Nieuwsbrief nr. 9
ISSN 1386-6451
januari 1997 - 5e jaargang nr. 1



Een uitgave van Hans & Ton Kleppe, buitengewoon leden van het Bob Evers Genootschap
redactieadres: Jacoba van Heemskerckstraat 7, 3351 SP PAPENDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieHans & Ton Kleppe
Advertentierubriek „In de Roos”(div.)
Een verregende vacantie?Ben Hessler
Vraag- en antwoordrubriek(div.)
Recensie van deel 43: Bob Evers thuis in de U.S.Kolonel Koops
Column: Vechten op z’n EversHenk Bergman
Column: Onder het vergrootglasGeerten Meijsing
De tijd van de jongensDoeschka Meijsing




Nieuws van de redactie
Hans & Ton Kleppe


Bizarre klussen met vakantiebussen”.
Deel 43 is verschenen! Het begin van een nieuw avontuur dat zich in de Verenigde Staten afspeelt. Zoals gebruikelijk verzorgt kolonel b.d. Koops de recensie, die elders in dit nummer is opgenomen.

Landelijke manifestatie gaat door!
De tweede landelijke bijeenkomst van en voor de Bob Evers liefhebbers gaat door! Na het succes van „Apeldoorn 1993” toen bij 50 jaar Bob Evers werd stilgestaan kunt u alvast zaterdag 27 september 1997 in uw agenda reserveren. In 1997 is het tevens 25 jaar geleden dat het Bob Evers Genootschap werd opgericht. Wij doen ons best om het voltallige, doch uiterst druk bezette, bestuur van liet jubilerende Bob Evers Genootschap aanwezig te doen zijn.
In de Nieuwsbrief van juli 1997, die mogelijk vanwege de festiviteiten pas in augustus zal verschijnen, treft u een volledig programma aan alsmede aanvangstijd en locatie.

Tweede omnibus in voorbereiding.
Verder groot nieuws is dat eind september 1997 een tweede omnibus door uitgever
De Eekhoorn wordt uitgebracht en bovendien, zoals in die tijd van het jaar gebruikelijk is, zal deel 44 „Raadselrellen rond een rondreis” verschijnen.
De eerste omnibus die in 1987 verscheen bevatte de verhalen „Avonturen in de Stille Zuidzee”, „Drie jongens op een onbewoond eiland” en „De strijd om het goudschip”. De tweede omnibus, die juist tien jaar na de eerste zal verschijnen, gaat over de briefjesjacht, dus: „Een overval in de lucht”, „De jacht op het koperen kanon” en „Sensatie op een Engelse vrachtboot”. Het wordt een historische editie, namelijk met gebruikmaking van het materiaal van de eerste uitgaven uit 1949 en 1950!

Boeiend Bromborough.
Een van onze favoriete boeken is „Sensatie op een Engelse vrachtboot” waarin de gebeurtenissen in het anders zo slaperige Bromborough (Cheshire) zich als in een slapstick afspelen. Denk bijvoorbeeld aan de chaos na het luchtalarm vanaf het dak van de Village Hall, de ijzersterke scènes op de politiebureaux van Eastham en Alkmaar en de doldwaze verwikkelingen rond de liftende Barnett in het Fiatje en bij de Britse consul. Fons Verhaegen uit Noordwijk, op vakantie in Wales, maakte een omweg van 400 kilometer om een bezoek te brengen aan Bromborough en bracht verslag uit, waarvoor onze hartelijke dank. Fons zocht HET postkantoor op, met daarboven het pension waar Barnett en Jan logeerden (Mrs. Fentwick was inmiddels met pensioen), ontdekte de Allport Road, Plymyard Avenue en zond ons foto’s en plattegronden van het geheel. De Village Hall uit het boek is waarschijnlijk het tegenwoordige Village Centre. Willy van der Heide kende dit stadje vanuit de beschrijvingen die zijn zusje Marie-José hem had gegeven, zij heeft daar namelijk gewoond op het adres "Inishfail" Plymyard Avenue!

Oplagepeiling.
We zijn er een beetje verlegen van geworden, van al die complimentjes over die „onmisbare” Nieuwsbrief. „Natuurlijk, vanzelfsprekend, uiteraard, jazeker”, waren in bijna alle brieven de gebruikte bewoordingen. Om alle lezers te laten genieten van een paar originele reacties, laten we er enkele volgen.
Nachtmerries van kosmische omvang overvielen mij bij het idee uw Nieuwsbrief eventueel te moeten missen”, „Een vreugdesprong is amper te onderdrukken wanneer de brief met het bekende logo in de bus ploft”, „... zonder Nieuwsbrief is het leven toch zinloos?”, „...zijn er dan zowaar lieden die zulk een uitgave niet meer wensen te ontvangen? Heiligenschennis! In Iran en Algerije kan men een fatwa oplopen voor zoiets onbeschaafds”, „de Nieuwsbrief is een van de weinige poststukken die ik met vreugde ontvang”, „Plenty Plezier met Papendrecht’s Proza”.
Inmiddels hebben zo'n 300 lezers ons geschreven de Nieuwsbrief niet te kunnen missen. We zijn nu echt „onder ons” (zie de column van Henk Bergman in de tweede jaargang nr. 2). Veel lezers lieten weten graag een bijdrage in de kosten te willen betalen, dat was echter niet de bedoeling van de peiling; de Nieuwsbrief blijft gratis! Enkelen stuurden postzegels waarvoor onze dank, evenzeer dank voor de soms verrassend leuke en creatieve kaarten. Verder leek het wel of er een verhuisepidemie is losgebroken; we kregen maar liefst 29 adreswijzigingen te verwerken. Tenslotte melden we nog dat voortaan de Nieuwsbrieven en de bladzijden doorlopend worden genummerd, dat is makkelijker bij verwijzingen en nabestellingen.

Filmfestival.
Op het 16e Nederlandse Filmfestival te Utrecht, dat gehouden werd van 25 september tot 4 oktober 1996, was de Nederlandse première van de film: „De erfenis van een zonderling”, over de schrijver Willy van der Heide. De maker, Freddy Veenstra, is hiermee geslaagd voor het eindexamen van de kunstacademie St. Joost te Breda.
Na de vertoning van de film klaterde een ovationeel applaus door de zaal van de bioscoop!
Vermoedelijk zijn er nog exemplaren van deze film (22 minuten) op videotape te bestellen bij Freddy Veenstra, telefoon 076-5810744.

Het dertien-, elf- en tiental van H.J. Haarman” door Arie C. Besemer.
Inmiddels hebben we het beoordelingsexemplaar van het boek met bovengenoemde titel gelezen. Het boek bevat noodgedwongen vrij summiere gegevens over Haarman zelf (en dat maakt je behoorlijk nieuwsgierig), analyseert echter wel de boeken van Haarman en trekt parallellen met de Bob Evers serie. Wij vonden het boek door zijn puntige en stilistisch sterke schrijfstijl prettig om te lezen en inhoudelijk zeer interessant.
Het boekje bevat slechts 63 pagina’s maar sommige hoofdstukken zijn zo klein gedrukt dat er toch nog heel veel instaat.
Te bestellen bij: Uitgeverij De Spreng, Boompjes 1, 4286 LE Almkerk. Tel: 0183-403402. Prijs ƒ 12,50.

Jofel idee van Jack Nowee III.
Jack Nowee is nog steeds zo vriendelijk om de nazending van de reeds verschenen Nieuwsbrieven voor de later ingestapte lezers te verzorgen, dus nu de nrs. 1 tot en met 8. Nieuwe lezers die de complete set van 8 Nieuwsbrieven willen nabestellen kunnen dit desgewenst doen door een biljet van ƒ 10,00 (veiligheidshalve gewikkeld in een vel papier en voorzien van de naam en adres van de afzender) te sturen naar J. Nowee, Kruiskruid 21, 2771 RA Boskoop.
Dit bedrag is inclusief kopieerkosten en retourport. Het teveel betaalde wordt d.m.v. postzegels terug gestuurd. Voor het nabestellen van afzonderlijke exemplaren kunt u schriftelijk of telefonisch contact opnemen met Jack. Zijn telefoonnr. is 0172-217688.

Wensen.
Wij wensen u allen een voorspoedig en vooral gezond 1997 en vermelden nog dat dit nummer mede tot stand kwam dankzij de belangeloze medewerking van Henk Bergman, kolonel Koops, en van Doeschka en Geerten Meijsing.

De volgende Nieuwsbrief (nr. 10) verschijnt in juli/augustus 1997. Kopij en advertenties graag inzenden voor 31 mei 1997.

Let op: nieuw redactieadres, Jacoba van Heemskerckstraat 7, 3351 SP Papendrecht





Advertentierubriek „In de Roos”


gezocht:

Bob Evers pockets geïllustreerd door Carol Voges. Aangeboden: deel 2 (14e dr.) en deel 4 (9e dr.), Marc Kappers te Alkmaar, tel 072-5154986.

ruilen:

B.E.serie harde kaft: aangeb. nrs. 2, 4, 5, 6 en 9, gevraagd: nrs. 3, 17, 19, 22 t/m 32. Bert Hennephof te Soest, tel.035-6018354 of 06-6018354 (semadigit).

ruilen:

Dick Boei en de bermbandieten” ruilen tegen „Zip Nelson-De aanval der atoompiraten”. E. Joséphy, tel 026-4438691.

gevraagd:

Een postroof met perikelen” (Otto Onge), „De slag bij Arnhem” (Victor Valstar), „De erfenis van een zonderling”, „De geheimzinnige schat”, „Een woestijn raakt zoek” door W. Waterman. R. G. van Hulst, Keizerstraat 3, 5751 MR Deurne.

aangeboden:

De avonturen van Woutertje Wipneus” (W.v.d.Heide), „Werkbrieven 1968-1981” door Joyce & Co. „Tam-tam om een torpedoboot” (Otto Onge serie), „Buitenissigheden bij een bosbrand” (Otto Onge serie), zeven gebonden delen B.E. serie zonder stofomslag. R. G. van Hulst, Keizerstraat 3, 5751 MR Deurne.

gezocht:

de vier delen van de Otto Onge serie, „Dick Boei en de bermbandieten” en „De smokkelvaart van de Maia”. F. J. van Dijk te St. Annaparochie, tel 0518-403210.

gezocht:

te koop gevraagd of ruil tegen „Smokkelvaart van de Maia”, Indiana Jones (vertaling W. Waterman, „Raiders of the Lost Ark” (vertaling W. Waterman): Bob Evers gebonden+omslag. E. Veenstra te Rhenen, tel 0317-612191.

gezocht:

Een postroof met perikelen” en „Slimmigheden met suikerzakjes” beiden uit de Otto Onge serie, T. A. Bergsma te Hooghalen, tel 0593-592403.

gezocht:

gebonden delen van de B.E. serie no.: 2, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 21, 24, 25, 26, 27, 28, 30, 31 en 32. Verder alle overige werken van Willy van der Heide behalve „Drie meisjes en een Lord”. F. Hölsgens te Roggel, tel 0475-494029.

aangeboden:

Toen ik een nieuw leven ging beginnen” en „Arie Roos als ruilmatroos” uitgave Van Holkema & Warendorf. J. v.d. Berg, Violettenstraat 31, 1015 NP Amsterdam.

gevraagd:

wegens falende speurtocht nu te koop gevraagd: „De smokkelvaart van de Maia”. A. Vrolijk te Amsterdam, tel. 020-6333972.

gevraagd:

Willy van der Heide - „Dikkie en de dingen die branden”, B.E. serie met omslag deel: 1, 8, 12, 13, 14, 22, 29, 30 en 32. Ruilmateriaal aanwezig: Bob Evers met stofomslag, Otto Onge en S. Sillevis. J. Stel te Assen, tel. 0592-341806.

gezocht:

gebonden boeken met stofomslag: „De jacht op het koperen kanon”, „Een speurtocht door Noord-Afrika” en „Trammelant op Trinidad”. A. Rouwenhorst, Hofkampstraat 83, 7607 NC Almelo.

gevraagd:

wie kan mij helpen aan een kleurenfotokopie van de voorkant en rug van de stofomslag van de gebonden delen 11 en 27, t.w. „Caravan” en „Kunstgrepen”? Ik wil hiermee mijn gehavende originele exemplaren voor zover mogelijk restaureren. Uiteraard kosten vergoed. W.M.H. van der Flier te Amersfoort, tel. 033-4723402.

gezocht:

De erfenis van een zonderling” - De Palm Antwerpen. „De geheimzinnige schat” - De Palm Antwerpen, „De smokkelvaart van de Maia” - Centripress Bussum. „De avonturen van Woutertje Wipneus”, ook de herdruk uit 1980, „The house of pain”. R. Bosch te Assen, tel. 0592-343539.

gevraagd:

Toen ik een nieuw leven ging beginnen” van W. v.d. Heide. R. Keuris, Voorburg, tel. 070-3833421.

diversen:

aangeboden het verhaal „Orgie in een failliete kroeg” gekopieerd op 8 vellen A4 formaat. Stuur een aan uzelf gerichte enveloppe met voldoende porto aan mij op en ik stuur het verhaal per omgaande, kopieerkosten is niet nodig. J. Driessen, Geinplein 36, 1316 HC Almere.

aangeboden:

stofomslag deel 1 4e druk, gaarne te ruilen tegen de volgende nummers: 5, 6, 10, 11, 12, 14 tot 24. J. Driessen, Geinplein 36, 1316 HC Almere.

aangeboden:

deel 4 en deel 18 zonder stofomslag, eventueel ruilen voor nummers die ik zelf nog niet heb. René de Koeijer, Vogelwikkestraat 3, 4761 ZH Zevenbergen.

te koop gevraagd:

Drie meisjes en een cafetaria” met stofomslag door Silvia Sillevis. Door P. van Zoonen, tel. 010-4750742.

gevraagd:

omslagen voor B.E. serie nrs. 1(4), 3(6), 11, 16, 17, 20, 30, 31. Te ruil nrs. 9, 22, 27, 15, 23, 18, 19, 14. 21. K. W. Heinecke te Kampen, tel. 038-3321346.

gezocht:

Het allerlaatste ontbrekende deel in mijn verzameling: „Cnall-effecten in Casablanca” in de gebonden uitgave liefst 1e druk. A. Elshof te Soest, tel. 035-6024623.

gevraagd:

Hoog spel in Hong-Kong”, geb. uitgave en „De smokkelvaart van de Maia”, E. v.d. Sande, Lod. Napoleonlaan 40, 5616 BB Eindhoven.

gevraagd:

gebonden boeken B.E. serie nrs. 1, 2, 3, 5, 6, 8, 9, 10, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 27. J. Nowee te Boskoop, tel. 0172-217688.

aangeboden:

gebonden boeken B.E. serie zonder stofomslag nrs. 7 (5e dr.), 12 (2e dr.), 16 (2e dr.). Tevens aangeb. nr. 4 (mist 1e 18 pag.) gratis voor fan die ’m mist. J. Nowee te Boskoop, tel. 0172-217688.

aangeboden:

gebonden boeken B.E. serie zonder stofomslag: deel 2 (4edr.), dl 4 (1e dr.), dl 7 (4e dr.), „Gen. Taillehaeck” 1 (4e dr.), „Arie Roos als ruilmatroos” (1e dr Unieboek), P. de Zwaan: Tijger Tigran (dl. 5+7 beide 2e druk 1982). Beer en Marc: „Paniek op de gondelvaart” (1974) + „Bromfietsjacht in de staatsbossen” (1975). P. Neutkens te Valkenswaard, tel. 040-2019955.

gevraagd:

gebonden boek BE serie met/zonder stofomslag dl 19, „De smokkelvaart van de Maia”. P. Neutkens te Valkenswaard, tel. 040-2019955.

te koop gevraagd:

gebonden hoeken B.E.serie zonder stofomslag de nrs.: 5, 11, 12, 20, 24, 25 en 29 t/m 32. B. Kloosterman, tel. 020-6912579.







Een verregende vacantie?
Ben Hessler te Dordrecht


Op de tweede regendag van de vacantie 1988 stuit ik, in een boekenwinkel in Heerenveen, bij toeval op een standaard waarin ik een pocket uitgave zie van „Een motorboot voor een drijvend flesje”.
Op dat moment krijg ik een vreemde kriebel over me heen.
Sakkerloot, dat was toch zeker al wel 20 jaar geleden dat ik verslaafd was aan de serie. Helemaal de krant vergetend, waar ik voor gekomen was, koop ik het boekje en spoed mij terug, naar onze boot waarmee we op vacantie zijn in Friesland.
Als ik over de eerste opwinding heen ben en hoor dat de weersverwachtingen alleen maar natter zijn, installeer ik me eens goed en begin aan het eerste hoofdstuk.
Dat het de andere dag nog regende kon me eigenlijk helemaal niets schelen.
De familie had even geen kind aan me, al werd ik het zelf weer wel, ik waande me weer 12 en beleefde het avontuur weer mee als vanouds.
Als na twee dagen het deeltje uit is, wordt het een must op zoek te gaan naar het vervolg: „Een klopjacht op een kapitein”.
Het weer was gelukkig weer opgeknapt, wat vooral prettig was voor de familie want die begreep maar weinig van mijn „virus”.
Zo is het weer begonnen.
In die vacantie heb ik (in elk stadje een nieuw deeltje) toch gauw zo'n 5 deeltjes weggewerkt.





Vraag- en antwoordrubriek


vraag:

is er iets bekend over de oplagecijfers van de onder de naam W. Waterman gepubliceerde boeken?

antwoord:

hiervan zijn bij ons geen gegevens bekend.

vraag:

zijn er biografische gegevens over zijn beroep(en), huwelijken en kinderen?

antwoord:

ja, wij overwegen om hierover een supplement bij het grote documentatiealbum samen te stellen dat t.z.t verspreid zal worden. Eerst zullen wij hiervoor echter toestemming aan zijn kinderen vragen.

vraag:

is ’t normaal dat ze op boekenbeurzen honderden guldens vragen voor die oude Bob Evers boeken met omslag?

antwoord:

wij vinden van niet.

vraag:

spreek je Bob Evers uit als „Ievers”, dus op z’n Engels, of als „Evers”?

antwoord:

Willy van der Heide zelf sprak de naam Evers gewoon op z’n Hollands uit, dus daar houden we het dan maar op.

vraag:

is het geheimtaaltje zoals dat in de film „The Mask” wordt gebruikt hetzelfde taaltje dat ook in de B.E. serie wordt gebruikt? (vraag van de vorige keer, wist de redactie geen antwoord op).

antwoord:

in het Engelse taalgebruik (incl. Noord Amerika en het Britse Gemenebest) bestaat de niet ongewone varkenstaal om anderen (meestal ouders) te verwarren: het weglaten van eerste lettergrepen en toevoegen van -hay, -nay, -lay, -say, - way, enz. aan het eind van woorden, of (de Engelse) -thn- middenin woorden. Het bargoens woord nix (ixnay) betekent zowel „niks/niets” (van het Jiddisch) als een gegromde of gefluisterde waarschuwing aan geconfedereerden dat een persoon in autoriteit nadert. Ene Robert Evers uit Pittsburgh, Pa. is een kundig gebruiker, zoals Hennie Schol ondervond, en de Meester (Willy van der Heide) een kundige kenner. (dank aan John Pasteur te Norwich voor de beantwoording).

vraag:

welke boeken zijn er geschreven onder het pseudoniem Willem Waterman of Willy Waterman?

antwoord:

hier komen de titels: „Een woestijn raakt zoek”, „De erfenis van een zonderling”, „De geheimzinnige schat”, „Amerika filmt”, „De kruistocht van generaal Taillehaeck” deel 1 en II, „Wie zei dat je in dezen tijd niet kon lachen?”, „De roof van de Sabijnse maagden” en „The house of pain”.

vraag:

1.   Is het eerste of tweede documentatiealbum nog verkrijgbaar?   2.   Zijn jullie per E-mail te bereiken?

antwoord:

1.   nee, niet meer.   2.   nee, nog niet.

vraag:

waarom verschijnt er slechts een nieuw boek per jaar van de Bob Evers serie?

antwoord:

om de kwaliteit hoog te houden willen de schrijver en de uitgever het tempo op een boek per jaar houden.

vraag:

waarom zijn de boeken van de B.E. serie in België zo moeilijk verkrijgbaar?

antwoord:

zonodig kan uw boekwinkel de boeken bestellen bij de Belgische distributeur, Denis & Co, Mortsel, tel 03/4439140.

vraag:

uit welk jaar is „Wilde sport om een nummerbord”?

antwoord:

volgens de gegevens uit ons documentatiealbum dateert de eerste druk uit 1957. In het boek van de vraagsteller komt 1954 voor, dit is vermoedelijk een drukfout.

vraag:

klopt het dat er van nr. 32 geen eerste druk is?

antwoord:

ons onbekend, bezit een van de lezers de eerste druk?







Bob Evers thuis in de U.S.
Recensie van deel 43

Kolonel Koops   ®


Deel 43 begint in Amsterdam. De jongens krijgen hun opdracht in de hal van het RAI-station. Dat geeft Peter de Zwaan de gelegenheid Nederlandse toestanden te behandelen. Onder Willy van der Heide was er (ook) meer buitenland dan Nederland, maar van de Nederlandse passages in de Bob Evers-serie heb ik altijd genoten. Ik kan niet langs de Kaag komen zonder te denken aan... En bestaat de IJzeren Man bij Den Bosch eigenlijk nog? Nu wordt mooi de Europaboulevard bij de RAI beschreven, met „een stuk of zes viaducten vlak achter elkaar”. We zijn even thuis bij Jan Prins en, later, bij Arie Roos (waarbij blijkt dat de rederij kantoor aan huis heeft). Maar dan, als de jongens hun opdracht hebben aanvaard, vertrekken we naar de Verenigde Staten en wie een paspoort bij zich heeft komt ook nog in Canada.

De opdracht komt aan bod in hoofdstuk 3; in hoofdstukken 1 en 2 vinden de avonturen in en om het RAI-station plaats. Deze eerste hoofdstukken zijn het zwakst: dit „voorspel” duurt veel te lang en de stof heeft niets te maken met het eigenlijke avontuur. Het hoofdverhaal is echter voortreffelijk verteld en is spannend, soms op het lugubere af (bijv. de scène die heeft geleid tot de illustratie op de omslag). Bovenop het hoofdavontuur komt aan het einde van het boek nog een nieuw spanningsniveau: Arie ontdekt iets waardoor alles op z’n kop wordt gezet! Op de ontknoping moeten we een jaar wachten (of misschien wel langer; dit boek maakt niet duidelijk of er een tweeluik of een drieluik is aangesneden).

Als ik het goed zie besteedt Peter de Zwaan meer aandacht aan het „thriller”-achtige in de verhaallijn dan vroeger bij hem en bij zijn voorganger gebruikelijk was. Aan de andere kant zet hij de traditie van de serie bepaald niet overboord. Hij grijpt zelfs nadrukkelijk terug op elementen uit het verleden. Om te beginnen is de opdrachtgeefster een nicht van MacGarrigle, machinist op de „Frisco” (voor deze „Mac” geeft de „Encyclopaedia Apriana” van Roger Schenk verwijzingen naar de deeltjes B. 1 en B. 3). We hebben zo weer eens een vrouw in een hoofdrol. De diverse hotelpassages (veel tumult) doen denken aan B. 7. Uit de hand lopende muziekgrappen: B.26 natuurlijk, met dit keer motown in plaats van dixieland. (Een actuele noot is de grap over een zanger „die zich Prince noemt”.)

De bizarre klussen met vakantiebussen voeren ons naar nog meer hotelkamers dan gebruikelijk. Zoals steeds brengen de jongens daarin uren door zonder ook maar enige aandacht voor hun omgeving (Arie in Georgetown in Washington, D.C.). Omdat we in Amerika zijn ook veel aandacht voor auto’s - gelukkig valt ook de merknaam Buick. Aan technische zaken besteedt De Zwaan aandacht als hij de rioolwerkzaamheden van een Caterpillar-dragline beschrijft. Wat echt nieuw is, maar dan van de uitgeverij, is dat de titelpagina de woorden „1e druk” vermeldt.

Bizarre klussen met vakantiebussen”, Peter de Zwaan, Uitgeverij De Eekhoorn, ISBN 90 6056 568 1, 189 pag., ƒ 7,50.





Vechten op z’n Evers
Henk Bergman’s column


Ik was vroeger geen vechtersbaasje, maar natuurlijk heb ik in mijn jongensjaren wel eens deelgenomen aan een flink partijtje matten. Toch ben ik nooit verzeild geraakt in een vechtpartij van het kaliber waar de heren Roos, Prins en Evers het patent op schijnen te hebben. Zo’n worstelpartij die tamelijk onschuldig begint, maar binnen de kortste keren ontaardt in een geweldig gooi- en smijtspektakel.
Toen ik onlangs eens probeerde mij de beste van al die gevechten voor de geest te halen kwam ik spontaan tot het volgende lijstje: Arie en Bob in het Chinese restaurant in „Wilde sport om een nummerbord”; met z'n drieën op de vrachtwagen tegen Hennie Schol in „Een klopjacht op een kapitein”; Bob in een wasserijwagen op Hawaiï in „Heibel in Honoloeloe” en het zeer langdurige gevecht met Jerry Miller in het huis van Kresse in „Bombarie om een bunker”.
Toen ik vervolgens deze scènes achter elkaar (her)las, vond ik m’n spontane lijstje eigenlijk zo gek nog niet. Het gerotzooi in het huis van Kresse is prachtig, maar wel wat aan de lange kant en van de andere drie vechtpartijen heeft met name die in het Chinese restaurant alles wat een Evers-vechtpartij opwindend maakt: snelheid, slapstick en onverwachte complicaties. Het is ook een echte ouderwetse knokpartij, in de zin dat vuurwapens een ondergeschikte rol spelen.
„Mogen we niet eerst afeten?”, vraagt Hubary nog onverschrokken als hij, Arie en Bob bedreigd worden door de bandieten Rossi en Joe. Om begrijpelijke redenen wordt dat niet toegestaan. Het eigenlijke gevecht begint op zo’n typische Arie-manier: hij moet tweemaal niezen, dat leidt af en dat moment gebruikt hij om zijn bord (met daarop natuurlijk een enorme porti dampende bami) in het gezicht van Rossi te gooien. Die is daardoor maar deels uitgeschakeld en slaat direct fors terug met een welgemikte stoot op de kaak van Hubary. Dit gerotzooi gaat nog een paar bladzijden door en als het daarmee afgelopen zou zijn was de vechtpartij al goed geweest voor een eervolle vermelding.
Maar dan volgt weer zo’n kleine genialiteit van Van der Heide: hij laat een derde partij de arena betreden. De drie Chinezen van het restaurant hebben uiteraard niets van doen met de zaak waarom het allemaal draait: de gestolen juwelen van bankier Praed, maar het gevecht krijgt een nieuwe dimensie als een van hen met een koekepan gaat meppen. En Van der Heide’s brille gaat nog verder. Hij voert de Chinezen niet alleen op omdat ze - logisch - hun eigendommen willen beschermen, maar er is ook nog iets met ze aan de hand. Ze hebben die middag met z’n drieën een tweedehands auto gekocht voor negenhonderd dollar. Na de koop is echter gebleken dat één van de drie een dag eerder naar de verkoper is gegaan met de vraag of hij tien procent kan verdienen als hij een klant aanbrengt. Dat is hem beloofd. De drie Chinezen zijn door het zakelijk dispuut dat ze al de hele middag hebben gevoerd over de afwikkeling van deze affaire juist genoeg (over)verhit geraakt om een knokpartijtje met vreugde te verwelkomen. En dus kan het gevecht zich met verhevigde kracht voortzetten.
Ik kreeg zin om een robbertje mee te vechten.





Onder het vergrootglas
Geerten Meijsing


Mijn rubriek zal deze keer niet gaan over een zin of passage uit een Bob Evers-boek. Ik herinner mij een vaak gehoorde uitroep van Willem Waterman zelf.
„Het is goddôme je eigen schuld!”
Zo sprak hij zichzelf bestraffend toe, als hij een enkele keer hondsziek was van overmatig alcoholgebruik. We mogen niet alleen de vrolijkste avonturen van de schrijver onder de loep nemen. Hij was immers geen doetje, geen zachtaardige kinderboekenschrijver. Willem was een romantische rouwdouw met het hart van een padvinder.
Het is prijzenswaardig aan de eerlijke court métrage die Freddy Veenstra over de schrijver heeft gemaakt („De erfenis van een zonderling”, een documentaire over Willem van den Hout, 22 minuten, 1996) dat hij daarin een veelzijdig portret van de controversiële figuur heeft geschetst, zonder de discussie over de minder prijzenswaardige kanten van Willem uit de weg te gaan. Omdat het portret niet louter een verheerlijking is, wordt daarmee de dubbelzinnige figuur des te meer recht gedaan. Het is een mooie, eerbiedige film geworden, die zeker in aanmerking komt voor landelijke uitzending door een van de omroepen.
Dat komt in de eerste plaats door de ontroerende getuigenis van
Marie-José van den Hout, die het niet altijd even gemakkelijk heeft gehad met haar eerst gevierde en later verguisde broer. Dan is het bijna griezelig om Willem - in zeer kritische variant - weer tot leven te zien komen in zoon Paul: zelfde snor, zelfde stem. Ondanks alle vraagtekens die hij plaatst bij de onduidelijke houding van zijn vader, blijkt zijn liefde uit het schitterende kroeggedicht dat hij voorleest.
We zien een kostelijk en aanschouwend optreden van de zeer gewaardeerde archivarissen Ton en Hans Kleppe op de Kaag. Zij vertolken het Bob Evers-sentiment met verve. Bob Evers-kenner John Beringen legt in een oogwenk een schitterende parallel tussen het morele dilemma in Willems leven, en dat van Bob die met de kapers moet meewerken.
Ten slotte zien wij ook nog een paar glimpen van het Bob Evers Genootschap, tijdens de eerste plenaire vergadering na de oprichting in 1972. Wie zijn deze heren? Ik spreek hier op persoonlijke titel, maar de lezer weet misschien dat ondergetekende een van de bestuursleden is. Dit genootschap bestaat louter uit het bestuur. Waarom?
Ook al zijn de handelingen van het Genootschap, in overeenstemming met de geest waarin het bestuur gewoon is te vergaderen, strikt geheim, ik voel mij toch geroepen uit te leggen dat het Genootschap bestaat - niet louter gedreven door monomane bezetenheid met de serie maar - bij gratie van de bijzondere band die alle bestuursleden persoonlijk met de schrijver gehad hebben. Dat de naam van de schrijver en de serie een ware renaissance hebben beleefd, is een van de bereikte doelstellingen waarop wij misschien trots mogen zijn.
Zo vertelt Frans Verpoorten (dankzij wie er onschatbaar beeldmateriaal bewaard is gebleven over Willems laatste jaren) hoe hij de schrijver leerde kennen in een waar Bob Evers-avontuur (inclusief blikken ham en ananas, en scheurende auto’s).
Onze voorzitter Peter Muller belicht, op zijn onnavolgbare, waardige wijze, de meer tragische kanten van zijn betreurde vriend.
Coen van der Linden, die misschien wel het meest intensief met Willem is omgegaan, in goede en slechte jaren, doet op sonore wijze verslag van het afscheid met de immer (en vaak ook tegen spoken) strijdende meester, die het eindelijk had opgegeven en terug naar huis ging, „als een vermoeide, zieke olifant, die het bos intrekt om te gaan sterven.”
En ik zelf, die eveneens in een halve zoon/vader-relatie met de schrijver stond, en die de positieve en minder positieve kanten van de omgang met Willem als een verrijking beschouw, stel mij voor hoe dit ook zijn laatste woorden geweest moeten zijn:
„Het is goddôme je eigen schuld!”





De tijd van de jongens
Doeschka Meijsing, 5 december 1996


Op de literatuurlijst van bijna elke middelbare scholier komen de boeken van Doeschka Meijsing voor. Wij prijzen ons gelukkig met haar bijdrage voor deze Nieuwsbrief.

De tijd van de jongens
Het moet tegen het eind van de jaren vijftig zijn geweest toen de boeken van Willy van der Heide ons huis begonnen binnen te stromen. Grote off-white exemplaren uit de bibliotheek waar we met hartstocht lid van waren. Het waren de jongensboeken van mijn broers en elk rechtgeaard meisje dat tussen twee broers zat ingeklemd hechtte meer waarde aan jongensboeken dan aan „Marjoleintje van het pleintje” uit de Kluitmanreeks te Alkmaar. In de boeken van de Bob Evers-serie ging het niet om schoolperikelen of verjaardagspartijtjes maar om echte avonturen, in Panama, in Trinidad, in het Kanaal van Hansweert.
In die jaren vijftig was Nederland bezig aan de wederopbouw. Dat klinkt mooier dan het was. In werkelijkheid was het een nogal troosteloze en grijze tijd die eerder door de geur van steenkolen dan die van palmbomen werd bepaald. Dat er drie jongens bestonden die in een Buick reden door exotische landen in het Caribisch gebied, die op een motortjalk de problemen van Duitse oorlogschatten moeten oplossen, die betrokken raken bij een internationale wapensmokkel in Frankfurt, was bijna te mooi om waar te zijn. De Bob Evers-serie verbreedde de wereld.
Lezen was een avontuur.
Het enige probleem in die tijd was voor wie te kiezen. Was Bob Evers de favoriet, de jongen uit Pittsburgh die zijn naam aan de serie mocht geven? Het moest haast wel, in een tijd dat Europa dankzij de Marshall-hulp hoog tegen Amerika opkeek. Daarentegen was Arie Roos ontzagwekkend indrukwekkend. Alleen al de manier waarop hij altijd de bankbiljetten in een rolletje op zak droeg om daar genereus een biljet van af te pellen. Ook daar moeten Nederlandse kinderen uit de jaren vijftig verbluft van hebben opgekeken. Was het niet immers de periode dat elk huisgezin ieder dubbeltje moest omdraaien om de zaak draaiende te houden? En ook al was Arie Roos dik, hij maakte toch steeds de beste grappen van het drietal.
Maar ook Jan Prins mocht niet uitgevlakt worden, al was het alleen maar omdat hij een zekere melancholie uitstraalde. Zo’n zoon van een strenge kolonel, zonder moeder. Jan Prins was de jongen die altijd op de knip paste, dat was wel wat zuinig bij al de avonturen, maar hij kon ook de slimste zijn.
Je kon geen keuze maken.
In de jaren dat Nederland langzaam begon te delen in de stijgende welvaart van begin jaren zeventig zat Willy van der Heide, alias Willem Waterman, in mijn ouderlijk huis op de bank. Wij waren allang aan andere literatuur begonnen, maar op de een of andere manier was het jargon van Jan, Bob en Arie geworden tot wat Nico Scheepmaker „familietaal” noemde: de woordkeuze, de grappen van een bepaald gezin.
Mijn broer Geerten had het Bob Evers-genootschap opgericht. Uit dien hoofde troffen wij Willem Waterman bij ons op de bank aan. Een man die eruit zag als een ouderwetse kapitein. En - nog indrukwekkender - met een stem als een bootsman. Op ons verzoek, we waren toen al volwassen universiteitsgangers, las hij voor uit eigen werk. De buren zullen zich hebben afgevraagd welke storm er nu weer was opgestoken in huize Meijsing, maar mijn broers en zusje, mijn ouders en ik hadden onvergetelijke avonden als het gebulder van Waterman langs onze oren vloog. En zijn boeken staan allemaal te pronken in mijn boekenkast - om zo nu en dan herlezen te worden.






Nieuwsbrief   8
Nieuwsbrief   9 als pdf
Nieuwsbrief 10
Startpagina van de Nieuwsbrief
Startpagina