, ze hebben u een oude kaart in handen gestopt. Deze kaart is al minstens vier eeuwen oud! Nederland is nu al lang één land, net als Duitsland en België en Frankr…
O.

(Trump zwijgt beledigd en het kost onze verslaggeefster de nodige overredingskracht om het gesprek weer op gang te krijgen.)

Wat vindt u van de impasse in de Brexit-onderhandeling en het opstappen van Theresa May in Groot-Brittannië?
Dat zij weg is, is een goede zaak voor Engeland; maar ik was een tijdje geleden op de golfbaan in St. Andrews, Schotland, en die rare Schotten hebben een andere mening. Maar come on, hee, ik heb in de eerste plaats de Amerikaanse belangen te behartigen en voor America is het het beste wanneer mijn ouwe pal Boris Johnson premier wordt, zodat jullie Europeanen het nakijken hebben als the United Kingdom na de no deal brexit gedwongen is om iets meer naar America op te schuiven.

Duitsland?
Germany? I goddamn like the country. Ik heb veel bewondering voor the grand old mom, want Duitsland is geen makkelijk land om te besturen. Apart from that, ik maak mij eigenlijk wel een beetje zorgen om de gezondheid van Merkel.

Ja, dat doen wij allemaal. Wat zou er toch aan de hand zijn met haar? Ze trilt de laatste tijd zo vaak.
(Trump buigt zich vertrouwelijk voorover en zegt zachtjes tegen onze verslaggeefster):
Zal ik u eens vertellen hoe dat komt?

Weet u dat dan?
Ja, ik grabbed her by her pussy! En sindsdien shakes zij al de tijd. Anyway, ik mag haar wel, want sinds dat grijpen doet ze precies wat ik zeg. Alleen als het gaat om haar vluchtelingenpolitiek ben ik het principieel met haar oneens. Je zou toch mogen verwachten dat uitgerekend Duitsland ervaring heeft met het bouwen van muren. Europa dreigt haar identiteit te verliezen door zoveel vluchtelingen op te nemen, net als Amerika. Kijk maar wat er op dit moment gebeurt in Italië.

Ja, wat vindt u van de Italiaanse politiek?
Raar land, dat sinds de Tweede Wereldoorlog elk jaar een nieuwe regering heeft. Ik weet niet eens hoe de spaghettivreter van dienst heet en dat is maar goed ook, want over een paar maanden is er toch weer een andere. De ene partij wil immigratie beperken, thank God, de andere partij is opgericht door een democratic televisiegek: dat werkt toch niet?

En Frankrijk?
Onbetrouwbaar volk. Hun president stapt van de ene naar de andere politieke partij over en komt alleen maar in het nieuws omdat hij weer eens een hoop geld heeft uitgegeven aan make-up. Dat is bij Fransen blijkbaar normaal, maar ik vind het completely unacceptable, completely. Fransen vinden wel meer normaal, zoals stinkende kaas waarvan ze de geur met hun 100.000 verschillende parfums proberen weg te werken en het hurktoilet. Rubbish! Onmogelijk ding voor normale mensen. Het enige goede wat ze daar ooit hebben uitgevonden, zijn de French fries.

O, die dunne dingen die jullie ons middels jullie fastfoodrestaurants opdringen? In Europa houden wij meer van die dikke Belgische frieten. Ja, wat vindt u van de Belgen?
Dat is toch een deel van Frankrijk? Of is dat nou ook al een onafhankelijk land geworden?

Het was vroeger een deel van Nederland, maar is al sinds 1830 een onafhankelijk land, mijnheer de president.
O, dat wist ik niet. Jij kon dan wel lachen over die oude kaart die ze mij hebben gegeven, maar Europa barst nog steeds van de kleine staatjes met rare eigen talen, regels en wetten.

En dan te bedenken dat België nog niet eens een eigen taal heeft. Maar zegt u mij nu eens eerlijk: vindt u Rusland onder Poetin betrouwbaar?
Zeker! In dergelijke landen, waar men nog niet gewend is aan democratie, heeft men een sterke man nodig en als zodanig doet Poetin het niet slecht. Bedenk eens hoe Rusland er in de nineties aan toe was met een zuiplap als president: anarchie vierde hoogtij, misdadigers konden ongebreideld hun gang gaan en zich verrijken en daar heeft het land nu nog steeds last van.

En de mensenrechten?
Rusland bevindt zich in een overgangsperiode tussen totale anarchie en een decent society; dat mensen die daarover klagen het niet makkelijk hebben in Rusland, is treurig, maar gezien de omstandigheden niet meer dan begrijpelijk. Mijn vriend Vladimir heeft tenminste de guts om zijn tegenstanders op te sluiten, ik mag dat helaas niet.
Really, jullie beoordelen de man vaak helemaal verkeerd. Is er ooit één persoon uit jullie land in Poetins buitenhuis geweest? Nou dan! Ik wel.

In Nederland kijken wij toch iets gereserveerder aan tegen Poetin. Wij zijn de Russische betrokkenheid bij de MH17-ramp nog lang niet vergeten.
Hoe zei jullie prime minister, mister Rutte het ook weer? „De onderste steen zal bovenkomen.” Is die onderste steen ooit boven gekomen? Is de betrokkenheid van Rusland bij die terreurdaad na jaren van onderzoek aangetoond? Nee toch zeker?
Welk belang zouden de Russen in Oekraïne hebben gehad bij een dergelijke terreurdaad? Oekraïne wilde hulp van de Europeans en die kreeg het niet. Na het neerstorten van dat vliegtuig kreeg het land met die Chocolate King (Petro Porosjenko, Red.) ineens wél hulp. Moet ik nog verder gaan?

U erkent het eindoordeel van het Joint Investigation Team dus niet?
Niet zonder meer, nee. Er zijn nog te veel onduidelijkheden.

En wat is uw persoonlijke mening over president Recep Tayyip Erdoğan van Turkije?
Erdo? He’s another great guy! Ook in Turkije moet men nog wennen aan het begrip democratie en Erdo is de juiste man op de juiste plek om het Turkse volk naar een democratische samenleving te leiden. Of misschien moet ik zeggen: was. De man heeft van Turkije een moderne, eenentwintigste staat gemaakt, vergeet dat niet. Hij had alleen niet de fout moeten maken om te lang te blijven zitten; het is niet voor niets dat in America een president maar acht jaar in zijn ambt mag blijven. Zo zal ook ik in 2024 plaats moeten maken, that’s life. Ik weet niet hoe dat bij jullie in Holland is geregeld, maar het is goed dat er van tijd tot tijd vers bloed komt. Hoe is de huidige economische crisis in Turkije anders te verklaren?

Maar er zijn genoeg mensen die over mensenrechten klagen: journalisten, Gülenisten, Koerden … Laatst werd nog een Nederlandse politicus van Turkse afkomst vastgehouden in Turkije omdat hij met de Koerdische Arbeiderspartij sympathiseerde.
Niemand heeft iets tegen Koerden, ook Erdo niet. Maar wat u „Koerdische Arbeiderspartij” noemt, is in werkelijkheid een terroristische organisatie; volgens mij zijn we het daar internationaal wel over eens. Het zijn communisten, weet u? En als andere landen Erdo inmenging in hun binnenlandse politiek verwijten, heeft hij minstens net zoveel reden om die andere landen van hetzelfde te beschuldigen: een Nederlandse politicus, zei u toch?
En jullie Europeanen mogen Erdo wel eens dankbaar zijn in plaats van al dat gezeur over hem: in Turkije worden meer dan 3 miljoen vluchtelingen uit Syrië opgevangen, die jullie in Europa – terecht – niet willen hebben.

En de Griekse kwestie?
Ligt Griekenland nou ook al in Europa?

Nou en of! (De verslaggeefster laat de president een kaart van Europa zien op haar gsm. Trump wijst met een van zijn handjes naar de zuidrand van ons continent en naar de Middellandse Zee).
Jullie hebben te maken met hetzelfde probleem als wij. Hier loopt toch de grens met Afrika? Die zee is veel breder dan onze Rio Grande, dus de oplossing tegen al die immigranten zou makkelijker moeten zijn dan bij ons. Jullie hebben daar geen muur nodig, zoals wij. Spanje ken ik: daar spreken ze datzelfde taaltje als al die immigranten die zo graag America in willen. Maar voor de rest is het weer dat oude, Europese probleem: kijk eens hier: wat zie ik toch allemaal? Portugal, Spanje, Frankrijk, Italië, daar een wirwar aan nog kleinere landjes en Griekenland. Met allemaal eigen talen, regels en wetten. Wanneer worden jullie nou eens één land? Dan kunnen jullie eindelijk één front vormen om good old Europe te beschermen tegen invasies van Afrikanen die zich als lemmingen in zee storten.

Laat mij raden: dan zult Viktor Orbán ook wel een prima politicus vinden?
Victor who?

Orbán, de premier van Hongarije.
O, hij. Hungary, ja, ook zo’n landje, ik weet nauwelijks waar het ligt, maar: great guy, indeed: hij heeft tenminste begrepen waar het in de eenentwintigste eeuw om draait.

Tot slot nog één vraag, mijnheer Trump: wat vond u van het WK Vrouwenvoetbal?
Ik hou niet zo van soccer en al helemaal niet als het gespeeld wordt door vrouwen, maar het maakt verder niet uit welke sport het is: zolang America maar first is. Ik moet zeggen, ik vond sommige van die chicks van de tegenstander in de finale (Nederland, Red.) leuk om te zien, dat wel. Ik denk dat de sport dat nou net nodig had, want ik weet er toevallig dan weer net voldoende van om te weten dat women soccer jarenlang de naam had alleen maar voor en door manwijven gespeeld te worden en nu duiken er ineens voetbalsters op die er als prachtige vrouwen uitzien. Wat dat betreft, is het natuurlijk jammer dat de aanvoerster van Team America er uitziet als een … (censuur, Red.) en ook nog eens een naam heeft die klinkt als Rape me now: op die manier worden onze oude vooroordelen toch weer bevestigd. Er zij wilde niet in the White House komen: nou, des te beter!

Dank u voor dit interview. Welterusten, mijnheer de president, slaap zacht.





Bladzijde 3 De Nieuwe GIL 7 juli 2019


Gilletjes... rubriek voor, door en over kinderen.



Als pappa en mamma klaar zijn met het lezen van het interview met president Trump op de vorige bladzijde, mag jij hem uitknippen en de plaatjes van nieuwe handjes of pet voorzien.


MOPPEN:

Een vrouw staat voor de rechtbank omdat zij haar man ernstig lichamelijk letsel heeft toegebracht. Op de vraag van de rechter hoe zij dat heeft gedaan, antwoordt zij: „Ik gooide alleen maar een paar tomaten naar hem, edelachtbare.”
Rechter: „Kom, kom, mevrouwtje; van een paar tomaten raakt het gezicht van uw man niet zo beschadigd.”
„Het waren tomaten in blik, edelachtbare.”

Er verscheen een man in de biechtstoel en zei tegen de bisschop:
„Vader, vergeef me, ik heb gezondigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heb ik iets slechts gedaan.”
„Wat heb je dan gedaan?”
„Ik gaf heb een onderduiker een schuilplek in mijn stal gegeven.”
„Maar dat is toch geen zonde; dat is juist een goede daad.”
„Maar ik liet hem alle huur betalen.”
„Dat was niet zo aardig van je, maar vooruit, je riskeerde je leven, dus het zij je vergeven.”
„Dank u, vader. Maar ik heb wel nog een vraag.”
„Ja?” „Moet ik hem vertellen dat de oorlog voorbij is?”

Er was eens een man die gek was op voetbal. Op een goede dag vroeg hij zich af of er in de hemel ook gevoetbald wordt. Hij besloot het na te vragen bij een deskundige: „Mijnheer pastoor, weet u of ik kan voetballen in de hemel?”
De pastoor dacht even na en zei: „Ik zal het aan God vragen; als je over een paar dagen terugkomt. heb ik een antwoord voor je.”
Een paar dagen later kwam de man terug om te kijken of de geestelijke al antwoord had gekregen.
„Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws,” zei de pastoor. „Wat wilt u het eerste horen?”
„Het goede.”
„In de hemel wordt wel degelijk gevoetbald.”
„Ah, heel mooi! Maar wat is het slechte nieuws?”
„Jij speelt maandag in hun team.”

Het meisje zegt: „Ik heb het koud.”
Zegt haar vriend: „Ga maar in de hoek staan, daar is het 90 graden.”

Jantje loopt met een koe door het dorp.
Toevallig komt de burgemeester hem tegen: „Jantje, wat ben jij met die koe van plan?”
„Ik breng haar naar de stier, zodat die haar kan dekken, mijnheer de burgemeester.”
De burgemeester: „Zoiets zou jouw vader toch eigenlijk moeten doen, vind je niet, Jantje?”
Jantje: „Nee, mijnheer de burgemeester, dat moet de stier zelf doen.”

„Weet u,” vertelde de belastingmedewerker op een verjaardagsfeestje, „toen ik jong was, wilde ik altijd struikrover worden.”
„Dan bent u een van de weinige gelukkigen die erin is geslaagd om zijn jeugddroom om te zetten in werkelijkheid!”

RAADSELS (oplossingen op pagina 4):

Het heeft een been, maar het kan niet lopen. Het heeft twee vleugels, maar het kan niet vliegen. Het draagt een bril, maar het kan niet zien. Het heeft haar, maar het kan niet gekamd worden?

In de Tweede Wereldoorlog had Duitsland bijna heel Europa veroverd. Een van de weinige landen die niet veroverd waren, was Zwitserland. En ook toen al bestond de grens tussen Duitsland en Zwitserland voor een groot gedeelte uit de rivier de Rijn waar op een zekere plek een grote brug overheen loopt. Aan de Duitse kant daarvan was een wachtpost. De soldaten van deze wachtpost hadden het uitdrukkelijke bevel gekregen dat er niemand over de brug heen mocht. Als er iemand vanuit Duitsland zou proberen over de brug naar Zwitserland te lopen, dan moesten ze meteen op hem schieten. Als er iemand uit Zwitserland over de brug naar Duitsland zou willen lopen, dan moesten ze die persoon onder bedreiging van hun geweer weer terugsturen.
Nu was er een vrouw die vanuit Duitsland naar Zwitserland wilde vluchten. Ze zat al een hele tijd in de struiken verborgen en keek naar de brug om te zien wat daar allemaal gebeurde. Het was koud, en daarom zaten de soldaten in het wachthuisje. Precies om de drie minuten kwam er een soldaat naar buiten, om te kijken of er iemand op de brug was. Nu was de brug zo lang, dat het misschien wel tien minuten zou duren voor zij over de brug naar de overkant kon lopen. Dus begreep ze wel, dat het haar waarschijnlijk nooit zou lukken om veilig de overkant te kunnen halen. Toch kreeg ze op een zeker moment een goed idee en ze slaagde er inderdaad in, om veilig over de brug naar Zwitserland te lopen. Hoe dacht jij dat ze daarin slaagde?

Johns moeder heeft vier kinderen, aan wie zij de namen Winter, Spring en Summer had gegeven. Maar hoe heette haar vierde kind?

Twee moeders en twee dochters gaan uit eten. Iedereen eet één hamburger. Toch worden er maar drie hamburgers gegeten. Hoe kan dat?

Waarom ging John-Paul de Jong naar Roda JC?

Waarom zijn getrouwde vrouwen dikker dan single vrouwen?

Verbind de puntjes:



Lezerspost

Links
De eerste uitgave van De Nieuwe GIL was nog leuk om te lezen, maar de tweede uitgave gaf al duidelijk te zien welke kant het uitgaat: het is weer zo’n afschuwelijk links blaadje geworden. Dat zal dan wel te maken hebben met het feit dat het betaald wordt met het geld van de hardwerkende, Nederlandse belastingbetaler, net als de publieke omroep, theaters en klassieke concerten. Ik kijk dit nog één keer aan en als er geen verbetering zichtbaar is, zal ik mij genoodzaakt zien om het blad voor te dragen bij het meldpunt indoctrinatie van Thierry Baudet. U is gewaarschuwd.
Dhr. W. uit Venlo
Naschrift redactie: Wij zijn ons van geen kwaad bewust. Wij nemen niets of niemand serieus, of dat iemand van rechts is of iemand van links. Maar de heer Baudet is van harte welkom op onze burelen, hoor, dus gaat u vooral uw gang met uw melding. Wij zullen de pseudo-intellectueel met open armen en met hetzelfde potjeslatijn waarvan hij zichzelf zo graag bedient ontvangen: Audetbay, dolay alpay, ywhay oday ouyay rytay otay pressimay Oejay Ublicpay ithway ouryay updistay Igpay Atinlay?

Rob Jetten
Als bezorgde moeder stuit de wijze waarop u mijn zoon Rob in editie 2 van De Nieuwe GIL wegzet als een onmondige idioot, nota bene op de kinderpagina van uw ultrarechtse blad, mij tegen de borst. Ik eis een rectificatie, want wat jullie mijn kleine jongen in de mond leggen, slaat helemaal nergens op.
Mevrouw J. uit Veghel.
Naschrift redactie: omdat alles wat wij schrijven, berust op de waarheid, rectificeren wij nooit iets, dus ook niet de door onze redactie onderschepte, authentieke conversatie tussen u en uw „kleine jongen”. Die twee woorden zeggen al meer dan genoeg, mevrouw J..

U ziet het, beste lezer, iedereen leest De Nieuwe GIL, maar het leukste is dat iedereen er iets anders in leest: de een vindt ons extreem rechts, de ander extreem links. Wij genieten van alle brieven, dus blijft u vooral schrijven aan Postbus 278, 2500 AB Den Haag!





Bladzijde 4 De Nieuwe GIL 7 juli 2019


Kort nieuws
Van dat hééle korte, weet u niet?


FLASH!

Door een politiek schandaal in Oostenrijk is het nummer We’re going to Ibiza van the Vengaboys in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Sinds kort mogen vrouwen in Saoedi-Arabië ook achter het stuur van een auto plaatsnemen. Omdat er in het hete land alleen maar geblindeerde Hummers en andere patserauto’s rondrijden, is het moeilijker geworden om te zien of een auto door een vrouw of een man wordt bestuurd. Daarom is bij wet vastgelegd dat mannen rechts moeten rijden en vrouwen links.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Frankrijk is het nummer Make up your make up van the Shoes in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

De opwarming van de aarde stelt Nederland voor nieuwe uitdagingen: aan de zuidkant wordt ons kikkerlandje bedreigd door tijgermuggen en het draaigatje, aan de oostzijde rukt de Aziatische hoornaar op, terwijl de westflank van ons land blootgesteld wordt aan de Amerikaanse rivierkreeft, maar het opvallendst is de invasie van ijsberen in het noordelijk deel van het land. De meeste van deze beesten brengen allerlei enge ziektes zoals malaria, knokkelkoorts en gele koorts met zich mee, maar met welke enge ziekte deze laatste beesten ons land komen „verrijken”, is nog niet bekend.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Ierland en Noord-Ierland is het nummer Living on an island van Status Quo in die landen na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Op 22 maart j.l. veranderde de hoofdstad van Kazachstan weer eens van naam: Noersoeltan is de nieuwe naam (naar de eerste president van het onafhankelijke Kazachstan, Noersoeltan Nazarbajev). Het is al de vijfde naam van deze stad in de steppe in haar nog geen 200-jarige bestaan. Leden van het Republikeins Genootschap in Nederland staan te popelen om het Oranjehuis zijn macht te ontnemen en een republiek te vestigen, zodat zij de naam van onze hoofdstad kunnen veranderen in Irrgang, naar een van de oprichters van dat overbodige clubje van Irrsinnigen.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Duitsland is het nummer Shake your body van the Jacksons in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!


De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is door de regering van zijn land op zijn vingers getikt omdat hij tijdens de G20-top in Osaka een tête-à-tête had met de Koningin der Nederlanden. Een vrouw die haar man in het openbaar „een beetje dom” noemde, wordt in het misogyne, conservatief-islamitische land gezien als een incarnatie van Shaitan.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Italië is het nummer Benvenuto van Laura Pausina in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

De relatie tussen Taiwan en China is verder onder druk komen te staan nu Taiwan – voorheen: Formosa – bij zijn voormalige bondgenoot de Verenigde Staten meer dan honderd tanks en antitankraketten ter waarde van meer dan twee miljard dollar heeft besteld. Zoals bekend beschouwt Taiwan – officieel: Republiek China – het vasteland van China (officieel: Volksrepubliek China) als 33 afvallige provincies en regio’s.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭






FLASH!

Door een politiek schandaal in Groot-Brittannië is het nummer Don’t leave me this way van the Communards in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Op 18 april werd een grote groep demonstranten van de belangengroepering BIJ1 in de Drechttunnel tegengehouden door een klein aantal Blokkeer-Zuid-Hollanders. Sylvana Simons, Simone van Saarloos en hun getrouwen wilden in Dordrecht demonstreren tegen het verschijnen van drie nieuwe Bob Evers-boeken. „De stereotype rood-gele kleur van de boeken is discriminerend tegenover anders gekleurde boeken,” aldus een boze Simons.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Turkije is het nummer I don’t want your Freedom van Wham! in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Sinds de arrestatie van drie stafleden van de Civiele Dienst Tripolitaanse immigratie en hun detentie in de penitentiaire inrichting van Lotisico is het op de Middellandse Zee een komen en gaan van illegale emi- en immigranten. Een nieuwe fase van dit drama, waarbij meer mensen verdrinken dan er in het „beloofde land” aankomen, trad in toen de chef van de carabinieri op het eiland Pantelleria, Baldassare Del Vecchio, een opsporingsbevel liet uitgaan voor de beruchte Amerikaanse mensensmokkelaar Pablo Peraira wiens aanwezigheid op het eiland geattesteerd zou zijn. „De Nieuwe GIL” zal de gang van zaken nauwlettend volgen en u in een volgend nummer verslag doen.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Griekenland is het nummer Money Money Money van Abba in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

De vrouw van de Meppelse auteur Peter de Zwaan werd vanmiddag betrapt op de Dordtse Boekenmarkt terwijl zij een reisgids van Kirgizië afrekende. Bij gewone stervelingen denk je in zo’n geval eerder aan onorthodoxe vakantieplannen, maar in het geval van creatieve figuren is het best mogelijk dat de sympathieke schrijver in het diepste geheim bezig is met een boek als „Beslommeringen in Bisjkek” of „Kapsones in Karakol”. De tijd zal het leren.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Iran is het nummer Amerika van Rammstein in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Omdat de naam Christchurch sinds de aardbeving van 2011 en de aanslagen van 2019 een negatieve klank heeft gekregen overweegt het stadsbestuur om de naam van de stad te veranderen. In plaats de het voor de hand liggende oude Maori-naam van de stad, Otautahi, zou de voorkeur – in navolging van de Kazachse hoofdstad – uitgaan naar de naam Jacinda: naar de huidige premier Jacinda Andern, die de bevolking na de aanslagen tot zo grote steun was.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Zuid-Afrika is het nummer A.I.D.S. van Method Of Destruction in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Op 5 mei 2020 zal de Dutch Swing College Band ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan het officiële openingsconcert geven in het cultuurgebouw OCC in Den Haag. Het gebouw van architecten Jo Coenen en Patrick Fransen is qua interieur een ode aan het in 1964 afgebrande Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen aan de Zwarteweg, waar dit jazzorkest zo vele triomfen vierde. In een van o.a. André Hazes, Frank Zappa en Amy Winehouse afgekeken techniek zal de „klassieke” bezetting (Peter Schilperoort, Wybe Buma, Dim Kesber, Wim Kolstee, Arie Ligthart, Bob van Oven, Joop Schrier en André Westendorp) nog éénmaal „live” optreden, maar nu als hologram. Onzichtbaar voor het publiek in de zaal zal het enige Friese lid van de Big Chris Barber Band een gastoptreden met schuiftrompet in het souffleurshokje verzorgen.

✭ ✭ ✭ ✭ ✭


FLASH!

Door een politiek schandaal in Vanuatu is het nummer Going back to China van Diesel in dat land na jaren ineens op nummer 1 beland op iTunes.




Oplossingen van de raadsels op pagina 3:
(1) Een neus.
(2) De vrouw wachtte tot een van de soldaten de brug verkend had en weer naar binnen ging. Daarna liep ze snel op de brug toe en begon richting Zwitserland te lopen. Toen ze 2 minuten en 55 seconden gelopen had, keerde ze zich om, en liep weer richting Duitsland. Even later kwam er een soldaat naar buiten die dus dacht, dat zij van Zwitserland naar Duitsland wilde gaan. Met het geweer in de aanslag beval hij haar om zich om te draaien en weer richting Zwitserland te lopen. Wat zij natuurlijk maar al te graag deed.
(3) John.
(4) Het waren een oma, een moeder en een kleindochter.
(5) Hij wilde even niks meer met voetbal te maken hebben.
(6) Single vrouwen komen thuis, zien wat er in de koelkast staat en gaan naar bed. Getrouwde vrouwen komen thuis, zien wat er in bed ligt en gaan naar de koelkast.
(7)










Nieuwsbrief 52

Nieuwsbrief 53
als pdf

Nieuwsbrief 54

Register van
de Nieuwsbrief

Startpagina van
de Nieuwsbrief

Startpagina van
de Apriana