Nieuwsbrief nr. 5
ISSN 1386-6451
januari 1995 - 3e jaargang nr. 1



Een uitgave van Hans & Ton Kleppe, buitengewoon leden van het Bob Evers Genootschap
redactieadres: Grondmolen 20, 3352 CA PAPENDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieHans & Ton Kleppe
Advertentierubriek voor boeken „In de Roos”(div.)
Peter de Zwaan gaat in op opmerkingen van enkele lezersPeter de Zwaan
Recensie: Encyclopedie niet virusvrij. Pyjamarel of pyjama-rel?Bart Veldkamp
In memoriam W.H.M. van den Hout alias Willy van der Heide (1915-1985)Marie-José van den Hout
Column: Oppassen voor de Bussumse politieHenk Bergman
Vreemd gespuis in een warenhuisFrank Engelen
Niet alleen in de pockets ...Eric Geevers
Recensie van deel 41: Bob Evers richting PolenKolonel Koops
Vraag- en antwoordrubriek(div.)
Column: Onder het vergrootglasGeerten Meijsing
A hold up in Mid-Air”: London is Calling for Help!Willy van der Heide




Nieuws van de redactie
Hans & Ton Kleppe


Deel 41 verschenen het Virus is los!
In november is het nieuwe boek van de hand van John Beringen getiteld „Het Bob Evers-virus” verschenen.
Wij hadden het genoegen om ter gelegenheid van de introductie van dit boek mee te mogen werken aan een televisieopname. Op 13 november togen we daarvoor naar een zeer toepasselijke locatie namelijk Kaageiland. Dit eiland speelt een rol in nr. 13 „Een motorboot voor een drijvend flesje” en bovendien heeft Willy van der Heide op dat eiland gewoond, aan de Kagerplas juist tussen de cafés De Bontekoe en Het Kompas. John Beringen stond voor het paddestoelenhuisje waar Jan en Bob destijds waren opgesloten, en las de betreffende passage voor. Uw redactie mocht het raam aanwijzen waar Arie de honkbal doorknuppelde om zijn vrienden te bevrijden. (uitzending vond inmiddels plaats op 15 november j.l.)
In het blad Pauze „een wereldblad, alleen verkrijgbaar in Nederland” (oplage 560.000!) dat Axel van der Ende ons toestuurde wordt „Het Bob Evers-virus” een buitenkans voor Bob Evers-fans genoemd, en dat onderschrijven wij graag. Inmiddels is John, naar goede traditie, met het slotdeel van zijn trilogie begonnen. In deze Nieuwsbrief is een recensie over „Het Virus” opgenomen.
De enthousiaste televisieproducent heeft laten weten een vervolg op ons Kaageiland avontuur te overwegen. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen en hopen u dan vooraf iets over een eventueel op handen zijnde uitzending mee te kunnen delen.

Deel 41 „Bakkeleien in een Berlijnse bios” is eind oktober verschenen en wij vinden dit het beste boek van de hand van
Peter de Zwaan tot nog toe. Onze vaste recensent, kolonel Koops, neemt het boek onder de loupe. Op de laatste bladzijde van „Bakkeleien” is informatie opgenomen over het Bob Evers Genootschap en de Nieuwsbrief. Naar aanleiding daarvan stromen de aanmeldingen voor de Nieuwsbrief bij ons binnen.

Documentatiealbum.
Ons documentatiealbum over Willy van de Heide, zijn boeken en zijn turbulente leven nadert zijn voltooiing. In de volgende Nieuwsbrief van juli 1995 hopen wij alles over de omvang, de inhoud, de prijs en de wijze van bestellen bekend te maken.

Wensen.
Wij danken u voor de vele „gelukkig nieuwjaar” wensen en ook voor de post die wij gedurende het hebben ontvangen met plezierige opmerkingen, kranteknipsels of andere informatieve zaken. Indien daarom wordt gevraagd sturen wij de post door naar Peter de Zwaan of naar onze vaste columnisten. Het is als regel niet mogelijk om uw vragen persoonlijk te beantwoorden; die komen in onze vragenrubriek aan de orde. Als er ruimte is plaatsen wij af en toe bijdragen van lezers, zoals ook in deze Nieuwsbrief.

Mededeling.
Tjalling Bergsma maakte ons attent op een herdruk van „De Gil” uit 1944, verschenen in nummer 46 van november van het weekblad De oorlogskranten. De uitgever is Florence uitgeverij N.V. Postbus 11590, 1001 GN Amsterdam. Nabestellingen zijn mogelijk via de abonnementenadministratie, tel. 01615-7901.

Herdruk.
De tweede druk van „Het verschijnsel Bob Evers” is verschenen. Het ISBN nummer is 90 8011 927 X.

Sensationele ontdekking.
In de archieven van het Bob Evers Genootschap is een onvoltooid manuscript van Willy van der Heide ontdekt. De titel luidt „A hold up in Mid-Air” en het is de vertaling van „Een overval in de lucht”. Wij hebben het manuscript gelezen en het wijkt enigszins af van de Nederlandse versie.
Zo is bijvoorbeeld de naam van Arie Roos gewijzigd in Art Rose, de andere namen zijn hetzelfde gebleven.
Het vervolg wordt aangekondigd als „The hunt for the brass cannon”. We zijn van plan om het eerste hoofdstuk van „A hold up in Mid-Air” op te nemen in ons documentatiealbum dat dit jaar zal verschijnen. Als voorproefje publiceren we de eerste bladzijde op het speciale inlegvel blz. 9/10 waarop ook de schitterende column Onder het vergrootglas staat. Wij vermelden nog dat alle rechten op „A hold up in Mid-Air” bij Uitgeverij De Eekhoorn te Apeldoorn berusten.

Geboorte alternatieve Bob Evers serie?
Op de burelen van de redactie vallen we soms van de ene aangename verrassing in de andere. Krijgen we de ene dag een onvoltooid manuscript van de grote meester zelf onder ogen, valt er de volgende dag een typoscript met de aantrekkelijke titel „Rotzooi in Rio” door Pep Dekker in de brievenbus.
Het verhaal is opgebouwd rond een thema dat ons o zo bekend voorkomt. Twee jongens, Tim en Bob worden in de vakantie door detective bureau Toorenburg ingehuurd om de verdwenen voetballer Souzario op te sporen. Het verhaal heeft de eigenschappen van een sleutelroman, is met vaart geschreven, staat vol met woordgrappen en laat zich vlot lezen. De auteur zelf noemt het een infotainement boek gebaseerd op de Bob Evers serie. De omvang is 88 blz. op A-4 formaat (een pocket vol). Belangstellenden kunnen tegen vergoeding van de kopieer- en verzendkosten een exemplaar bestellen bij Peter Dekker te Purmerend, tel 02990-36069.

Hulp gevraagd.
De bekende verzamelaar Bas Parson (zie „Het Bob Evers-virus”) vraagt u om hulp. Bas wil een onderzoek instellen naar de veelheid van verschillen in drukken, omslagen en bandstempels (aantal sterren e.d.). Het onderzoek blijft beperkt tot de grote gebonden boeken van de Bob Evers serie. Bezit u opmerkelijke drukken. bandstempels of vreemde boek/omslagcombinaties dan wil Bas dat graag weten. Om een zo volledig mogelijk overzicht te maken (inclusief rariteiten) verzoeken wij u een lijstje van de in uw bezit zijnde boeken met de druk hiervan, de op de omslag vermelde druk en het aantal sterren op de band te zenden naar de redactie van de Nieuwsbrief. Wij sturen het hele pakket door naar Bas. Bij voldoende gegevens zal het overzicht in één van de volgende Nieuwsbrieven gepubliceerd worden.

Reacties van lezers.
….. 25 jaar geleden kreeg ik m’n eerste „Bobje”, ik heb ze regelmatig ge- en herlezen en kijk ongeduldig uit naar de nieuwste. Ik kan zeker stellen dat dit 3-tal invloed heeft gehad in m’n leven. Nog altijd pas ik in m’n dagelijks leven handigheidjes toe die ik van Jan, Arie & Bob geleerd heb.
Fijn om eindelijk te horen van het geheimzinnige Bob Evers Genootschap. Ik verzoek u dus ook mij regelmatig de Nieuwsbrief toe te zenden.
Henk Vos, Oosterwolde.

….. en, ik durf het bijna niet te vragen.
Ook zou ik graag informatie krijgen over de voorwaarden waaraan men moet voldoen om lid te worden van het illustere Bob Evers Genootschap.
Niet dat ik mezelf bekwaam genoeg acht om lid te worden van dit Genootschap maar ik ben ten zeerste nieuwsgierig naar die voorwaarden. En ten tweede is een aspirant lidmaatschap (begunstiger, zwijgend lidmaatschap) van dit gezelschap misschien mogelijk.
Ed van Berge Henegouwen, ’s-Hertogenbosch.

Deze Nieuwsbrief is mede tot stand gekomen dankzij de belangeloze medewerking van: Henk Bergman, Marie-José van den Hout, kolonel Koops, Geerten Meijsing, Bart Veldkamp en Peter de Zwaan.

Volgende keer: Henk Bergman’s column, Onder het vergrootglas, Vrouwen in de Bob Evers serie, de vraag- en antwoordrubriek, de advertentierubriek en nieuws over het documentatiealbum.

De volgende Nieuwsbrief zal in juli 1995 verschijnen.





Advertentierubriek voor boeken „In de Roos”


gezocht:

De smokkelvaart van de Maia”, „Een woestijn raakt zoek”, „De erfenis van een zonderling”, „De geheimzinnige schat”, „The house of pain”. G. van Aalst, Hoefweg 117, 2665 CD Bleiswijk.

gevraagd:

Bob Evers gebonden met omslag, „De avonturen van Woutertje Wipneus”, „Dikkie en de dingen die branden”, „De Marsbewoners seinen”. E. Veenstra te Rhenen, 08376-12191.

aangeboden:

Amerika filmt”. E. Veenstra te Rhenen, 08376-12191.

gevraagd:

Drie meisjes en een vacantiekamp” door S. Sillevis uitg. Stenvert, „De erfenis van een zonderling” en „De geheimzinnige schat” door W. Waterman. J. Stel te Assen, 05920-41806.

aangeboden:

Arie Roos als ruilmatroos” (nr.35) 1e druk uitg. Unieboek, „Drie meisjes en een cafétaria” 1e druk Stenvert door S. Sillevis, „Drie meisjes en een lord” herdruk Gradivus, door S. Sillevis, „Een meesterstunt in Mexico” (nr. 17) 3e druk Stenvert, met omslag en diverse gebonden Bob Evers boeken zonder omslag, eventueel ruilen. J. Stel te Assen, 05920-41806.

gevraagd:

De smokkelvaart van de Maia” en „Slimmigheden met suikerzakjes” van de Otto Onge serie. T. Nieuwenburg te Duivendrecht, 020-6901130.

aangeboden:

grote gebonden boeken zonder stofomslag: deel 1 5e druk, nr. 2 6e druk, nr.3 4e druk, nr.3 6e druk, nr.7 4e druk, nr.8 1e druk, nr. 11 1e druk, nr. 12 1e druk, nr. 13 3e druk, nr.23 3e druk, nr.31 1e druk. P. Zohlandt te Beilen, 05930-26019, liefst ruilen tegen onderstaande gezochte boeken.

gevraagd:

grote gebonden boeken deel 13, 16, 18, 21, 24, 28. P. Zohlandt te Beilen, 05930-26019.

aangeboden:

pockets nr.2 9e druk (kaft beschadigd), nr. 11 6e druk, nr. 12 4e druk, nr. 13 11e druk, nr.20 13e druk (met vochtplekken), nr.24e 13e druk, nr. 27 15e druk (omslag Carol Voges), hiervoor in de plaats graag eenzelfde exemplaar in een nieuwere druk. R. Sureveen, 2e Stampioendwarsstraat 3-d, 3071 TP Rotterdam.

OPROEP:

Wie helpt Marie-José van den Hout aan het boek „Wonderlijke maar waargebeurde verhalen” door W.H.M. van den Hout, uitgegeven door Loeb in 1984. Waardevolle tegenprestatie. Reacties via de redactie.







Peter de Zwaan gaat in op opmerkingen van enkele lezers
Reactie van
Peter de Zwaan


Worden we niet een beetje te serieus, heren liefhebbers van Bob Evers? Oude heren liefhebbers, mag ik wel zeggen. Weten we nog dat we jong waren en klein en onze neus tegen de ruit van de boekwinkel drukten als in de etalage het nieuwe deel lag? En dat we genoten van de verhalen en ze herlazen en aan vrienden vertelden zonder dat we last hadden van dieptepsychologische aanvallen?
Ik vraag het maar even hoor. Want ik heb mijn twijfels. Neem nou een paar van de reacties die ik de afgelopen maanden heb gekregen.
De één vindt dat verhalen zich altijd in Nederland moeten afspelen.
De ander zegt dat ik geen trilogieën moet maken.
De derde is van mening dat in deel veertig de Saab niet weggesleept had moeten worden door een tractor, maar door een vrachtwagen.
Wat zijn dat voor opmerkingen?
Is er ooit een lezer van een jaar of tien geweest die met dat soort verwijtende vragen naar Willy is gegaan?
Is er überhaupt een kind dat zich dit soort vragen stelt?
Vast niet.
Het zijn opwellingen van volwassenen die kinderboeken lezen en die de boeken daarna met een te oud stel hersens te lijf gaan.
De Bob Evers serie, heren, is voor kinderen. En voor jullie, natuurlijk, omdat jullie je tijdens het lezen weer kind voelen.
Dat is goed, dat is prima. Maar hou het zo. Blijf kind als het boekje uit is en hou je in als je de neiging voelt de inhoud te vergelijken met het laatste werk van Mulisch.
Het is een koude kunst om van de serie iets moois voor volwassenen te maken. Ik pieker er alleen niet over om het te doen.
Wie zinnen of alinea’s ONDER HET VERGROOTGLAS wil houden moet het niet laten, maar hij hoort uit de groep echte kenners te worden gestoten waarover Henk Bergman in de vorige Nieuwsbrief zo’n aardige column schreef.
De serie is door Willy opgezet als een reeks voor kinderen en dit hoort zo te blijven. Niets van wat in de boeken gebeurt zal in werkelijkheid ooit gebeuren, maar de truc is dat kinderen een paar uur lang het gevoel moeten hebben dat het echt gebeurd zou kunnen zijn.
Daarom, beste zeurkonten, blijven de verhalen zich in Nederland èn in het buitenland afspelen.
Daarom maak ik net als Willy trilogieën (omdat je dan helemaal tot het nieuwe boek uit was kon dromen over hoe het verder zou gaan).
Daarom kies ik vaak nou net dat voertuig of dat avontuur dat niet voor de hand ligt; als „iedereen” een auto wil, dan neem ik een kar, voor gemakzucht zijn weer andere boeken.
Blijf lezen.
Blijf schrijven.
Blijf jong.

met vriendelijke groeten, w.g. Peter de Zwaan





Encyclopedie niet virusvrij
Pyjamarel of Pyjama-rel?
Recensie

Bart Veldkamp


De Winkler Prins van de Nederlandse Bob Evers-kunde, John Beringen, heeft weer toegeslagen. In 1993 kreeg hij landelijke bekendheid. In dat topjaar voor Bob Evers en zijn fans gebeurde veel: deel 40 verscheen, Bob werd 50, er waren vijf miljoen exemplaren verschenen in de serie. Op de jubileumdag die Uitgeverij De Eekhoorn belegde was nòg iets bijzonders aan de hand. Het eerste boek van John Beringen verscheen: „Het Verschijnsel Bob Evers” (hierna: „Het Verschijnsel”). Alle commotie bleef in de pers niet onopgemerkt. Ook „Het Verschijnsel” trok de aandacht.

We zijn ruim een jaar verder. De media blijven actief, zelfs de televisie meldt zich. De Bob Evers Nieuwsbrief wordt steeds dikker. Deel 41 rolt van de persen. En bijna synchroon verschijnt de tweede van Beringen -- niet te verwarren met B.2 -- bij Warung Bambu in Breda: „Het Bob Evers-virus” (hierna: „Het Virus”).

Het Verschijnsel” is een boek dat iedere Bob Evers-liefhebber in de kast moet hebben. Het is de uit de hand gelopen scriptie, de dissertatie in wording, over een legendarische jongensboekenserie. De concept-encyclopedie staat in de boekwinkels bij Literatuurwetenschap. Wie alleen al de inhoudsopgave van „Het Verschijnsel” leest, belt zijn baas voor een dag verlof.

Hoe zit het met het vervolgdeel, „Het Virus”? Dat de schrijver ervan de koorts flink te pakken heeft wordt snel duidelijk. Buitelend van enthousiasme probeert hij zijn lezers te besmetten.

Het Virus” heeft drie hoofdonderdelen. Deel 1 is een soort The Making of Het Verschijnsel. U kent ze wel, de filmpjes achter de coulissen over de totstandkoming van de eigenlijke film. Beringen doet uit de doeken hoe net op tijd in 1993 de pocket op de markt verscheen en hoe hij, in navolging van Russische samizdat, „afstand” deed van het auteursrecht op de eerste versie (merkwaardig dat de pocket toch weer copyright vermeldt). En passant komen we weer heel wat Bob Evers-memorabilia te weten.

Deel II beschrijft de jubileumdag in 1993, bevat een sensationeel verhaal van twee jongens die van Willy van der Heide (zo noem ik hem toch maar) toestemming kregen B.36 te voltooien en de serie voort te zetten. En in deel II staat een (kort) fragment, een voorpublicatie, uit de memoires van Tina Bodewess, zuster van Willy van der Heide.

Tot dan heeft de lezer een vermakelijk boek gelezen. Maar pas in deel III, getiteld „Bob Evers Caleidoscoop”, zijn we weer in de stof die „Het Verschijnsel” tot zo'n bijzonder werk maakt: hier vinden we weer de hardcore informatie die de fans vijftig jaar lang hebben moeten missen, hier weer de studies, de opmerkingen, de vergelijkingen, het turven, de lijstjes: dit zijn de essays waar je wat aan hebt! Er is een schitterend hoofdstukje over de vraag hoe oud de drie jongens inmiddels zijn. Beringen belicht fouten uit de serie (de verschillende voornamen van Jan, „de kwestie Ivo Livi”). Opmerkingen uit „Het Verschijnsel” worden gecorrigeerd en aangevuld. De populariteit van „Tumult in een toeristenhotel” wordt geanalyseerd. Verplichte kost voor iedere door het virus geïnfecteerde.

Wat mij betreft beperkt Beringen zich (voortaan?) tot wat hij doet in deel III en wat hij deed in „Het Verschijnsel”, hoe lezenswaardig zijn andere stukken ook mogen zijn. Dit neemt niet weg dat ik, als fan, verheugd ben dat „Het Virus” er is. En mede door de aanstekelijke (zij het slordige) verteltrant van Beringen is het lezen een plezier.

Tot slot nog wat detailkritiek. Ik ben niet iemand die een grammofoonplaat met een kras erin nooit meer draait. Ook zal ik een boek met een drukfout niet uit het treinraam keilen. Maar „Het Virus” had nog wel een rondje collationeren en redigeren verdiend. Er staan te veel fouten in. Het Integrale citaat van de Jubileumrede van Geerten Meijsing levert, vooral op p. 72, gecorrumpeerde tekst op. Het hoeft heus geen echte encyclopedie te worden, en ook geen dissertatie. Zo vermeldt „Het Verschijnsel” dat B.21, „Pyjamarel in Panama”, oorspronkelijk verscheen onder de titel „Pyjama-rel in Panama”. Let op het koppelteken. Bravo! Zo hoort het! Dat is belangwekkende filologische informatie! (Maar klopt het wel? Moet het niet net andersom zijn? Juist de jongste registers, bij voorbeeld in B.41, vermelden het streepje in „Pyjama-rel”. Oef... Ik ga maar eens promoveren.)

ISBN.nr. 90-5583-002-0





In memoriam W.H.M. van den Hout
alias Willy van der Heide (1915-1985)

Marie-José van den Hout


Marie-José van den Hout schreef een in memoriam ter herdenking van het overlijden - 10 jaar geleden - van haar broer.

-   In memoriam W.H.M. van den Hout alias Willy van der Heide   -
1915-1985


Vaak is een boek een groots avontuur
een ontdekkingsreis, een oplaaiend vuur;
het gaat dan over een liefde die pagina’s lang niet beantwoord wordt,
met in deel zoveel de vraag of de hoofdpersoon zich nou wel of niet van de Eiffeltoren stort.

Maar soms lijkt een boek op een huis met oude ramen.
Een jeugdherinnering, heeft het de smaak van gestolen bramen;
een kamer met boeken is dan ook als een warme lentezon;
lezen is immers verdwalen, drinken aan de bron.

Neem nou bijvoorbeeld Bob Evers, die eigenzinnige held
die overleefde zelfs zijn schepper, alles welgeteld.
Hij, Jan en Arie waren met z’n drieën slimmer en sterker dan
een hele divisie elite-troepen van meer dan duizend man.

En ondanks het feit dat mijn broer beslist geen Balzac was
behoorde hij toch tot datzelfde schrijversras
en schonk hij de Nederlandse jeugd zoveel leesplezier
dat wij je, Willem, alsnog deze hulde brengen, hier.






Oppassen voor de Bussumse politie
Henk Bergman’s column


Een paar maanden geleden werd een winkelier in Bussum door de politie beboet omdat hij gediscrimineerd zou hebben. Hij had op de deur van zijn winkel een briefje gehangen met de mededeling dat asielzoekers uit het naburige centrum Crailo niet langer welkom waren. De reden? Er bleken na bezoekjes van asielzoekers voortdurend spullen verdwenen. Maar dat mocht volgens de politie geen reden zijn om alle asielzoekers uit Crailo de toegang tot de winkel te ontzeggen.
Vergelijk het discriminerend gehalte van deze wanhopige winkeliersdaad eens met de beschrijving van Bob’s entree in Harry’s Bar in „Heibel in Honoloeloe”. De tekst gaat dan als volgt: „Een barkeeper met een voorhoofd dat tussen wenkbrauwen en hoofdhaar beslist niet meer dan een centimeter hoogte mat, wat hem deed lijken op een kwaadwillige aap, kwam omhoog duiken van achter de tapkast. „Hallo,” zei hij en bewoog de wenkbrauwen vragend omhoog wat zijn voorhoofd terugbracht tot een halve centimeter.”
Ik maak me sterk dat deze passage juridisch gesproken minstens zo discriminerend is als de actie van de Bussumse winkelier. Iemand karakteriseren aan de hand van zijn schedelomvang: dat deden we toch in de 19e eeuw? En daar blijft het niet bij. De zwarte barkeeper wordt in het verdere verloop van het verhaal regelmatig omschreven als „aap” en „aapmens” en ook nog een keer als „mislukte zoon van een afgekeurde baviaan”.
De Bob Evers-boeken bevatten meer van dit soort passages. In oudere drukken van „Drie jongens op een onbewoond eiland” staat bijvoorbeeld: „Frisse morge,” riep Arie. „Misschien wonen er wel nikkers. Menseneters.” In latere drukken is het woord nikkers vervangen, eerst door wilden en nog later door inboorlingen.
Heeft dit soort taal mij ooit gestoord? Eerlijk gezegd: nee. Sterker: ik heb er vaak om moeten lachen. De beschrijving van Bob die in Harry’s Bar die o zo domme barman een hoop werk bespaart door een verklarend bordje te maken bij het geraamte („Dit Was Fred. Hij Dronk Veel Maar Kon Niet Betalen”) staat zeker in mijn top 20 van beste Bob Evers-scènes.
Maar misschien moet ik dit wel niet al te hard roepen. Als de politie van Bussum het hoort.





Vreemd gespuis in een warenhuis
Frank Engelen


In het allereerste deel van de Bob Evers Serie - kenners weten dat dat „Een overval in de lucht” is - kunnen we op de allereerste regels lezen hoe Arie Roos uit de tramwagen van lijn 2 in de Leidsestraat dook en haastig de Prinsengracht op draafde.
Vervolgens klom hij de hardstenen trap op van een oud herenhuis en hij rukte nijdig aan de bel. Zijn vriend Jan Prins hing uit een raam van de tweede verdieping en brulde iets.
Even later (op blz. 7) „... renden de twee jongens de trap af, stoven de donkere hall door en de telefooncel in.”
Na het telefoongesprek (met Bob) renden ze weer naar boven, greep Jan zijn pijp (!?!) en een doosje tabak en al rennend hun jassen dichtknopend, arriveerden ze een minuut later bij een bijkantoor van de Amsterdamse Bank.

Nu doet zich het merkwaardige feit voor dat ik altijd finaal over deze regels heen gelezen heb, alhoewel ik de boeken als kind al letterlijk verslond en nu nog steeds verslind. Totdat ik op een boekenmarkt het oorspronkelijke deel kon bemachtigen en ik al her-her-herlezende tot een voor mij verbijsterende conclusie kwam.
Enkele jaren nadat dit eerste avontuur van de drie jongens begon, woonde ik namelijk ... op de tweede verdieping van een oud herenhuis met een hardstenen trap aan de Prinsengracht, vlakbij de kruising met de Leidsestraat!
Op de begane grond was een donkere hall met een telefoon erin. Een minuut van ons huis, in de Leidsestraat, moet ook een bijkantoor van de Amsterdamse Bank, nu AMRO-bank geweest zijn.
Beneden ons woonde een Indisch stel, maar die hadden geen kinderen. (Jan is in Indonesië geboren).
Daar Willy van der Heide ook op de Prinsengracht gewoond heeft, vraag ik me nu af: woonde bij misschien toevallig op nr. 484 voordat mijn ouders het pand huurden? En zijn de drie jongens dus in hetzelfde huis „geboren” als ik?
Of woonde daar misschien een oud-kolonel?
Weet misschien een lezer van de Nieuwsbrief hier antwoord op?
Frank Engelen, Apeldoorn, 055-218305





Niet alleen in de pockets ...
Eric Geevers


De verschillen tussen de verscheidene drukgangen blijven boeien. Behalve de bekende Coca Cola-story en het reilen en zeilen van de onvolprezen „Encyclopaedia Brittannica” zijn er natuurlijk ook enkele verschuivingen op het politieke/maatschappelijke vlak interessant!
Dat het woord „nikker” (ten tijde van het verschijnen van de Zuidzee-avonturen nog lang niet zo beladen!) in de pockets niet meer voorkwam zal een ieder duidelijk zijn. Maar er valt meer te ontdekken. Vergelijken we van „Een overval in de lucht” (wat ik, koppig als een ware Prins, gewoon deel 1 blijf noemen) de eerste met de achtste druk, beiden gebonden, respectievelijk bij Stenvert Meppel en
De Eekhoorn Apeldoorn verschenen, dan valt er aardig wat te noteren!
Goed, „Lois” (i.p.v. „Louis”) op blz. 11 is niet zo'n spectaculaire correctie. Maar waar op diezelfde pagina Jan zijn pijp en een doosje tabak greep, prefereert hij in de 8e druk een zakatlasje en een agenda!
Op blz. 13 is een korte, toelichtende passage over „de Indië-vliegtuigen” vervallen, maar de echte verschuiving vinden we vanaf blz. 18 (resp. 17 in de 8e druk).
De man die we later leren kennen als Breitstein heeft in de 8e druk een „opvallend keelaccent”. „Zijn stem leek Pools of Bulgaars.” In de eerste druk is er nog sprake van een Duits accent (Breitstein zegt ook in de 8e druk nog „Danke”!) en hoe zijn stem verder leek komt niet ter sprake. (Voor de taalkundigen: kan een stem Duits, Bulgaars of Voor-Indisch klinken? Of doet een accent dat? Afijn.)
„De Duitser” wordt „de vreemdeling” (blz. 18 resp. 17), voor de volledigheid wordt „Moffen” vervangen door.... scheepsdirecteuren (blz. 20 beide drukgangen), en zo gaat het verder.
De in de eerste druk voorkomende passage „De tijd van de Gestapo is voorbij (…)” is in z’n geheel vervallen en zo zijn er dus meer; gek genoeg wordt Breitstein ook in de 8e druk nog eenmaal met „Duitser” aangeduid, en wel op blz. 98! Zo’n foutje zou Jan niet zijn overkomen.
Ook aardig dat Lalou Lalonde het in de eerste druk nog heeft over „Boches”, wat is gewijzigd in „cochons”...
De volledige lijst heb ik liggen voor de fanaten; zijn er mensen die zulke lijstjes aangelegd hebben of daarmee bezig zijn?
In dat geval: Eric Geevers, Kogelgieterij 18, 2614 GX Delft





Bob Evers richting Polen
Recensie van deel 41

Kolonel Koops   ®


Vlak voor de vierde verjaardag van de Duitse eenwording, eind september 1994, verscheen deel 41 uit de Bob Evers-serie: „Bakkeleien in een Berlijnse bios”. Het was in die dagen moeilijk de terugblikken in kranten niet te verwarren met de avonturen van onze drie helden. Overal Checkpoint Charlie, Alexanderplatz en Unter den Linden. De Berlijnse bios is het tweede deel van de eerste trilogie die Peter de Zwaan ons voorschotelt. Verleden jaar raakten we al met „Schermutselingen bij een zandafgraving” op het territorium van de voormalige DDR en begon de speurtocht naar de motorblokken. Volgend jaar zullen we in Polen belanden. Uitgeverij De Eekhoorn kondigt „De stripman van Słubice” aan als deel 42.

De drie jongens maken pas op de plaats. Bob en Jan komen niet verder dan Berlijn (de zandafgraving van B.40 ligt niet ver zuidwestelijk daarvan) en Arie is even in Frankfurt an der Oder maar keert weer terug naar Berlijn. Deze ruimtelijke stilstand illustreert meteen een van de zwakke punten van het boek: de jongens komen niet veel verder. Kwaadwillender gezegd: er gebeurt niet veel. Een politierechercheur zou dit dossier ontevreden terzijde leggen.

Nu zal het veel lezers van Bob Evers een betrekkelijke zorg zijn wat er precies niet die motorblokken aan de hand is: als er maar mooie avonturen worden beleefd! Als Arie maar slim is, Jan technisch en Bob onverschrokken! Als er maar chocola wordt gegeten, bankbiljetten worden gepeld, auto’s vernield en pistolen gestolen!

De vertrouwde (zeg maar: vereiste) ingrediënten zijn voorhanden. En meer dan dat. Het boek opent sterk met het hoofdstuk „Achtervolging in een file”. Deze titel geeft al aan dat er iets misgaat, en zo zien we dat graag. Bovendien krijgen we en passant een fraai staaltje Bob Evers-sociologie over het thema: Gedrag van de automobilist in de file (en in het verkeer algemeen). Uiteraard wordt de rit in de Saab gebruikt om Bob en Jan het geforceerde gesprek te laten voeren waarin ze elkaar vertellen wat er in het vorige deel gebeurde; deze klassieke constructie is nodig voor de ongelukkige lezer die B.40 miste. Dan geeft Arie in een nieuw hoofdstuk veel geld uit aan diensten en producten van geringe waarde en kan het eigenlijke verhaal beginnen.

Kán het verhaal beginnen... Maar het verhaal komt niet goed op gang. Naar mijn smaak gebeurt er net iets te weinig, of gebeurt het net iets te traag, of zijn de evenementen net iets te clean. Het duurt bij voorbeeld veel te lang (tot p. 155) tot de drie jongens gedrieën verenigd zijn. Daarvóór zijn ze bijna steeds alleen, en die solistische acties leiden niet, zoals in de serie gebruikelijk, tot fantastische ontknopingen. Maar misschien zie ik hier iets over het hoofd waarvan we pas in het volgende deel de vruchten zullen plukken.

De Berlijnse bios mist de min of meer intuïtieve chaos van Willy van der Heide. De Zwaans compositie is strakker, maar in dit boek net iets te strak. De documentatie druipt ervan af, en de lezer kan de plattegronden van Berlijn op schoot houden om de verplaatsingen te volgen. Maar er worden een paar namen te veel gedropt en de lezer verlangt naar vage aanduidingen als: „in een verlaten buitenwijk”, „op een brede straat”, etc. (Bovendien zijn niet alle straatnamen goed gespeld: de in het verhaal niet onbelangrijke Saarbrückenstrasze heet Saarbrücker Straβe, en zo zijn er nog een paar.) Neemt niet weg dat bij vlagen een mooie beschrijving ontstaat van het Wilde Oosten van Berlijn in de jaren negentig. Het Oostblok als achtergrond voor een Bob Evers-avontuur vind ik nog steeds een mooie vondst (zeker als er met Makarov-pistolen geschoten wordt).

Juist omdat De Zwaan zo actueel en precies lijkt te schrijven in vergelijking tot zijn voorganger die, meestal in passages waar dat geen kwaad kon, wel eens de Franse slag wilde hanteren, storen onnauwkeurigheden en ongeloofwaardigheden. Ik noem er een paar.
-

(p. 10)   Er wordt gesproken over een vluchtstrook. Ik denk niet dat de E30 tussen Wollin en Berlijn een vluchtstrook heeft. Van die voorziening waren ze in de boeren- en arbeidersstaat niet gediend.

-

(p. 69)   Een motief in het verhaal is dat miljonair Metzger de Saab 96L aan Jan „schenkt”. Maar wat er ook met het tomaatrode voertuig gebeurt, een schenking is hier niet aan de orde.

-

(p. 77)   Bob heeft een stuk papier met een telefoonnummer en een voornaam. Hij gaat naar een postkantoor om het nummer te draaien en hoopt zo de achternaam te weten te komen. Maar daar rekent een Amerikaan helemaal niet op! Die rekent op „Hello!”. Bij herhaling wordt beschreven dat Bob nog niets van Europa begrijpt. Waarschijnlijk zou Bob een Duitse (of Poolse of Russische) achternaam ook niet kunnen verstaan.

-

(p. 85)   Arie zit in een gehuurde Trabant en houdt de wacht. Hij dommelt in. De jongens vallen in dit boek veel te vaak in slaap. Dat wordt wel verklaard (ze hebben de hele nacht lopen rauschen bij de zandafgraving), maar het komt te vaak voor; bovendien lijkt dat inslapen af en toe te worden gebruikt om van scène te kunnen wisselen of om iets te laten misgaan. Dat is geen sterke vertelwending. (Bovendien klagen de jonge heren een paar keer dat je van avonturieren zo moe en hongerig wordt en dat er eigenlijk niets leuks aan te beleven valt. Worden we oud? Dit is een irritante Verfremdung.)

-

(p. 88 en p. 127)   Zowel Arie als Jan denkt dat „Frankfurt” alleen Frankfurt am Main kan zijn. Beiden hebben nog nooit van Frankfurt an der Oder gehoord. Dat is ongeloofwaardig voor deze twee jongens, zeker voor Jan. Bij Bob had deze vergissing gepast.

Het volgende deel verschijnt pas in september 1995. De lezers worden niet echt om de oren geslagen met nieuwe titels. Dat is tot daar aan toe, maar waarom is het zo moeilijk een nieuwe Bob Evers te pakken te krijgen? Waarom ligt de nieuwe Suske en Wiske in elke kiosk en zelfs in veel supermarkten in opvallende bakken en moet je voor een nieuwe Bob Evers op kleuterhoogte voor de rekken van V&D op de loer liggen? Kan er niet een kleine advertentie af? „Bakkeleien in een Berlijnse bios” verscheen toch tijdens de Kinderboekenweek? Of zijn alle lezers van Bob zo fanatiek dat ze het boek toch wel weten te vinden?

Bakkeleien in een Berlijnse bios”, ISBN nr. 90-6056-520-7





Vraag- en antwoordrubriek


vraag:

in het literair pseudoniemenboek staan twee pseudoniemen van W.H.M. van den Hout te weten: Victor H. Huitink en Dr. P.G. van der Woude. Welke boeken c.q. publicaties zijn er onder deze pseudoniemen verschenen?

antwoord:

Victor H. Huitink publiceerde in het blad Rechtsom circa 1968 en Dr. P.G. van der Woude in het blad Cash. Het is niet zeker of onder deze namen W.H.M. van den Hout aan het werk is geweest. Wij bezitten geen publicaties uit die bladen.

vraag:

zijn er veel verschillen tussen de nrs. 34 en 35 uitgebracht door Unieboek en deze zelfde titels die in 1987 bij De Eekhoorn zijn verschenen?

antwoord:

de boeken zijn enigszins bewerkt door Peter de Zwaan, voor de exacte verschillen dient men de teksten naast elkaar te leggen en dan maar vergelijken.

vraag:

hoe komt het dat het een jaar duurt voordat het volgende deel in de B.E. serie verschijnt?

antwoord:

om de kwaliteit hoog te houden ligt het tempo op een boek per jaar.

vraag:

is Peter de Zwaan van de B.E. serie ook degene die de „Tijger Tigran” delen heeft geschreven?

antwoord:

ja, en ook de auteur van de serie over Dominique en Dinand Dubbel uitgegeven bij het Spectrum.

vraag:

is „The House of Pain” in die groen gekafte boekjes bij Olympiapress verschenen?

antwoord:

de uitvoering is ons niet bekend; ook de redactie zou dolgraag een exemplaar van dit boek bezitten.

vraag:

heeft W. v.d. Heide in de gemeente Alkemade gewoond?

antwoord:

ja, op een woonboot. Zie „Toen ik een nieuw leven ging beginnen enz.”, blz. 119 en verder.

vraag:

in welk literair tijdschrift publiceert zoon Paul?

antwoord:

af en toe in literair tijdschrift De tweede ronde.

vraag:

zijn er kosten verbonden aan de Nieuwsbrief?

antwoord:

de Nieuwsbrief wordt gratis toegezonden, ook kleine advertenties voor boeken zijn gratis.

vraag:

hoe kan ik lid worden van het Bob Evers Genootschap?

antwoord:

voor het Bob Evers Genootschap kan men zich niet aanmelden, overeenkomstig de statuten van het Genootschap kan men slechts op verzoek van het bestuur als lid toetreden. Alvorens hiertoe uitgenodigd te worden dient men o.a. een schriftelijk en mondeling toelatingsexamen met goed gevolg af te leggen. (zie ook het interview met Peter Muller in de Nieuwsbrief jaargang 2 nummer 2 over dit onderwerp). Het bestuur van het Genootschap zal zich in haar eerstvolgende vergadering met het vraagstuk, of het raadzaam is een soepeler toelatingsbeleid te voeren, bezighouden.
N.B.: De Nieuwsbrief is niet het officiële orgaan van het Bob Evers Genootschap, maar verschijnt op zelfstandig initiatief van twee leden van het Genootschap. Wel kan het bestuur van het Genootschap de Nieuwsbrief uitkiezen voor het doen van mededelingen.

vraag:

in welk gebonden boek komt de illustratie voor van sluipende jongens rond huisjes en in welk boek staat de illustratie van Bob Evers die in een woestijn bij Las Vegas uit een auto wordt gesmeten?

antwoord:

hiervoor dienen alle (gebonden) boeken te worden doorgekeken; een leuke bezigheid voor de lange winteravonden, of weet iemand hier zo het antwoord op?

vraag:

is De Eekhoorn begonnen met een nieuwe druknummering voor de pockets, of zijn ze doorgenummerd na de gebonden exemplaren?

antwoord:

bij de introductie van de pocketboeken is de uitgever doorgegaan met het nummeren van de drukken.







Onder het vergrootglas
Geerten Meijsing


Deze rubriek ontstaat elke keer bij improvisatie. Ook al zijn er bepaalde Waterman-zinnen die ik bij nacht & ontij uit het hoofd kan citeren, zelfs wanneer men mij midden in de nacht zou wakker maken, de keuze van het citaat valt willekeurig. Die is afhankelijk van het boek dat ik toevallig bij de hand heb. Ik leef - min of meer zoals Willem Waterman - nu eens hier, dan weer daar; vaak uit een koffer in een huurkamer. Op een echt thuis kan ik mij niet beroemen, of mijn thuis zou daar moeten zijn waar de volledige Bob Evers Reeks in de kast staat. Dat is in Toscane, in de boekenkast van mijn dochter. Nu zit ik in Amsterdam, - slechts enkele deeltjes heb ik hier bij de hand. Maar is het niet méér mijn thuis waar de reeks oorspronkelijke Bob Evers Boeken in hardkaft bewaard staan, in mijn nog intacte jongenskamer in het ouderlijk huis te Haarlem? En is de blijvende waardering voor de Bob Evers Boeken niet de doorgaande lijn die de jeugd van een man (of een vrouw) verbindt met zijn verdere leven?
Leest heel voorzichtig het volgende fragment, en laat de opgeroepen beelden in licht & stemming tot U doordringen:

Bob wandelde weer naar het open raam en ging staan kijken naar het landschap van glooiende heuvels. De zon stond al laag en alleen de toppen van de bergen rondom hen lagen nog in haar rode gloed. Het meer zelf en de bungalows vertoonden al diep-blauwe of paarse schaduwen. De neon-reclames op het hoofdgebouw sprongen aan en wierpen lunapark-achtige kleuren in de lak en de voorruiten van verspreid geparkeerde auto’s. Aan de achterzijde van de bungalows in de rij waarin ook de hunne lag waren geen hekjes of tuinen; het terrein ging daar zonder merkbare afbakening over in het met cactus en struikgewas begroeide heuvellandschap.

Vraag 1: Determineer binnen vijf seconden uit welk deeltje dit fragment komt.
Vraag 2: Ik heb één woord veranderd in de tekst - welk?
Commentaar: De overgang van de dag in de avond, vol weidse nostalgie (geen Heimwee maar Fernweh - onbepaald verlangen naar de verte) spreekt voor zichzelf. Let op hoe het ogenblik gemarkeerd wordt door het aanspringen van de neon reclames, en hoe prachtig Waterman de kleuren in de lak en de ruiten (voorruiten!) van de auto’s laat spelen. Merk ook op hoe de zachte tinten van de natuur (rode gloed, diepblauwe en paarse schaduwen) gecontrasteerd worden met de lunapark-achtige, schreeuwerige kleuren van neon en automobielen; vóór Bob uit de weidse, stille natuur; achter hem het lawaai en gedoe van de mens. (Dergelijke contrasten zijn uitermate geschikt om een Amerikaanse - in dit geval Mexicaanse - sfeer op te roepen.)
Het is een prachtig moment. Alles houdt als het ware even zijn adem in, op de scheiding van dag en avond. Meteen hierna volgt een snelle actie-scène.
Tenslotte: het terrein ging daar zonder merkbare afbakening over in... is zo’n typische Willem Waterman-zin; een beetje gek, een beetje onzin, een beetje plechtig, maar daarom juist zo leuk. Volgens Keith Kanger Snell (in Joyce & Co: „Werkbrieven”) is dit „het nec plus ultra van een Willem Waterman-zin”. Wat is een afbakening die niet merkbaar is ? En de subjectivering van terrein, in: het terrein ging over - hoe moet je je dat voorstellen? Watermans terrein-beschrijvingen hebben vaak deze, ietwat militaire of in ieder geval aardrijkskundige toon. Hij zet zijn terrein ook duidelijk uit (en bakent het af!) voor hij daar de campagne van zijn scène laat beginnen. Als een veldheer brengt hij het gebied eerst in kaart.

(N.B. „Werkbrieven 1968-1981” door Joyce & Co, ISBN nr. 90 6521 1160. Hier en daar nog bij antiquariaten te koop, red.)





A hold up in Mid-Air
Willy van der Heide


           London is Calling for Help!

Fat, red-haired Art Rose, running at full speed, rounded the corner of a busy side street in the heart of Amsterdam, dodged a green delivery van, leapt across a puddle and trotted up the street. He didn’t wear cap or hat and the thick rain splashed down on his already soaked, red hair.
          „Just our luck!” he grumbled. „Vacation weather in Holland!” It was the tenth of August. The weather should have been radiant but actually it was worse than anybody had thought possible - even for a Dutch summer. Art climbed the granite steps in front of an old dignified house and rang the bell violently.
          „Hello there, you fat monster!” a voice shouted from above. „Put something on your head. All the color washes out of your hair.”
          Stepping back, Art looked up at his friend Jan Prins who leaned from a second story window.
          „Jan! Did you hear anything from Bob?”
          „Not a single word - no wire - no postcard - nothing.” Art slicked his wet, red hair back with his hand. A housekeeper in a white apron opened the door.
          „Hija, Marianna!” Art greeted her, slipping past her an running upstairs. Jan Prins was sitting by the open window of his room, calmly eating peanuts, greeting his friend.
          „No sailing trip today. Nothing but rain and not a breath of wind. And no Bob.”
          Art stripped off his wet raincoat and dug into the big bag of peanuts.
          „What a life!.... Think of all those wonderful months we had in the South Seas... and now this. If only that blasted Bob Evers were here.”
          „It’s funny allright. Today’s Tuesday.”
          „And he should have been here last Saturday. He’s four days late already.”
          Jan glanced sideways at his fat friend who dropped peanut shells into a waste paper basket.

Alle rechten berusten bij Uitgeverij De Eekhoorn te Apeldoorn






Nieuwsbrief   4
Nieuwsbrief   5 als pdf
Nieuwsbrief   6
Startpagina van de Nieuwsbrief
Startpagina