Nieuwsbrief nr. 4
ISSN 1386-6451
juli 1994 - 2e jaargang nr. 2



Een uitgave van Hans & Ton Kleppe, buitengewoon leden van het Bob Evers Genootschap
redactieadres: Grondmolen 20, 3352 CA PAPENDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieHans & Ton Kleppe
Column: Mijn favoriete koffer is van varkensleerHenk Bergman
Column: Onder het vergrootglasGeerten Meijsing
Op bezoek bij Peter Muller. Onbekend boek van Willy van der Heide ontdekt!Hans & Ton Kleppe
Het Bob Evers-virusJohn Beringen
Bob Evers op het internetJeanette X
Voorkant en eerste pagina van deel 41
Column: Laten we het onder ons houdenHenk Bergman
Vraag- en antwoordrubriek(div.)
Advertentierubriek voor boeken „In de Roos”(div.)




Nieuws van de redactie
Hans & Ton Kleppe


Wij hebben het grote genoegen om twee nieuwe medewerkers bij u te introduceren. De bekende publicist/journalist Drs. Henk Bergman is bereid gevonden om in elke Nieuwsbrief een column te verzorgen. U treft zijn eerste column in deze Nieuwsbrief aan op pagina 8.
De auteur Geerten Meijsing, winnaar van de AKO-literatuurprijs en bestuurslid van het Bob Evers Genootschap zal een vaste rubriek gaan verzorgen, met als thema „Onder het vergrootglas”. U vindt zijn eerste bijdrage op pagina 4.
Verder schrijft John Beringen over de stand van zaken met betrekking tot zijn tweede boek en er is een interview met de voorzitter van het Bob Evers Genootschap.

Van Paul Koopal uit Amsterdam ontvingen we een aangename brief waarin het volgende originele aanbod staat:
„Lijkt het u een aardig idee om op een mooie zomerdag een deel van de route van „Een motorboot voor een drijvend flesje” te gaan varen met een gezelschap Evers-fans? Ik ben eigenaar van een kleine vlet (aangemeerd in Amsterdam, momenteel op slechts enkele honderden meters van de Stadionsluis), waar een handvol mensen op mee zou kunnen, maar twijfel of we daar in één dag de Kaag mee halen. Misschien moeten we het beperken tot een glas Ranja of London Tonic op een terras op het Kaageiland.”
Tot zover Paul Koopal. Wij verzoeken belangstellenden rechtstreeks contact op te nemen met Paul, zodat er onderling misschien iets georganiseerd kan worden: Paul’s telefoonnummer is 020-6236864.

Op 13 februari 1994 is de redactie via de regionale zender Radio Rijnmond bijna een uur in de ether geweest. Journalist Frank van Dijl ondervroeg de „Kleppe brothers” uitgebreid over de Bob Evers serie, Willy van der Heide en
Peter de Zwaan.

Er bestaat nog steeds de mogelijkheid om in het bezit te komen van de jubileumrede van Geerten Meijsing, geschreven ter gelegenheid van de manifestatie „Gejubel om een Jubileum” op 2 oktober 1993 te Apeldoorn. Zend daarvoor een aan uzelf gerichte en gefrankeerde envelop naar de redactie.

Van Piet en Rinie van Rijsingen, van Richard Blotkamp en van Henk van Driel kwamen reacties binnen naar aanleiding van (de recensie van) deel 40.
Naast waardering was er opbouwende kritiek, en ook dat moet kunnen, vinden we. Vooral de broers Rijsbergen hadden hun opmerkingen uitgebreid onderbouwd. Kopieën van die brieven zijn door ons opgestuurd naar Peter de Zwaan.

Wij hebben een primeur voor u! Via slinkse wegen, met medewerking van Masters, en niet geheel zonder risico voor eigen lijf en leden hebben wij de eerste bladzijde van het eerste hoofdstuk van deel 41 „Bakkeleien in een Berlijnse bios” op de kop getikt. Zie elders in dit nummer.
Het boek zelf ligt vanaf de eerste week van september bij de boekhandel.
In dat deel wordt bovendien informatie opgenomen over het ontstaan van het Bob Evers Genootschap en over de Nieuwsbrief. We verwachten naar aanleiding daarvan veel nieuwe aanmeldingen voor de Nieuwsbrief.

Op een internationaal computernetwerk is een quiz over de Bob Evers serie verschenen. Jeannette X is de bedenkster hiervan. Ze schrijft in een artikel in deze Nieuwsbrief hoe zij hiertoe gekomen is en op welke manier tot het netwerk toegang is te verkrijgen.

Volgende keer:
Erotiek in de Bob Evers serie (uitgesteld), Henk Bergman’s column, „Onder het vergrootglas”, nieuws over het documentatiealbum en „Het Bob Evers-virus”, de advertentierubriek en de vraag- en antwoordrubriek. Alle reacties, ook kritische zijn welkom.

De volgende Nieuwsbrief zal in januari 1995 verschijnen.





Mijn favoriete koffer is van varkensleer.
Buikmans is nog dikker dan Arie

Henk Bergman


Er was een tijd dat mijn oudste zoon (ook een Bob Evers-liefhebber) en ik regelmatig aan tafel de volgende zin citeerden, tot onbegrip van onze huisgenoten: „Tot op heden is Arie Roos vermoedelijk houder van het Schevenings record voor het verwekken van een zo groot mogelijke paniek in zo kort mogelijke tijd... en met zo weinig mogelijk hulpmiddelen.” We vonden dat beiden zo'n mooie typische Van der Heide-zin: iets onzinnigs op een quasi-serieuze manier verwoorden.

Wie mijn bijdrage in de vorige Bob Evers Nieuwsbrief over de jacht op het Grimbos-goud heeft gelezen, zal het niet verbazen dat mijn favoriete Bob Evers-boek van de op zich staande titels (die dus geen deel uitmaken van een serie van drie) „Kabaal om een varkensleren koffer” is, waaruit bovenstaande zin afkomstig is. De reden? Misschien omdat dit het eerste Bob Evers-boek is dat ik ooit las... Maar belangrijker is wat ik in het verhaal over de Grimbossen al aangaf: het verhaal speelt in een voor mij bekende omgeving. Ik kwam in die tijd regelmatig bij mijn oma in Den Haag en bij die bezoekjes gingen we altijd ook wel even naar Scheveningen. (Als Amsterdams jongetje was ik jaloers op de Gevers Deynootweg. Zulke mooie straatnamen hadden wij niet...). Tegenwoordig kom ik veel in Den Bosch en omgeving, waar het verhaal zich voor een belangrijk deel afspeelt.
Kabaal om een varkensleren koffer” is een van de twee boeken uit de serie waarin Bob niet aanwezig is en waarin Arie en Jan het alleen opknappen. (Het andere is „Tumult in een toeristenhotel”). Dat wordt verklaard door het feit dat het verhaal in de - korte - pinkstervakantie speelt en Bob er gewoon niet bij kan zijn.

Klassiek
De eerste hoofdstukken uit „Kabaal om een varkensleren koffer” behoren mijns inziens tot de klassieke stukken uit het Van der Heide-oeuvre. Alle ingrediënten voor een pittig avontuur worden daar systematisch en in een hoog tempo aangedragen: in de pinkstervakantie dorstig en hongerig op het station van Utrecht zonder geld zitten terwijl het bloedheet is, aangesproken worden door een onbekende man die vraagt of je tegen beloning een koffer naar Scheveningen wilt brengen, bij aankomst in het pension bemerken dat degene aan wie je de koffer moet afleveren (een zekere heer Buikmans) niet aanwezig is, aangesproken worden door een man in een groen pak die ook in het pension logeert en zegt een goede vriend van Buikmans te zijn, daar niet op ingaan maar wel gebruik maken van het aanbod van deze Groene Man om zich op zijn kamer op te frissen, daar door hem worden opgesloten en hem er vandoor zien gaan met de koffer en dan: raam open en paniek maken in Scheveningen!

Zwakke punten
Hoewel het dus een van mijn favoriete boeken is ben ik niet blind voor enkele zwakke punten in het koffer-verhaal. Zo is het eigenlijk niet goed te begrijpen dat de man met het zwarte snorretje (die later de procuratiehouder Van Busekom blijkt te zijn) de koffer met de papieren - die cruciaal zijn in het proces van Buikmans tegen de Handelsmaatschappij Nederland-Duitsland N.V. - zo maar aan twee vreemde jongens - ook al lijken dat onschuldige kampeerders - meegeeft.
Ook niet erg waarschijnlijk is dat de Afghaanse windhond die de jongens ’s ochtends in het bos van Vught wekt precies de windhond van de Groene Man is naar wie ze op zoek zijn.

Vergelijken
Laat ik hieronder, net als bij de Grimbos-geschiedenis, de oorspronkelijke tekst (ik bezit de tweede druk van de gebonden editie uit 1954) vergelijken niet de pocketeditie die ik heb (vijfde druk, 1967). Er is best weer een aantal opmerkelijke verschillen te zien, hoewel ik er niet voor insta dat ik alles heb ontdekt.
Het omslag van de gebonden editie bevat dezelfde fout als dat van „Een motorboot voor een drijvend flesje” (zie vorige BE-Nieuwsbrief). We zien de potsierlijk dikke Buikmans met daarachter de drie jongens... van wie er dus maar twee werkelijk in het verhaal aanwezig zijn. Daarnaast klopt de kleding van Buikmans op het omslag maar gedeeltelijk met de beschrijving die Van der Heide daarvan in het boek geeft: „een hardgeel, kort broekje met paarse riem” en „een paars-met-geel Amerikaans swinghemd vol met saxofoons, drums, negers en microfoons”. De pocketeditie maakt de fout van de drie jongens niet: daarop staat een afbeelding van Arie en Jan, die aan het eind van het avontuur bij Giethoorn met een vuurwapen worden bedreigd door mevr. Straperli, de echtgenote van de Groene Man.

Op blz. 7 van de gebonden editie zegt Jan: „Je had niet over honger moeten beginnen. Dat is niet interessant genoeg.” In de pocketeditie is daaraan toegevoegd: „Zeker niet in een welvaartsstaat.”

Op blz. 11 van de gebonden editie staat iets wat naar mijn idee niet kan. De jongens hebben even tevoren 25 gulden gekregen van de man met het zwarte snorretje in de Skoda: hun beloning voor het brengen van de koffer van Utrecht naar Scheveningen, waarvan ze ook de kosten moeten betalen. Arie zegt dan: „We verdienen op deze reis zeker een tientje de man.” Dat lijkt me onmogelijk, zelfs in 1954. Van die ƒ 25 hebben ze eerst twee koppen koffie en drie broodjes rosbief de man betaald en moeten ze ook nog de treinreis naar Den Haag en de tram naar Scheveningen financieren. In de pocketeditie is deze passage op één punt gewijzigd. Daar wordt gesproken van „bijna” een tientje in plaats van „zeker” een tientje. Maar ook bijna een tientje verdienen met deze kosten was anno 1967 niet goed mogelijk.

In de gebonden editie is nog sprake van een auto met een N-nummer, afkomstig uit Noord-Brabant. In de pocket is dat veranderd, want dat systeem van autoregistratie bestond toen niet meer. Nu vindt Arie het vreemd dat de auto van de man met het zwarte snorretje gekocht is in Breda, terwijl deze zegt dat hij in Nijmegen woont.

Op blz. 11 van de gebonden editie noemt Jan Arie een „uil”. In de pocket is dat geworden een „dikke uil”.

In de gebonden editie (blz. 14) kost een taxi van Den Haag naar Scheveningen nog „minstens een riks”; in de pocket is dat „minstens vier piek”.

In de gebonden editie (blz. 21) is de politiepost gevestigd aan de Gevers Deynootweg; in de pocket is dat de Duinstraat geworden. Op blz. 22 rijdt een jeep van de politie met gillende sirene de boulevard af, terwijl dit in de pocket de Nieuwe Parklaan is geworden.

Flink wat verder in het verhaal, op blz. 84 van de gebonden editie, vraagt Jan aan twee politiemannen in Vught of die een donkergroene Packard two-seater hebben gezien (waarin de Groene Man zich verplaatste, maar die eigendom is van de Freule van Laeielier en die de dag daarvoor gestolen blijkt voor het hotel van De IJzeren Man in Vught). In de pocket is de Packard een donkergroene Austin Healy twoseater geworden.

In Den Bosch bestaat wel de Verwerstraat, maar niet de Ververstraat. Een geboren en getogen Bosschenaar die ik raadpleegde herinnerde zich dat er in Den Bosch inderdaad een Wilhelmina-hotel was (waar mevr. Straperli logeert), echter niet in de Verwerstraat, maar in de Hinthamerstraat/hoek St. Jacobstraat. Er bestond ook een garage Vullinghs (waar mevr. Straperli haar auto laat repareren), inderdaad in de Vughterstraat.

Het kenteken van de auto van mevr. Straperli is veranderd van N-359576 in PS 17-48. De wagen die de monteur beschrijft is overigens in beide edities „een donkerblauwe open Talbot-racewagen van 1937 met electrische (elektrische) versnelling” - en dat had in de pocket natuurlijk aangepast moeten worden. In beide edities staat hier wel een van mijn favoriete Van der Heide-omschrijvingen: „Haar idee van reizen is een soort tournee van garage naar garage.”

Op blz. 187 van de gebonden editie staat een lelijke spelfout: „gijntjes” in plaats van „geintjes”. Is in de pocket hersteld.
Ook hier - zoals in de hele serie - de wijzigingen wat betreft de voedsel- en drankmerken. Op blz. 206 van de gebonden versie vindt Arie kaas en Haust-toast. In de pocket is dat veranderd in Droste-flikken en London Tonic. Uiteraard is ook elders in de pocket alles wat met Coca-Cola te maken heeft geschrapt.

PS 1.   Nog even snel gekeken in de laatst verschenen pocketuitgave van „Kabaal” (20e druk). Gelukkig! Arie Roos is nog steeds houder van het Schevenings record voor ... enz.

PS 2.   Een kleine correctie op mijn bijdrage aan de vorige BE Nieuwsbrief. De juiste spelling is American Hotel (in „Motorboot voor een drijvend flesje”).





Onder het vergrootglas


Geerten Meijsing


In deze rubriek wil ik elke aflevering een korte Bob Evers passage uitlichten. Opvallende passages - dat kan om tal van redenen zijn, maar meestal eenvoudig omdat ze zo goed geschreven zijn (ver boven het niveau van jongensboeken), of omdat ze een bijzondere sfeertekening geven. Wellicht leest men aanvankelijk over zulke passages heen: ONDER HET VERGROOTGLAS blijkt dan welke juweeltjes in de Bob Evers-boeken verborgen zitten.
Ik geef meteen toe dat het mijn voornaamste reden is de boeken te blijven herlezen: niet zozeer de humor, nog minder vaak de plots die weleens te wensen over laten - vooral tegen het einde van een avontuur, maar de kracht van de sfeer- en karaktertekening die voor mij van het niveau van de grootste schrijvers is.
Voor de lezers is het meteen een aardige oefening om te controleren of ze aanstonds het citaat kunnen thuisbrengen.
Deze aflevering geef ik een citaat waarin karakter en nervositeit van een van de personages haarscherp wordt getekend in een serie alledaagse handelingen die voor het verhaal niet noodzakelijk zijn. De observatie van de schrijver, en zijn manier die voor iedereen herkenbare observatie onder woorden te brengen - zijn werkelijk voorbeeldig. Let ook op de lichteffecten: Van der Heide had het oog van een schilder.
«De man gaf daar geen rechtstreeks antwoord op. Hij haalde met één hand - want de andere hield de pikhaak om de kikker van hun jol - een pakje sigaretten uit zijn zak, frunnikte er een uit en stak die in zijn mond. Hij keek weer enkele tellen lang naar Jan en Bob, haalde een goedkope aansteker tevoorschijn, sloeg vuur zonder naar het ding te kijken en stak dan zijn sigaret op. Het zonlicht was zo helder dat het vlammetje bijna onzichtbaar bleef. Hij knipte het ding dicht en begon op hetzelfde ogenblik te spreken:»
„sloeg vuur zonder naar het ding te kijken...” - dat is werkelijk geniaal; het ouderwetse „vuurslaan”, in combinatie met de bravoure om dat te doen zonder ernaar te kijken (dezelfde bravoure alreeds om met één hand een sigaret uit een pakje te peuteren). Ook de emphase waarmee hij de aansteker dicht knipt en op hetzelfde moment begint te spreken getuigt van groot vakmanschap.





Op bezoek bij Peter Muller
Onbekend boek van Willy van der Heide ontdekt!

Hans & Ton Kleppe


Op 11 februari j.l. bracht de redactie van de Nieuwsbrief een bezoek aan de voorzitter van het Bob Evers Genootschap in zijn woning aan de Amsterdamse Staatsliedenbuurt.
Peter J. Muller, reeds gedurende dertig jaar een levende legende in medialand, van het grensverleggende Hitweek en Candy in de zestiger jaren tot zijn nieuwste activiteit van hoofdredacteur en uitgever van het cultblad De Nieuwe.
Wij treden ietwat gespannen de woning van de voorzitter binnen en zien direct in de corridor de covers van talrijke bladen waarvan wij het bestaan niet kenden maar waar Peter, op de een of andere manier - en meestal als initiatiefnemer - aan heeft meegewerkt.
Peter stelt ons op ons gemak, biedt koffie aan en gaat het zelf zetten. We kijken rond en zien degelijke zwart/wit foto’s aan de wanden waarop bekende Nederlanders met graagte naast Muller hebben plaatsgenomen.
We maken van de gelegenheid gebruik om onze gastheer in zijn functie van voorzitter van het Bob Evers Genootschap enkele vragen te stellen.

vraag 1: kan je iets meer vertellen over het Bob Evers Genootschap?
antwoord: het Genootschap is opgericht met toestemming van Willy van der Heide en op initiatief van Geerten Meijsing, Frans Verpoorten en mijzelf en was bedoeld om meer inhoud te geven, en een officiële status te geven aan het contact met Van der Heide.
Het Genootschap is opgericht in café De Oude Wester en daarna hebben wij in rokkostuum de statuten en een object van grote immateriële waarde, waarover ik helaas geen verdere mededelingen kan doen, begraven op de plaats waar eertijds het Noords-Zuidhollands koffiehuis stond.

vraag 2: wat zijn de activiteiten van het Bob Evers Genootschap?
antwoord: de opzet was het bestuderen van de werken, het levend houden van de naam Bob Evers, onderzoek naar feiten en locaties en het organiseren van leesavonden.
Later heeft het bestuur het opnieuw op gang komen van de Bob Evers serie geëntameerd.

vraag 3: kan je iets vertellen over het persoonlijke contact met Willy van der Heide?
antwoord: onlangs moest ik weer denken aan die keer dat ik met Willy van der Heide in Formosa in de Kalverstraat een kop thee zat te drinken, en hij mij bij die gelegenheid vertelde dat dit deftige hoofdzakelijk door rijke oudere dames gefrequenteerde etablissement een rol speelde in „????” toen Jan Prins hier spontaan aan het tafeltje van een oudere dame met een hondje plaats wilde nemen.
Als Jan eerst vraagt of hij mag zitten (de zaak is verder vol) en de oude taart dan antwoord in de trant van: vandaag niet maar misschien later, begrijpt Jan dat antwoord niet. Maar hij had eens moeten weten! Hier maakte Willy van der Heide - bewust - een knipoog naar het feit, dat Formosa (op de plaats waar nu Madame Tussaud gevestigd is) een bekende ontmoetingsplaats was tussen eenzame naar sex dorstende oudere dames en viriele jonge heren.
(lezers, in welk boek speelt deze scene?)

vraag 4: kan je lid worden van het Bob Evers Genootschap?
antwoord: het was bij de oprichting niet zozeer de bedoeling om leden te werven alswel om de boeken te promoten. Gezien de belangstelling voor het lidmaatschap van de laatste tijd zal het bestuur op korte termijn bijeenkomen om de toekomst van het Genootschap te bespreken. Hierbij zal ik onder meer het lidmaatschap op de agenda plaatsen. Aan de toelating zullen in ieder geval voorwaarden worden verbonden.

Nadat Peter ons uit zijn persoonlijke collectie nog even het boek „Atompiraten”, in 1956 uitgegeven door de Christliche Verlagsanstalt Konstanz heeft laten zien, welk boek de Duitse vertaling is van „De aanval der atoompiraten” van Willy van der Heide, een boek dat voor ons in de Duitse versie tot dan toe totaal onbekend was, deed hij ons uitgeleide.
Het was een aangename en gedenkwaardige avond en nu op zoek naar „Atompiraten”.








Het Bob Evers-virus
John Beringen


Beste mensen,

Uw alleraardigste publicaties en reacties m.b.t. mijn boek „Het verschijnsel Bob Evers” zijn langzaam maar zeker stilgevallen; nauwelijks hoorbaar zijn slechts nog vage echo’s hiervan waar te nemen. Het is dus meer dan de hoogste tijd geworden om voor de draad te komen met de meest recente ontwikkelingen rondom mijn tweede en laatste boek over Bob Evers: „Het Bob Evers-virus”. Dit manuscript heb ik inmiddels voltooid; voor wat het verdere proces aangaat, geldt dat uitgeverij Warung Bambu te Breda zich momenteel kritisch aan het beraden is over de eventuele uitgave hiervan. Zonder iets te verklappen kan ik overigens wel opmerken dat U allen massaal gehoor heeft gegeven aan mijn enquête uit Nieuwsbrief nr. 2; hieruit heb ik enige leuke feiten kunnen distilleren. E.e.a. heeft langer geduurd dan voorzien en dat heeft weer te maken met het feit dat ik de verleiding niet kon weerstaan om intussen tevens mijn autobiografische geschrift over Rusland „Beulen en knuffelbeesten” te voltooien. Over hoe het nu verder gaat met „Het Bob Evers-virus”, kan ik op dit moment niet meer zeggen dan dat de „bal rollende is”. De volgende Nieuwsbrief zal uitsluitsel verschaffen hieromtrent omdat dan a: de beslissing van Warung Bambu gevallen is en b: (als de beslissing positief is) het boek pas NA de volgende Nieuwsbrief verkrijgbaar zal zijn. Ik doe dus nog een allerlaatste keer een beroep op uw geduld.

Met vriendelijke groet, John Beringen, Wijk bij Duurstede.





Bob Evers op het internet
Jeanette X


Het Internet (ook wel het net genoemd) is een netwerk van netwerken, computernetwerken welteverstaan. Voor alles is het Internet een goed werkende anarchie...
Voor de gemiddelde gebruiker van het net bestaan er de volgende faciliteiten:
-     electronische post
-     electronisch nieuws
-     electronische artikelen
-     computerprogrammatuur
Electronische post is te vergelijken met de normale pttpost. Elke persoon op het net heeft een eigen adres, naar dit adres kan post gestuurd worden. Zoals aan het huisadres van iemand valt af te lezen waar de persoon woont valt aan het internet adres af te lezen vanwaar de gebruiker toegang heeft tot het netwerk. Zo eindigt het adres van Danny bijvoorbeeld op let.rug.nl, hieruit kan worden afgelezen dat hij (van achteren naar voren) in Nederland zit en wel op de Rijksuniversiteit Groningen (rug) en daarbinnen bij de faculteit der letteren.

Electronisch nieuws valt te vergelijken met een verzameling discussiegroepen. Binnen zo’n discussiegroep kan worden gediscussieerd over bijvoorbeeld een bepaald wetenschappelijk terrein of worden geleuterd over een onduidelijk onderwerp. Er zijn duizenden nieuwsgroepen, naar onderwerp variërend van soc.culture.netherlands tot alt.religion.zen.

De Bob Evers Quiz maakt gebruik van deze 2 elementen van het net. De quiz wordt verspreid via de nieuwsgroepen soc.culture.netherlands (een internationale nieuwsgroep voor eenieder met belangstelling voor de Nederlandse cultuur), nlnet.misc (een nieuwsgroep die alleen binnen Nederland te lezen valt) en let.alfa-info (een lokale nieuwsgroep van de vakgroep alfa-informatica van de universiteit van Groningen) en via een mailinglist. De mailinglist bestaat uit mensen die een keer een oplossing hebben ingestuurd en uit mensen die vroegen om op de lijst gezet te worden.

Een van de vele boeken over het net, evenals vele andere boeken ook op het net gepubliceerd, is:
Jeroen Vanheste, Werken met het Internet, een handleiding bij het gebruik van het Internet, Spectrum. 1994

Dit boek zal in september in de winkels liggen.

De toegang:
De meeste universiteiten waar dan ook ter wereld maken deel uit van het net. In Nederland zitten bedrijven als Elsevier en Philips op het net, daarnaast vele kleine bedrijven. Particulieren kunnen toegang krijgen door een electronische postbus te huren bij bulletin boards of door instanties als Hacktic of NLnet.
Particulieren worden met het net verbonden door een modem in de pc thuis.

Bob Evers Quiz
Om onduidelijke redenen bestaat elke quiz uit elf vragen. Er zijn voorlopig vijf van deze quizzen gepland. Of er na deze vijf nog een ronde volgt hangt af van het succes van deze serie (dus de reacties van het Internet) en de tijd en zin van de makers.

De eerste quiz werd door 4 mensen beantwoord, sindsdien breidt het aantal deelnemers zich gestaag uit, en ook quiz 3 is al weer door nieuwe deelnemers beantwoord (de eerste was al binnen 1 uur binnen, nog voor de deadline bekend was gemaakt.)
Deel III van de Bob Evers Quiz:
  1

Wat betekent dit koeterwaals: „Aterlay assay eway olestay itay!”?

  2

Waarmee amuseren 2 van de 3 miljonairs zich?

  3

„Foeke, foeke ...” zei Arie Roos, met een mok koffie tussen zijn mollige knuisten.

  4

Hoe heet de verzameling firma’s waar later Roos boten onder valt?

  5

Hoe ziet de wildvreemde Amerikaan in het Tequendama-hotel met strooien Panamahoed, lichtgeel soort van pak, houten been en roodbruine schoenen er wel uit?

  6

Hoe ziet het familiewapen van Don Ari del Rosa eruit?

  7

„Vra? Wat is nou: vra?”
Wat is vra?

  8

In schapen tellen had hij geen zin - dat was hem te tam. Dus hij telde illegale immigranten. Bij de vierenzestigste viel hij in slaap.
Wie telde?

  9

Wat dronk Bennie in Harry’s Bar?

10

Hoe is de vloedgolf ontstaan waarvoor Masters Trinidad per radio wil waarschuwen?

11

de dobermans, hennie & .....?


(N.B. wil de bedenkster van de quiz a.u.b. contact opnemen met de redactie van de Nieuwsbrief?)





Voorkant en eerste pagina van deel 41
Illustratie Bert Zeijlstra ; tekst
Peter de Zwaan


          Achtervolging in een file

Jan Prins luisterde naar het zacht snorrende geluid van de Ford V4-motor die een tomaatrode Saab 96L voortstuwde over de betonplaten waarmee de wegen in de omgeving van het Duitse dorp Reckahn waren geplaveid. De banden veroorzaakten een dof geluid elke keer als ze een naad tussen de plakken beton raakten. Omdat die naden niet op gelijke afstand van elkaar zaten, was het patroon onregelmatig, alsof een drummer een voortdurend wisselend ritme legde, onder het eentonige, bijna slaapverwekkende geluid van de motor en de wind.
De koplampen van de Saab beschenen het Duitse land, dat vrijwel vlak was en waarin grote stukken weiland werden afgewisseld door plukken bos en armetierig struikgewas dat omhoogschoot uit dorre, onbewerkte grond.
Jan zat voldaan onderuit en voelde zich zoals een Prins maar kan zijn, nadat hij een uitbundige gratis maaltijd heeft genoten en erin is geslaagd om een van hem gestolen auto terug te veroveren op een Duitse monteur die nauwelijks droog achter de oren bleek.
Hij vertoonde de neiging om te gaan fluiten, maar hij hield zich in toen hij eraan dacht dat naast hem een Amerikaanse jongen zat die een iets minder plezierige avond achter de rug had.
Bob Evers zag dat hij uit een ooghoek werd aangekeken en bewoog ongemakkelijk zijn schouders.
‘Stijf,’ zei hij. ‘Ik heb het gevoel dat mijn nekspieren vastzitten. Waar zijn we hier?’
‘Een eind voorbij Reckahn,’ zei Jan kort. ‘Verderop is een dorp dat Krahne heet en vandaar is het een klein stukje naar de vierbaansweg.’
Bob gromde. ‘Het zal me een waar genoegen zijn. Die betonplaten en dat rafelmacadam beginnen me de keel uit te hangen. De autoweg naar Berlijn is in elk geval groot en glad.’
Hij graaide achterover tot hij een reep chocola vond. ‘Honger,’ lichtte hij toe. ‘Het lijkt of er geen einde aan komt.’

3


Alle rechten berusten bij Uitgeverij De Eekhoorn te Apeldoorn






Laten we het onder ons houden
Henk Bergman’s column


In zijn boek „De renner” schrijft Tim Krabbé een zin die wat mij betreft wereldberoemd mag worden. Aan het begin van het verhaal komt hij in een Frans dorpje aan om van daaruit een wielerkoers te rijden. Als hij zijn racefiets uit de auto laadt, kijken vanaf een terrasje toeristen en inwoners toe. Krabbé beseft dat dit niet-wielrenners zijn en schrijft dan: „De leegheid van die levens schokt me.”
Ik gebruik deze zin wel eens als ik iemand ontmoet die Bob Evers niet kent of wel kent maar niet waardeert. „De leegheid van jouw leven schokt me.” De ander kijkt mij dan altijd niet-begrijpend aan - en dat bevalt me.
Want de spoeling is dun. Bob Evers-gekken houden het kringetje graag klein en exclusief. Wil je erbij horen, dan moet je tonen het waard te zijn. Niets is afschrikwekkender dan de gedachte dat Bob Evers ten prooi zou vallen aan een soort voetbal-populariteit. Zo’n zaaltje in Apeldoorn met tweehonderd uitgekookte liefhebbers - dat is net mooi. Laat de buitenwereld maar denken dat we mesjogge zijn om ons als dertigers en veertigers bezig te houden met jongensboeken uit de jaren vijftig. Hoe meer onbegrip, hoe beter!
Dat doet de vraag rijzen of de Bob Evers-liefhebber een bepaald mensentype is. Ik denk van wel. Bob Evers-gekken zijn individualisten, loners misschien wel. Ze hebben - in tegenstelling tot de schepper van hun helden - geen behoefte aan groot gezelschap, willen ook niet in het middelpunt van de belangstelling staan. Het zijn stille genieters, die ingehouden lachen om de uit den treure herhaalde grappen over Jan’s zuinigheid en Arie’s eetlust - en die dat tientallen jaren volhouden.
Bob Evers-liefhebbers willen hun passie wel delen met anderen, maar alleen als die ander er blijk van geeft een serieuze gesprekspartner te zijn. Wie zegt Bob Evers te kennen maar niet weet hoe de chauffeur van de truck van The Galleries in het Amerikaanse avontuur met Specs Hildebrant heet, valt buiten de boot. Hem wordt niets kwalijk genomen, maar hij hoort er gewoon niet bij. We wensen hem het allerbeste, maar laat hij zich verder niet in de discussie mengen. We kijken niet op hem neer, maar hij is toch niet een van ons.
Ik weet het: er zijn miljoenen Bob Evers-boeken verkocht. Maar de kring van echte kenners is gelukkig beperkt. Houden zo!





Vraag- en antwoordrubriek


vraag:

waar is het boek „Het verschijnsel Bob Evers” te koop?

antwoord:

(na bestelling) in de boekhandel, het ISBN nr. is 90 8011 927 X.

vraag:

in hoeverre heeft Willy van der Heide z’n boeken op echte personen gebaseerd?

antwoord:

in de Bob Evers serie komen soms, zij het onder een andere naam. werkelijk bestaande personen voor.
Lees ook het autobiografische boek „Toen ik een nieuw leven ging beginnen en andere waargebeurde verhalen uit de jaren vijftig”.

vraag:

heeft de schrijver alle plaatsen waar avonturen spelen bezocht?

antwoord:

de meeste plaatsen in Nederland die in de serie voorkomen zijn ofwel bezocht door de schrijver of hij heeft er gewoond. De huidige situaties ter plaatse zijn intussen vaak veranderd.







Advertentierubriek voor boeken „In de Roos”


te koop:

tomaatrode Saab 96, bj. 1978. Totaal gerestaureerd en gereviseerd: motor en versnellingsbak (garantie), nieuw gespoten, nieuwe koppeling, uitlaat, banden, schokdempers, APK t/m juni 1995. P. Koopal tel. 020-6236864. (Omdat dit dezelfde auto is als de Saab die voorkomt in deel 40, wordt bij wijze van uitzondering deze advertentie geplaatst)

mededeling:

verzendantiquariaat Ton van der Heijden heeft regelmatig B.E. boeken tegen redelijke prijzen. Aanvragen prospectus: Boompjes 1, 4286 LE Almkerk.


Er zijn deze keer maar weinig advertenties, toch hebben wij vernomen dat de tot nog toe geplaatste advertenties succesvol waren. Schroom daarom niet langer en stuur de tekst voor uw gratis advertentie snel op naar de redactie. De volgende Nieuwsbrief verschijnt in januari 1995; uw gratis advertentie moet uiterlijk in december 1994 bij de redactie zijn.






Nieuwsbrief   3
Nieuwsbrief   4 als pdf
Nieuwsbrief   5
Startpagina van de Nieuwsbrief
Startpagina