Nieuwsbrief nr. 26
ISSN 1386-6451
januari 2006 - 13e jaargang nr. 1



Een uitgave van Hans & Ton Kleppe en Roger Schenk, buitengewoon honorair leden van het Bob Evers Genootschap
redactieadres: Jacoba van Heemskerckstraat 7, 3351 SP PAPENDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieTon Kleppe
Gipsen afgietselMarie-José van den Hout
Aanvulling op de bibliografie van W.H.M. van den HoutRoger Schenk
Brief aan den Kampcommandant d.d. 18 Mei 1945W.H.M. van den Hout
Leut in LeusdenRoger Schenk
Bob Evers: de stripHans Kleppe
Het politieke verleden van BreitsteinJohn Beringen




Nieuws van de redactie
Ton Kleppe


Doorstart van de Bob Evers Nieuwsbrief.
Het is enige tijd stil geweest rond de Bob Evers Nieuwsbrief. Door dezen en genen werd al de vraag gesteld of Nieuwsbrief nr. 25 van augustus 2004 de laatste is geweest.
Een driewerf neen is hier op zijn plaats.
Wij hebben Roger Schenk (u allen welbekend) bereid gevonden om de redactie te versterken. Onder de bezielende leiding van Roger, buitengewoon honorair lid van het Bob Evers Genootschap, gaat de Nieuwsbrief een flitsende doorstart maken.
De redactie zal voortaan, en hopelijk nog heel lang, dus bestaan uit drs R. Schenk en de Kleppe brothers.
Voor zijn medewerking aan de Nieuwsbrieven nr. 20 tot en met nr. 25 zijn wij Simon Kuipers grote dank verschuldigd.
De Bob Evers Nieuwsbrief zal in principe weer twee maal per jaar verschijnen.
De verschijningsvorm zal veranderen. Kregen alle aangemelde lezers, tot en met Nieuwsbrief nr. 25, de Nieuwsbrief naar hun persoonlijke e-mail adres opgestuurd; met ingang van dit nummer wordt de Nieuwsbrief nog uitsluitend gepubliceerd op de Internetsite:
www.apriana.nl.
Op genoemde internetsite zullen de Nieuwsbrieven zowel in een ‘slechts lezen’ versie verschijnen als in een te printen versie in pdf-formaat. Dit laatste als service voor de verzamelaars die een papieren versie willen toevoegen aan hun verzameling.
Via de Bob Evers mailinglist en www.bobevers.nl zal het verschijnen van deze en volgende Nieuwsbrieven bekend worden gemaakt. Wij zullen proberen om alle lezers via hun e-mail adres te benaderen met dezelfde boodschap.
Wij maken u erop attent dat uw reacties vanaf heden gestuurd kunnen worden naar het volgende e-mail adres: nieuwsbrief@apriana.nl.
De advertentierubriek „In de Roos” zal niet meer verschijnen, tenzij daar grote behoefte aan mocht zijn. Er zijn op Internet zoveel advertentie mogelijkheden voor vraag- en aanbod dat wij menen dat er genoeg is op dat gebied.
Wij roepen lezers op om, evenals in het verleden, bruikbare kopij voor de Nieuwsbrief voor te leggen aan de redactie. Zo blijft de Nieuwsbrief door u en voor u.
Wij wensen u veel genoegen bij het lezen van deze Nieuwsbrief en kritiek is vanzelfsprekend welkom.

John en Carla getrouwd.
Op 1 december 2005 is buitengewoon honorair lid van het Bob Evers Genootschap en de enige - officieel door de Nederlandse televisie erkende - Bob Evers-deskundige John Beringen getrouwd met zijn Carla; de huwelijksceremonie heeft plaatsgevonden in besloten kring; toch wist de redactie de hand te leggen op een foto van het gelukkige bruidspaar.


De redactie wenst John en Carla natuurlijk het allerbeste en constateert tot haar genoegen, dat inmiddels 75% van alle buitengewoon honorair leden van het Genootschap getrouwd is (alhoewel één redactielid nu vurig zit te hopen dat het daarbij blijft...)
Johns kersverse rol als echtgenoot heeft hem er overigens niet van kunnen weerhouden om - naar goede oude traditie - een allervermakelijkst kerstverhaal te schrijven; zijn kerstverhaal 2005, getiteld „Oud papier”, is te vinden op De Leesbeer.

Enkele reacties op het uitblijven van Nieuwsbrief 26.
De redactie heeft kennis genomen van jullie opmerkingen op de Bob Evers Mailinglist, zoals:
De Nieuwsbrief is waarschijnlijk een stille dood gestorven Niet dat ik er meer van afweet, maar inmiddels zijn er dus al TWEE nieuwsbrieven niet verschenen (januari en juli/augustus). Het zal dus echt wel afgelopen zijn. Maar een mededeling hieromtrent zou wel op z'n plaats zijn geweest.
            [John Beringen, 27 september 2005];
We wachten met kloppend hart op de volgende Nieuwsbrief en op alles wat komen gaat.
            [Marie-José van den Hout, 28 september 2005] en:
Tot mijn grote spijt heb ook ik moeten vaststellen dat de aangekondigde Bob Evers Nieuwsbrief van januari 2005 nog niet is verschenen.
Ik verontschuldig mij voor het uitblijven van enige uitleg. Aan de andere kant vervullen de reacties mij met enige voldoening; immers de
Nieuwsbrief is nog niet vergeten en wordt zelfs gemist!
            [Ton Kleppe, 28 september 2005].
Dit zijn slechts enkele reacties, die ongetwijfeld het gevoel van velen weergeven.
De redactie hoopt vurig (heel vurig), dat ook onderstaande reactie het gevoel van velen weergeeft:
Ik wens je veel succes met het opnieuw starten van de BE Nieuwsbrief en als er nieuws is houd ik je op de hoogte.
            [Nina Boender van Weton-Wesgram in een mailtje aan de redactie d.d. 17/01/06].

Nieuw verschenen.
Peter de Zwaan.
Onlangs zijn bij de Eekhoorn de eerste twee delen van de Toni en Teo-serie voor de jeugd verschenen; volgens de site: www.peterdezwaan.nl moderner en eigentijdser dan Bob Evers, maar even spannend, snel geschreven en vol avonturen. Klik hier voor een beschrijving van „De vierkante man” en „Verwende krengen”.
In het voorjaar van 2005 verscheen bij De Boekerij de thriller Hoerenjong (ISBN 90 225 4127 4), terwijl in oktober 2005 bij de jonge uitgeverij Elbertinck De Zwaans nieuwste thriller „De Middelman” verschenen is. Klik hier voor een beschrijving van dit boek, ISBN 90 8569 007 2.

Doeschka Meijsing en Geerten Meijsing.
Broer en zus in één boek! De titel van de dubbelroman is: „Moord & doodslag”. Uitgebracht door Querido & De Arbeiderspers, 524 bladzijden, ISBN 90 2147 486 7.
Geerten Meijsing is bestuurslid van het Bob Evers Genootschap en zowel hij als zijn zusje hebben in het verleden bijdragen geleverd voor de Nieuwsbrief. De redactie is trouwens van plan om hen opnieuw te benaderen voor het schrijven van een column.





Gillende primeur in de volgende Nieuwsbrief.
De redactie heeft enkele uitzendingen van de Radio Gil-club (Radio Yellclub) op de kop getikt. De uitzendingen dateren van begin 1945. De compilatie beslaat ongeveer 10 minuten. In de volgende Nieuwsbrief, nr. 27, zal de toegang tot het geluidsfragment kenbaar worden gemaakt.

Die eerstvolgende Bob Evers Nieuwsbrief, nr. 27 dus, verschijnt in juli 2006.
Kopij graag inzenden uiterlijk in de maand juni 2006 naar nieuwsbrief@apriana.nl.





Gipsen afgietsel
Marie-José van den Hout



Lieve redactie!
Als welkomstgeschenk voor jullie inspanningen de NIEUWSBRIEF eindelijk weer eens te laten verschijnen, het volgende ludieke verhaaltje, uniek in zijn soort –

Het gaat hier om een mailtje, gedateerd 8 december 2005, en geschreven als reactie op een lang artikel in JAZZ BULLETIN van Oktober van datzelfde jaar, getiteld: „DE DONKERE KAMER VAN WATERMAN”, van de hand van Harm Mobach.
Dit artikel gaat over de schimmige rol die Willem W. alias Willem Waterman speelde gedurende de bezettingsjaren.
Het mailtje in kwestie luidt als volgt:

*   Met genoegen heb ik het verhaal over de maskerades van Willem Waterman gelezen en een absurde herinnering mijnerzijds wil ik U niet onthouden.
In 1957 begon ik tuba te spelen bij de Delftsche Studenten Dans Harmonie en ik luisterde vol bewondering naar de trombonist Henk Sinnema, ook naar diens verhalen.
Henk had in het Haagse jazzcircuit WW ontmoet en wist te melden dat hij de schrijver van de Bob Evers boeken was en een persoonlijke vriend was van verschillende leden van de DSC band.
Henk vond het een merkwaardige man onder andere omdat WW rond Sinterklaas een gipsen afgietsel had gemaakt van zijn geslachtsdeel en vervolgens replica’s in chocola had geproduceerd. Deze replica’s had WW als sinterklaassurprise aan zijn vriendinnen cadeau gedaan.   *


(naam en adres zijn bij de redactie bekend) –
Maar wie kent de figuur die naast Willem op de boot prijkt?

Was getekend: Marie-José VAN DEN HOUT





Aanvulling op de bibliografie van W.H.M. van den Hout
Roger Schenk


Eén van Willems illustere voorgangers zei het al: het kan verkeren.
Sinds de uitvinding van het vak Klassieke Culturele Vorming heb ik altoos een hekel aan dat vak gehad, niet in de laatste plaats omdat ik dat vak zelf moest gaan geven. An sich is er nog niet eens zoveel mis met dat vak, maar door allerlei onderwijsmis- dan wel hervormingen ben je tegenwoordig gedwongen om alle vakken op een gymnasium op een dusdanig laag niveau te doceren, dat HBS-bengels van een jaar of vijftig geleden er hun neus voor op zouden halen.
Maar wat mij nou toch overkomen is dankzij dat vak KCV brengt mij ertoe om jullie allen plechtig te beloven minstens een jaar lang niet meer te schelden op dat vak. Cross my heart and hope to die!
In die heel hete zomer van 2003 (van dat heele hete, weet u niet?) heb ik menige middag gespendeerd aan het ontwerpen van zo’n 360 vragen over de diverse onderwerpen die leerlingen kunnen kiezen voor hun Romescriptie. Maar eindelijk beginnen het bloed, het zweet en de tranen van die hete zomer hun vruchten af te werpen! In plaats van leerlingen twee weken lang door Italië rond te leiden, van ruïne naar museum en van kerk naar schilderij te sleuren, moeten zij in Rome één middag lang zelf aan het werk met míjn vragen, hetgeen ondergetekende tijdens de Romereis van 2004 dan eindelijk eens een vrije middag oplevert. En wat zoudt gíj doen in zo’n geval? Juist: je struint wat boeken- en platenzaken af. En ja, je vindt altijd wel wat, maar wie denkt er nou in de verste verte aan good old Wimpie van den Hout als je in dat good old Rome langs die good old tweedehands boekenkraampjes op die good old Piazza della Reppublica loopt? Ik in elk geval niet!
En toch… en toch… toch werd ik min of meer met mijn neus op het bestaan van Willem gedrukt, toen ik in één van die kraampjes een stuk of vijf van die gele pocketjes van de Olympia Press Italia ontdekte. „Hee, Olympia Press, dat is toch…?”
Maar nee, die gedachte is te gek voor woorden! Staat er niet in dat artikel „Een jonge meester in het huis van de pijn. Girodias, Komrij en de Olympia Press Nederland” in De Parelduiker 2004/2 dan niet zwart op wit dat er nooit Italiaanse, Franse en Nederlandse vertalingen van „The House of Pain” zijn verschenen? Juist! Gauw doorlopen dus: op naar het volgende kraampje, en dat daarna.
En wat ontdek ik daar? Geen geel pocketje van Olympia Press Italia, maar een rode hardcover met stofomslag: Monique von Cleef, „Padrona senza pietà!!! De wonderen zijn de wereld nog niet uit!
Het betreft hier - dus toch! - een Italiaanse vertaling van „The House of Pain” door ene Giacomo Orsetti, en uitgegeven door Olympia Press Italia in 1974! Vanuit welke taal die Orsetti heeft vertaald weet ik niet, maar de titel „Padrona senza pietà” is een letterlijke vertaling van de Duitse versie van het boek, „Herrin ohne Mitleid”. Dus zelfs als er in dat bewuste artikel in De Parelduiker had gestaan dat er wel een Italiaanse vertaling had bestaan en ik was daarom bewust op zoek gegaan naar deze vertaling, dan had ik die nooit gevonden, want dan zou ik uiteraard op zoek zijn gegaan naar „La casa del dolore”, of zoiets…
Wie nu echter denkt dat Willems ster sindsdien ook in Italië rijzende was, komt bedrogen uit: in het hele boek wordt niet één maal de naam Willem (of William) Waterman genoemd!
Nou zeggen grote schrijvers als Willem van den Hout en Karl May met enige regelmaat dat toeval niet bestaat, maar ik kan niet anders zeggen dan dat dit toch een mooi staaltje toeval betreft! En op het vak KCV zal ik dus minstens een jaar nooit meer schelden, zoals jullie weten!

En zo bestaat er dringend behoefte aan een geheel nieuwe druk van de Kleppe-map, want het bibliografische gedeelte behoeft toch wel enige uitbreiding. Hans en Ton, namens alle fans: please…?
Dat Willem in zijn hoedanigheid als Joke Raviera al eens een boekje heeft volgepend onder de titel „Brieven aan Joke” is pas na de laatste update van de Kleppe-map bekend geworden. Het betreft hier een boekje uit 1970 (ondertitel: „Bekentenissen over normale en abnormale seks”) van de N.V. Uitgeverij P.J. Muller te Amsterdam en het bevat (alle?) „ingezonden” brieven aan Joke Raviera (=Willem) toen deze bij het blad Candy werkte. Het woord „ingezonden” staat hier niet voor niets tussen aanhalingstekens, want het overgrote deel van de brieven heeft Willem zelf verzonnen, inclusief het antwoord van „Joke”.
Wel in de Kleppe-map te vinden is een foto van de naamplaat op Willems woning in de Hugo de Grootstaat: […] „C.B. McInverness, psycho-analist (USA)”; dat Willem ooit een manuscript, genaamd „De creativiteit van de rebellerende mens”, heeft getypt, zal bij de meesten van jullie ook wel bekend zijn, maar toen ik een paar maanden geleden bij een boekenzoekdienst de naam „McInverness” intoetste, vond ik tot mijn verrassing een boekje van Uitgeverij Kerco, genaamd „Erotisch spel. 169 standen. Technieken voor een gelukkig geslachtsleven”. Het boekje bevat naast honderden zwart/wit-foto’s alleen maar een voorwoord en dat 6 pagina’s tellende voorwoord is geschreven door C.B. McInverness, M.D., Ph.D., psychiater-sexuoloog: Willem dus. Of Willem deze wettelijk beschermde titels mocht gebruiken, waag ik te betwijfelen, maar het blijft een feit dat hij ook onder de naam McInverness gepubliceerd heeft.

En gezien de recente verschijning van de stripboeken bij Uitgeverij Arboris valt er voor de Kleppe Brothers genoeg aan te vullen, dus uit naam van alle fans nogmaals het verzoek voor een geactualiseerde bibliografie!
Valt het jullie trouwens óók op dat Arboris de naam van de initiator van het stripproject, Koen Wynkoop, zorgvuldig heeft vermeden?
Valt het jullie trouwens óók op dat Arboris de zin „Mijn naam is Arie Roos.” op p. 48 niet zo zorgvuldig in het Duits heeft vertaald als „Ich heiße Arie Prins.”? Daarmee bevindt Arboris zich gek genoeg in goed gezelschap, want Willem had het in het interview met Pamela Koevoets ook al over „Arie Prins” en zijn zoon Paul deed hetzelfde in de film De erfenis van een zonderling





Brief aan den Kampcommandant d.d. 18 Mei 1945
W.H.M. van den Hout


In het dossier van de Politieke Recherche Amsterdam bevond zich onder nummer 2383 de volgende brief van Willem.
Willem is in de avond van 11 mei 1945 gearresteerd en na enkele dagen in een schoollokaal in Amsterdam te hebben doorgebracht werd hij in de loodsen aan de Amsterdamse Levantkade, die inmiddels waren ingericht als kamp voor politieke delinquenten, in voorarrest vastgezet. Van hieruit heeft Willem op 18 mei nevenstaande brief geschreven aan de commandant van dat kamp. Van enig direct resultaat van deze brief is evenwel niets te merken geweest: Willem werd ettelijke malen overgeplaatst (o.a. naar Fort Blauwkapel te Utrecht, ons welbekend, het Huis van Bewaring nr. II te Amsterdam en naar de cellenbarakken te Scheveningen), en zou pas in 1948 weer op vrije voeten komen, zonder ooit veroordeeld te zijn.
De transcriptie van Willems handschrift luidt als volgt:


Amsterdam,
18 Mei ’45

Aan den Weledelgestr. Heer
          Kampcommandant



Ondergeteekende, W. H. M. v.d. Hout, geb. te ’s Bosch, 3 Juni ’15, brengt ter dringende aandacht van zijn Kampcommandant,


I )

Dat hij onder den naam Willem W. Waterman ettelijke romans heeft geschreven,


II )

Dat hij sinds 4 jaren slechts illegaal werk verricht in opdracht van den chef G. D. N. (Geheime Dienst Nederland) te den Haag,


III )

Dat hij, nimmer lid is geweest van N. S. B., SS, Kultuurkamer of Journalistenverbond,


IV )

Dat hij niet dan in opdracht van den Geheimen Deinst Nederland zich in “De Gil” heeft gemengd met als opdracht den hoofdredacteur (Thijssen) te nekken en het blad eerst onschadelijk te maken en dan verboden te krijgen (en andere speciale karweitjes heeft opgeknapt),


V

Dat hij het als heel pijnlijk en kwetsend aanvoelt, juist nu hij in den Haag dringend noodig is, samen met pro-Duitschers en landverraders te zitten opgesloten,


VI

Dat hij reeds verschillende malen getracht heeft, iemand zoover te krijgen, dat er bij de G. D. N. in den Haag wordt geverifieerd, - tot dusver echter vergeefs.


VII

Redenen, waarom hij zijn Kommandant dringend verzoekt, in dit speciale geval speciale maatregelen te nemen, ten einde te voorkomen dat ondergeteekende onnoodig lang (zonder reden) in voor arrest blijft.


Met de meeste

          Hoogachting

          W.v.d.H.


Rechtsonder is geschreven en gestempeld dat deze brief op
19/5 In handen gesteld van den Alg. Comm., ter Afdoening,
De Adj. Comm.

De Kapitein-adj.
(onleesbaar stempel en dito handtekening)”





Leut in Leusden
Roger Schenk


Op zijn vroegst sinds januari 1994 weten we, dat Willem van den Houts zus
Marie-José óók een begenadigd schrijfster is: in die maand kreeg de Bob Evers Nieuwsbrief (nr. 3) namelijk de primeur van de voorpublicatie van een der hoofdstukken van een ooit te verschijnen boek van Marie-Josés hand dat de titel „Gelukkig Gisteren” mee zou krijgen: „Winnetou en Old Shatterhand”.
Het wachten was alleen nog op het vinden van een geschikte uitgever; maar ja, je weet hoe zo iets gaat: Nederlandse uitgevers en kwaliteitsboeken... Werd indertijd niet zelfs de Bob Evers-serie door de ene na de andere uitgever geweigerd?
Nou mag de dag van gisteren blijkens de titel van Marie-Josés geplande boek dan wel als „gelukkig” worden gekwalificeerd, de dag van vandaag heeft toch ook zo zijn voordelen: er bestaat namelijk een geheel nieuw medium, internet, dat iedereen de kans geeft om zijn ei kwijt te kunnen: we hebben helemaal geen uitgevers meer nodig!
En zo kon het zo maar gebeuren dat op 8 mei 2004 de site www.gelukkiggisteren.nl werd gelanceerd, waarop Marie-José al haar eieren - in de vorm van herinneringen, gedichten, foto’s en links - kwijt kon. Voorwaar een prachtige site, niet alleen voor de liefhebber van leven en werk van haar broer Willem, maar bovenal ook voor al diegenen die geïnteresseerd zijn in de persoon Marie-José van den Hout.
En toch... en toch... het geschreven en gedrukte woord blijft voor mij en myriaden anderen toch altijd nog plezieriger dan internet; je mag dan tegenwoordig lap- en palmtops hebben, maar zelfs die neem je toch niet mee naar bed om lekker nog eens even een hoofdstukje te lezen? En dan heb ik het nog niet eens over de gewone desktop-computers waarover de meesten van ons nog steeds beschikken!
Groot was dan ook mijn verrassing en vreugde, toen mij in de zomer van 2005 het bericht bereikte, dat Marie-Josés mémoires in boekvorm zouden verschijnen! Eindelijk een uitgever, die haar kwaliteiten onderkende! De vreugde steeg echter ten top, toen dezelfde uitgever nòg een bericht verstuurde, waarin kond werd gedaan van de heruitgave van een minder bekend werkje van Willem: „Betty de mannenhaatster”, in een beperkte oplage van 33 exemplaren!

Op 4 september 2005 was het dan eindelijk zo ver: als verschillend gekleurde ballen op een Russisch biljart kwamen Bob Evers-liefhebbers, vrienden, bekenden, familieleden en buren van Marie-José tezamen in Restaurant Oud-Leusden.
Meer dan duizend woorden spreken de foto’s - o.a. op deze zelfde site onder de titel Leut in Leusden - boekdelen: het was een geslaagde dag voor alle aanwezigen: Marie-José was druk bezig met het bestempelen en signeren van beide boeken, heel de club van allemaal gekken, allemaal gekken was intens verheugd weer eens bijeen te zijn! Herinneringen werden opgehaald, afspraken gemaakt...
Over het boek van Marie-José - in stemmig groen uitgevoerd - kunnen we vrij kort zijn: de kwaliteit daarvan staat buiten kijf; de niet-kopers van het boek hebben ongelijk.
Over (de kwaliteiten van) het rode boekje van haar broer Willem daarentegen zou uw chroniqueur uiterst kort kunnen zijn: qua stijl en teneur doet het boek in sterke mate denken aan het enige jaren geleden heruitgegeven „Lizzie Scott gaat de vernieling in” (onder het pseudoniem Zsa Zsa Ferguson; beide boeken - „Lizzie Scott” en „Betty de mannenhaatster” - zijn naargeestig zonder happy end en missen de kwaliteit van Willems overige werk.
En toch zijn er omstandigheden die ondergetekende nopen om wat meer woorden te wijden aan „Betty de mannenhaatster”: in het nawoord wordt ervan uitgegaan, dat Willem het boek ooit heeft geschreven, en wel onder het pseudoniem Trudy Starling.
Maar nee, Trudy Starling is (of was) een bestaande Amerikaanse schrijfster; in het jaar 1965 schreef zij het boek „World without men”, met als hoofdpersoon ene Betsy. „Betty de mannenhaatster” is alleen maar een Nederlandse vertaling, of liever gezegd bewerking van dit Amerikaanse origineel, hoogstwaarschijnlijk inderdaad van de hand van Wimpie van den Hout.
Waar „World without men” overduidelijk vanuit een vrouwelijk perspectief is geschreven, met veel aandacht voor de verwarrende gevoelens van de hoofdpersoon, BETSY, is de Nederlandse bewerking meer gericht op het prikkelen van de zinnen der mannelijke lezer, waarbij de gevoelens van de hoofdpersoon, BETTY, ondergeschikt zijn gemaakt. De scène waarin de „Nederlandse” Betty zichzelf in bad bevredigt (p. 15-16), ontbreekt in de Amerikaanse versie geheel.
Terwijl de Amerikaanse Trudy Starling de eerste verkrachtingsscène (door Rod) - als zijnde ondergeschikt aan de verhaallijn - afdoet met het zinnetje „A red ball of dismay whirled in her skull, then exploded in the sudden, terrible pain of his presence as a male”, heeft Willem pagina 21 t/m 27 nodig om de verkrachting met duidelijk plezier in geuren en kleuren te beschrijven.
Om wraak op mannen in het algemeen te nemen, besluit zowel „Amerikaanse” Betsy als „Nederlandse” Betty te gaan strippen, om de mannenwereld te straffen: zij mogen haar als prachtig beschreven lichaam wel bekijken, maar niet aanraken!
Aan het einde van het boek gaat de „Amerikaanse” Betsy naar een naamloze plaats, terwijl haar „Nederlandse” evenknie naar een plaats, genaamd Babbington wordt gelokt, alwaar een tweede, beestachtige dubbele verkrachting plaatsvindt, door Willem eveneens met satanisch genoegen beschreven gedurende vele pagina’s, waarna Betty als een hoopje ellende achterblijft; een hoogst onbevredigend slot voor deze hoofdpersoon, voor wie de lezer gedurende de roman sympathie heeft gekregen, omdat hij medelijden met haar en begrip voor haar verwarrende gevoelens heeft opgevat. Verrassend is het daarom wellicht, dat de oorspronkelijke uitgave, „World without men” eindigt zonder die dubbele verkrachting; sterker nog, Betsy keert terug naar Wells City, de plaats waar haar strip-avonturen hebben plaatsgevonden, en wordt uiteindelijk van een poging tot verkrachting gered door ... voornoemde Rod!!! Een happy end, dat we de hoofdpersoon van harte gunnen! Bovendien kunnen we leven met de voor mannen geruststellende gedachte, dat het uiteindelijk allemaal goed komt, want Betsy valt dus toch gewoon op mannen...
Is de aanschaf van het door Bert Meppelink (her)uitgegeven en prachtig vormgegeven boek „van Willem” dus zinloos geworden?
Nee, zeker niet, want het nagaan van de wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijke roman biedt een interessante blik in Willems zielenroerselen, dacht ik zo. Willem blaast het gegeven van een verkrachting en een bijna-verkrachting op tot iets enorms; hij beschrijft beide verkrachtingsscènes, zoals gezegd, met duidelijk satanisch genoegen.
Maar de lezer blijft achter met de prangende vraag waarom Willem de naam Betsy heeft veranderd in Betty, de naamloze plaats in Babbington en de naam „Chester Jones” in „Creaves”. Om nog maar te zwijgen van de vraag, die ondergetekende sindsdien bezig houdt: zou „Lizzie Scott gaat de vernieling in” van „Zsa Zsa Ferguson” nou óók een vertaling/bewerking zijn?





Bob Evers: de strip
Hans Kleppe


Drie-en-een-halve strip, één strip, geen strip, hoe zit het nu precies met de ooit met zoveel enthousiasme door Koen Wynkoop geïnitieerde Bob Evers stripreeks?
De kans dat de lezers door de bomen het bos niet meer zien, is natuurlijk levensgroot! Er is zoveel gebeurd, dat wij meenden hieronder een kort overzicht van de stand van zaken te moeten geven.
Op 21 november 2002 startte het toenmalige Algemeen Dagblad de strip „Een vliegtuigsmokkel met verrassingen”, gepresenteerd door het Algemeen Dagblad in samenwerking met
Comic House. De strip is getekend, aldus het bijschrift, „naar de verhalen van Willy van der Heide, bewerkt door Koen Wynkoop”, door Hans van Oudenaarden en vulde de strippagina’s van het Algemeen Dagblad tot 8 maart 2003.
Dezelfde Hans van Oudenaarden tekende ook de tweede Bob Evers strip, „Kabaal om een varkensleren koffer”, dat het Algemeen Dagblad in samenwerking met Comic House Oosterbeek presenteerde van 9 december 2003 t/m 31 maart 2004; het bewerken van het scenario, weliswaar nog steeds „naar de verhalen van Willy van der Heide”, was ditmaal echter niet meer in handen van de geestelijk vader van de Bob Evers stripreeks, Koen Wynkoop, maar van Frank Jonker.
Ook de derde strip, „Avonturen in de Stille Zuidzee”, die van 16 november 2004 t/m 5 maart 2005 in het Algemeen Dagblad (alweer i.s.m. Comic House Oosterbeek) verscheen, was afkomstig van de heren Van Oudenaarden en Jonker.
Nu had het toenmalige Algemeen Dagblad van oudsher een samenwerkingsverband met diverse regionale kranten, zoals De Dordtenaar (welbekend van de diverse artikelen over Bob Evers), maar deze samenwerking ging niet zover, dat al die kranten dezelfde strips publiceerden; in deze situatie kwam abrupt verandering op 1 september 2005, toen het Algemeen Dagblad een aantal regionale kranten inlijfde. Lopende strips in de diverse kranten werden abrupt stopgezet, vaak middenin een verhaal, en dat ten faveure van de vierde Bob Evers strip: „Drie jongens op een onbewoond eiland”. Het begin van deze vierde strip was dusdanig plotseling, dat het Algemeen Dagblad blijkbaar geen kans zag om een introductiepagina te plaatsen, maar gezien de stijl van tekenen mogen we gevoeglijk aannemen, dat ook nu weer het duo Van Oudenaarden & Jonker verantwoordelijk is voor deze strip; de eerste paar afleveringen van deze strip werden overigens gepubliceerd onder de titel „Avonturen in de Stille Zuidzee”: er was een mailtje van niemand minder dan Marie-José van den Hout aan de AD-redactie voor nodig om de juiste titel, „Drie jongens op een onbewoond eiland”, in de krant te krijgen! Wat de makers van het Algemeen Dagblad bezield moge hebben, mag Joost weten, maar tot verbazing van vriend en vijand hield deze voorlopig laatste strip midden in het verhaal op op 17 oktober 2005 en moesten wij het doen met de troostende mededeling, dat de strip vanaf april 2006 voortgezet zou worden.

Normaliter zou men mogen verwachten dat de eerste strip die in de krant gepubliceerd was, ook de eerste was die in boekvorm zou verschijnen, maar niets is minder waar! Niet alleen vanwege een juridische strijd tussen Koen Wynkoop en uitgeverij Arboris, maar naar verluidt ook omdat Hans van Oudenaarden en Frans Jonker diverse passages uit de stripversie van „Een vliegtuigsmokkel met verrassingen” aanzienlijk wilden of willen wijzigen, was de eerste en tot nog toe enige strip die in boekvorm verscheen „Kabaal om een varkensleren koffer”. Op 16 oktober 2004 presenteerde uitgeverij Arboris deze strip meteen maar in zes verschillende versies, waaronder een Duitse en een Deense. „De kans,” echter, „dat wij deel 2 nog gaan uitbrengen, is erg klein,” aldus de directeur van Arboris in september j.l. Er zouden teveel (juridische) problemen gerezen zijn; de directeur van de uitgeverij laat echter weten, dat hij naarstig op zoek is naar een andere uitgeverij voor volgende Bob Evers stripdeeltjes.
Of er in de toekomst dus nog meer Bob Evers stripverhalen zullen verschijnen, blijft dus koffiedik kijken; zelfs de door uw redacteuren geraadpleegde waarzegster La Paraquita moest het antwoord schuldig blijven!





Het politieke verleden van Breitstein
John Beringen


Breitstein: die kennen we uiteraard uit „Een overval in de lucht”. De schurk met een wat komische tongval („Jullie blaiven boiten het vliegtoig”). Minder komisch is zijn politieke verleden dat, vreemd genoeg, nogal verschillend is in de HC en de pocket. In het gebonden boek blijkt Breitstein een Duitser van geboorte te zijn en oud Gestapo-man. In de pocket daarentegen blijkt deze man ineens een Oost-Europeaan (Pools of Bulgaars) te zijn die bij de spionagedienst heeft gewerkt.
Het heeft mij altijd verbaasd en wel om verschillende redenen. Het mag duidelijk zijn dat Breitstein moest worden afgeschilderd als „een hele verkeerde”. Door hem ten tonele te voeren als oud Gestapo-man lukt dat perfect. Zéker anno 1949 toen „Overval” voor het eerst verscheen. Dat zou eveneens het geval zijn geweest in 1965 toen de boeken werden omgezet in pockets. Wellicht was men (WvdH en uitgever) op dat moment, met de inmiddels op gang gekomen koude oorlog op de achtergrond, van mening dat er nog wat aan grimmigheid gewonnen kon worden door deze man in een oud-medewerker van een Oost Europese spionage-dienst te veranderen. De benaming „spionage-dienst” is trouwens ook vreemd te noemen. „Geheime dienst” zou (denk ik) beter geweest zijn.
Een punt van kritiek valt aan te geven op de manier waarop deze kwestie bij de lezers onder de aandacht wordt gebracht. Breitstein blijkt zowel heel dom als heel slim te zijn. Deze wonderlijke constatering vereist uiteraard enige uitleg. Het is aan te nemen dat domme mensen niet in dienst zouden kunnen treden bij de Gestapo of een geheime dienst terwijl slimme mensen daar achteraf nooit mee te koop zouden lopen. En dat is nu precies wat Breitstein WEL doet als Jeffries wordt verhoord op blz. 100 van de pocketversie. Waarom dit probleem niet eenvoudig omzeild door het aan de lezers duidelijk te maken middels de alwetende vertel-instantie? Het was zo simpel. Iets in de trant van:

Breitstein keek hem een volle minuut aandachtig aan. Rond zijn mond speelde een minachtend glimlachje. Hij had jaren bij de Gestapo/Geheime dienst gewerkt en had wel meer van dit soort staaltjes meegemaakt. Nee, het verhaal klopte niet en was op sommige punten wel erg onlogisch. Ook dit keer had hij iemand tegenover zich die hem probeerde om de tuin te leiden.
„Iek geloof jou niet,” brulde hij ineens.
Jeffries verstarde van schrik door deze uitbarsting.
„Jai denkt zeker dat iek idioot ben,” ging Breitstein verder. „Iek ken jouw soort dat denkt dat iedereen makkelijk voor de gek te houden ies. Dan heb jai nu de verkeerde voor....”
   ENZ.


Zo had het dus ook gekund. De lezer weet wat voor een verkeerd figuur Breitstein is EN hij heeft geen slapende honden wakker gemaakt door te koop te lopen met zijn politieke verleden. Ook al had hij voor honderd procent geweten dat hij Jeffries kon vertrouwen, dan had hij dat logischerwijs nog niet gedaan. Daarvoor zijn zulke figuren net iets te slim.






Nieuwsbrief 25
Nieuwsbrief 26 als pdf
Nieuwsbrief 27
Startpagina van de Nieuwsbrief
Startpagina