Nieuwsbrief nr. 17
ISSN 1386-6451
januari 2001 - 9e jaargang nr. 1



Een uitgave van Hans & Ton Kleppe, aspirant-leden van het Bob Evers Genootschap
redactieadres: Jacoba van Heemskerckstraat 7, 3351 SP PAPENDRECHT - internetredactie: nieuwsbrief@apriana.nl
http://nieuwsbrief.apriana.nl




INHOUD :
Nieuws van de redactieHans & Ton Kleppe
Recensie van deel 47: Bob Evers (weer) op een raderbootKolonel Koops
Gewijde grond: Bob Evers-bijeenkomst op KaageilandBart Veldkamp
Toespraak Bob Evers Landdag, De Kaag, zaterdag 11/11/2000Peter J. Muller
Een biografie over Willem van den Hout?Johan van der Ploeg
Bob Evers’ laatste ereronde” als pocket verschenenJohn Beringen
Vraag- en antwoordrubriek(div.)
Kleine advertenties(div.)
Ingezonden mededelingWillem Huberts




Nieuws van de redactie
Hans & Ton Kleppe


Veiling.
Zo’n 70 belangstellenden waren op 2 september 2000 aanwezig bij de veiling van Bob Evers boeken, Zuid Afrikaanse delen, boeken uit de Otto Onge serie, manuscripten en illustraties. Topstuk werd de illustratie voor „Een vliegtuigsmokkel met verrassingen” dat ƒ 2.150 opbracht, met als goede tweede het manuscript van het nooit gepubliceerde deel 5 uit de Otto Onge serie getiteld „Een kapitaal voor een krantenknipsel”. Dit unieke stuk ging weg voor ƒ 1.775. Niet alles was zo duur, er waren ook de twee in eerste instantie bij uitgever Van Holkema en Warendorf uitgebrachte pockets te koop voor slechts fl 7,50 en enkele jubileum omnibussen voor fl 10.
De heer Stenvert maakte bekend dat „Een kapitaal voor een krantenknipsel” toch nog gaat uitkomen en wel als extraatje bij het uitbrengen van deel 50 van de Bob Evers serie waarvan de verschijning gepland staat in het najaar van 2003 wanneer Bob Evers 60 jaar bestaat!

Deel 47 „Arie Rose als reserve-acteur”.
Deel 47, de in een nieuw jasje gestoken pocket met harde kaft en anders gestileerde omslagtekening, is verschenen. Zoals gewoonlijk vindt u de recensie in deze Nieuwsbrief.

Clubbijeenkomst op 11 november 2000 op Kaageiland in restaurant ’t Kompas.
De boot was bijna te klein voor alle belangstellenden. De gratis kranten vlogen weg. Van de fondslijst 1999 van
de Eekhoorn zijn nog veertig exemplaren over. De fondslijst is een prachtige 20 pagina’s grote brochure in 4-kleurendruk, waarin over 5 bladzijden de afbeeldingen van de pockets van de Bob Evers serie prominent zijn opgenomen. Echt iets voor de verzamelaar. Stuur voor een gratis exemplaar ƒ 3,20 aan postzegels naar de redactie (de lijst weegt 130 gram) en u krijgt per kerende post een exemplaar toegezonden. Voor een grote A-4 enveloppe zorgen wij. Indien de fondslijsten op zijn dan krijgt u tezamen met de volgende Nieuwsbrief uw porti retour. Foto’s van de bijeenkomst zijn te zien op Internet: www.bobevers.nl.
Lees op blz. 136/137 het dagverslag over de bijeenkomst door Bart Veldkamp. De toespraak door de voorzitter van het Bob Evers Genootschap, Peter J. Muller vindt u op blz. 138/139.

Biografie over Willy van der Heide.
Nieuws over de voorbereiding van een heuse biografie, door Drs. J. van der Ploeg, historicus, leest u in deze Nieuwsbrief op blz. 140/141.

Nieuw ontdekt manuscript wordt uitgegeven.
Een bericht over de uitgave van een novelle uit het jaar 1943 vindt u in deze Nieuwsbrief als „Ingezonden Mededeling” op blz. 143.

Bob Evers’ laatste ereronde”.
Het vierde boek in de serie over de Bob Evers serie door John Beringen is uitgekomen. Met foto’s en een schitterende omslagillustratie. Lees hierover in deze Nieuwsbrief op blz. 142.

Nieuw boek uitgekomen van Geerten Meijsing.
Dood meisje” is de titel van het nieuwe boek geschreven door Geerten Meijsing, bestuurslid van het Bob Evers Genootschap. Uitgever is De Arbeiderspers, 295 blz. ƒ 39,90.

Nazending van Nieuwsbrieven.
Jack Nowee is nog steeds bereid om de vorige Nieuwsbrieven tegen vergoeding van kopieer- en portokosten na te zenden. Neem vooraf even contact op met Jack: 0172-217688.



Volgende Nieuwsbrief en columns.
In verband met de grote hoeveelheid kopij over de manifestatie op Kaageiland vindt u de column van Henk Bergman en een bijdrage van Gert Huber in de volgende Nieuwsbrief van juli 2001.
Artikelen (liefst op diskette) en kleine advertenties voor die Nieuwsbrief graag uiterlijk in mei 2001 inzenden. Denk om het bijtijds insturen van uw adreswijziging!

Allen een zeer voorspoedig Nieuwjaar gewenst!






Bob Evers (weer) op een raderboot
Recensie van deel 47

Kolonel Koops   ®


Opeens zit de serie in een andere kaft. Deel 47 heeft een ander formaat en mist de vertrouwde kleuren geel en oranje-rood (behalve op de rug van het boek).
We hebben te maken met een los verhaal op Amerikaans grondgebied, maar er wordt wel aangehaakt aan het vorige avontuur (dat ook een los verhaal was): een persoon uit B.46, de transporteur Baudrieux, geeft aan het einde van het boek een opdracht die zal leiden tot B.48, over een jaar. Slimme rode draad van Peter de Zwaan. Met elk boek/avontuur gaan nu niet meer dan een paar dagen verloren. De bijna-volwassen jongens vechten tegen de (vertelde) tijd (en de schrijver kan zijn Amerikaanse reizen geheel benutten).
Ik zal in deze recensie geen samenvatting of beschrijving geven maar alleen een paar algemene opmerkingen maken.
Er is sterke drank in het spel, maar nog steeds spelen vrouwen geen rol (het inpalmen door de charmes van zekere Jane tel ik niet mee). Er is opvallend vaak sprake van w.c.-bezoek. Er wordt opvallend veel „cola” gedronken, een woord dat zonder hoofdletter en zonder merk altijd een vreemde indruk op mij maakt. De jongens bedienen zich van allerlei moderne apparatuur, maar nog steeds niet van GSM-telefoons (of de pendant daarvan in de Amerikaanse netwerktechnologie): de mobiele telefoon introduceren in de Bob Evers-serie zou de dood in de pot zijn. Een belangrijk onderdeel van eik verhaal zijn de misverstanden, het elkaar kwijtraken, en de briefjes en slimme trucs die nodig zijn om te hergroeperen. Denk aan alle ingewikkelde telefoontjes naar tankstations die gangster Johnny Dalmonte ’s nachts moest plaatsen in „Wilde sport om een nummerbord” (B.23). Dit is een zeer realistisch ingrediŽnt van de oude meester Willy van der Heide: bij militaire operaties, van Caesar tot Napoleon tot Norman Schwarzkopf - alles staat en valt altijd met verbindingen. (Overigens zou je natuurlijk best een verhaal kunnen verzinnen rond mobiele telefoons: de dingen worden afgepakt, raken verloren, komen in verkeerde handen, werken niet in een bepaald gebied, etc. Maar dat is dan eenmalig en in de volgende verhalen kom je er niet meer van af.)
(Terzijde. Jan Prins zit op zijn hotelkamer „te internetten”. Het boek noemt alleen de e-mails die hij aan vaders Roos, Prins en Evers heeft gestuurd en van hen heeft ontvangen. Later blijkt uit de hotelrekening dat hij ruim negen uur bezig is geweest. Negen uur! Dat is een lange werkdag. Negen uur voor een paar e-mails? Noem dan tenminste dat hij uitgebreid de - gratis! - website van de Brittanica heeft bezocht.)
Onder de fans woedt al jaren een strijd om uit te vinden waar Peter de Zwaan het halverwege een van de delen heeft overgenomen van Willy van der Heide. Zonder uitgebreid onderzoek geloof ik dat de stijl van De Zwaan nu beter te herkennen valt dan vroeger. Opvallend zijn de variaties op staande uitdrukkingen: „Maar nu avontuur ik me toch mijn bed in.” „Als de heren zijn uitgeschimpscheut.” „Heel prima ( ... ). Opperprima.” De volgende passage is ook ‘typisch’ en wordt ingeleid door het werkwoord „opjutten”: „„Wij hebben niets gejut,” zei Arie geschrokken. „Wij jutten niet,” zei Bob met volle mond. „Wij zijn sterk anti-jut.””
Verder zijn de verhalen van Peter de Zwaan zo langzamerhand wat zwaarder aan het worden en krijgen zij meer en meer een dreigend en luguber complotkarakter. Het hele mysterie waarom Arie „Rose” reserve-acteur wordt, blijft het hele boek lang een thrillerachtig mysterie. Bij Van der Heide was toch meer sprake van kleine, aaneengeregen avontuurtjes met slapstickeigenschappen. De korte(re) scŤnes van vroeger waren vaak zo kleurrijk en „apart” dat ze gemakkelijk in het geheugen verankerd raakten. De verhalen van De Zwaan zijn spannend, tegen het angstaanjagende aan, maar laten zich slecht samenvatten en navertellen: er valt voor de jongens niet iets op te lossen en aan het licht te brengen.
Deze ontwikkeling in stijl en verteltrant zal niet iedere Bob Evers-lezer bevallen, maar het is wel gezond dat er groei en verandering is.

Arie Rose als reserve-acteur”, Peter de Zwaan, Uitgeverij De Eekhoorn, ISBN 90 6056 641 6, 182 pag., ƒ 9,95.





Gewijde grond
Bob Evers-bijeenkomst op Kaageiland

Verslag, door Bart Veldkamp


Kaageiland.
Apeldoorn (1993), Zeewolde (1997) en Kaageiland (2000): op zaterdag 11 november 2000 organiseren de broers Kleppe de derde „Remembrance Day” van hun nationale Bob Evers-circus. Waren de vorige lokaties nog tamelijk willekeurig, nu betreden de Fans gewijde grond. Niet alleen bewoonde Willy van der Heide een van de huisjes naast restaurant ’t Kompas op het eiland, ook deel 13, „Een motorboot voor een drijvend flesje”, speelt zich hier af. Het boek bevat een kaart van het gebied. Een geel-rood bord voor het restaurant verwelkomt de Fans, die allen ťťn gulden vijftig hebben betaald om via de veerpont dit eiland te bereiken.
Waarom spelen de avonturen van Jan, Bob en Arie zich altijd in de zomer af? Omdat het dan mooi weer is. Op de fiets beuk ik van het station Nieuw-Vennep tegen de wind in langs Abbenes naar Buitenkaag. De Haarlemmermeerpolder is doorweekt, „verzadigd” zoals de hoogheemraden en dijkgraven dezer dagen zeggen. November 2000 is kletsnat. Maar de firma Kleppe heeft geluk: de dag is grijs, maar droog.

Ruilbeurs.
Reeds vroeg in de ochtend zijn de eerste Fans aanwezig om een goed tafeltje te krijgen voor hun nering. Deze typische markt wordt met de jaren interessanter. Natuurlijk zijn er bijzondere drukken, gesigneerde exemplaren, omslagen e.d., maar ook het bootleg-circuit wordt steeds omvangrijker. In „Lizzie Scott gaat de vernieling in” laat Waterman (a.k.a. Zsa Zsa Ferguson) de lezer avonturen beleven van een heel ander gehalte dan de Bob Evers-serie. Het is een nieuwe uitgave van de eerdere versie uit 1971. Naast dit soort verrassingen zijn er ook uitgaven die je inmiddels regulier kunt noemen. John Beringen, een van de belangrijkste figuren achter de B.E.-revival, presenteert en signeert zijn - wat hij noemt - laatste werk met secundaire literatuur over de serie: „Bob Evers’ laatste ereronde”. Daarin valt onder meer te lezen hoe „het circus” hier al eens was (zondag 13 november 1994) om opnamen te maken voor een televisieprogramma. Internetters kennen (delen van) dit vierde Beringen-werk al. Mister and mister Kleppe hebben een grote tafel, waar zij het een en ander te koop aanbieden maar nog veel meer gratis weggeven.
Wie lopen hier nu zoal rond? In een interview in Midden Nederland van 21 oktober (fotokopieŽn gratis) zegt een Fan: „(...) vogels van divers pluimage (...). Van brandweerman tot professor.” Ik hoor iemand naast mij spreken van een trio-logie. Dat zal wel niet de professor wezen. Of heeft hij het over de seksroman van Waterman?
De Fans bespreken wat zij van de nieuwe vorm van de deeltjes vinden, deze herfst ingevoerd met B.E. 47. Aangezien ik geen marketing-spion van de uitgeverij ben, laat ik de communis opinio in het midden.
De liefhebbers zijn in ieder geval weer met velen. ’t Kompas is stampvol, de boot die later zal uitvaren is tot de laatste plaats bezet.

Genootschap.
Vorige keer, in het theater in Zeewolde, waren er op het toneel diverse gebeurtenissen. Dit keer is er voor het officiŽle gedeelte alleen een rol weggelegd voor het Genootschap. Welk Genootschap? vraagt u. Laat je nakijken.
De boomlange voorzitter van het Genootschap, Peter Muller, is als het ware geboren om voorzitter van het Genootschap te zijn. Wie zou in staat zijn op deze plechtstatige manier zoveel flauwekul te presenteren? O, pardon, vandaag zijn gewichtige zaken aan de orde: John Beringen en Roger Schenk worden benoemd tot buitengewoon lid; de broers Kleppe worden gepromoveerd tot aspirant gewoon lid van het Genootschap. Oorkonden gaan over tafel. Hiermee ben je nog geen Lid, nog lange niet, maar je staat wel met ťťn been in de Hall of Fame. Deze vier Bob Evers-vorsers zijn nu dermate hoog gestegen in de geheimzinnige rangen en standen van het Genootschap, dat het de voorzitter toegestaan is hun een Geheim in te fluisteren, ťťn van de sacrale Fatima-achtige dingen-waarover-niet-gesproken-mag-worden. Helaas voor de zaal wordt er inderdaad gefluisterd en is het onmogelijk iets te verstaan. De zaal wordt een tikje opstandig en roept een paar veronderstellingen: „Bob is homofiel!”, „Bob is dood!” Bestuur en leden van het Genootschap geven geen krimp. Deze Geheimen zijn dertig jaar oud en zullen nog veel ouder worden.
Ton Kleppe stoot zijn hoofd aan een van de houten balken in de zaal. Als hij het Geheim nu nog maar weet!

Gewijd water.
De Kaag zou de Kaag niet zijn als er niet ook gevaren zou worden. Een grote rondvaartboot kan alle (150?) Fans net herbergen. Een paar diehards staan op het achterdek in de open lucht.
Uiteraard varen we eerst naar de paddestoelhuisjes. Plechtig komt de boot stil te liggen. De kapitein vertelt met Leidse tongval dat er onlangs zo’n huisje is verkocht - let wel, je kunt er niet met een auto komen - voor negen ton. De boot gaat ervan uit dat het Genootschap de geheime koper is.
Dan kraken de luidsprekers van de Albatros in de koude novemberwind. Muziek. Dixieland. Maar dan kraakt de stem van de Meester Zelf. Te horen valt een montage van het bekende interview uit 1974 van Pamela Koevoets. Velen horen dit voor het eerst. En velen horen ook de stem van Willy van der Heide voor het eerst: een tikje bekakt, met Brabants substraat, een hogere pitch dan je zou verwachten. Of moet je zeggen: een jaren-vijftigstem, nog niet bruin-rommelig en soepel-plat zoals tegenwoordig te beluisteren valt in Big Brother waar het nieuwe Almere-Nederlands wordt gecreŽerd?
De opvarenden zijn Uitgeverij De Eekhoorn dankbaar voor dit mooie tochtje. Er dobberen geen 150 drijvende flesjes in het water als souvenirs.

Onbegrijpelijk.
Ik realiseer me dat een verslag als dit eigenlijk al niet meer begrijpelijk is voor wie niet weet wat voor nieuwsbrief Hans en Ton Kleppe uitgeven, wie niet weet wat voor encyclopedie Roger Schenk heeft geschreven, wie nooit een van die raar-interessante boekjes van John Beringen in handen heeft gehad, wie niet weet wat een „paddestoelhuisje” op de Kaag is. Maar ik ga het ook niet uitleggen. Alle Bob Evers-boeken zijn in de handel, en ze zijn niet duur. En anders is er over een jaar of wat wel weer een manifestatie. In Scheveningen in een toeristenhotel?
In de trein zit ik tegenover een jongetje van elf. Ik onderwerp hem aan een ondervraging. Nee, hij heeft nog nooit van Bob Evers gehoord. Ik schrijf de naam op de achterkant van zijn treinkaartje en draag hem op, maandagochtend „de juf” te raadplegen. Dat gaat zo maar niet, op die leeftijd! Op geen enkele leeftijd, trouwens.
Weer een mooie zaterdag, mijnheer Kleppe en mijnheer Kleppe!





Toespraak Bob Evers Landdag, De Kaag, zaterdag 11/11/2000
Peter J. Muller, Voorzitter Bob Evers Genootschap


Hier op gewijde grond, een Bob Evers Bedevaartsoort, Mekka voor de Bob Evers-gangers, is het mij een eer en een genoegen om, in mijn functie van Voorzitter van het B.E.G., een viertal onder U in het zonnetje te zetten. De organisatoren dank dat deze gelegenheid mij geboden wordt.
Het is namelijk voor het eerst in het bestaan van het B.E.G. - dat nu bijna 30 jaar in stilte en anonimiteit haar werkzaamheden verricht - dat vier eversianen officieel tot het Genootschap worden toegelaten. Dat wil zeggen: tot het voorportaal van het B.E.G.. En wel in de vorm van het B.L. (Buitengewoon Lid) en het A.G.L. (Aspirant Gewoon Lid). Ten aanzien van het lidmaatschap bestaan al jarenlang hardnekkige misverstanden. Het is tijd, vrienden, deze hier en nu op te helderen.
De vraag bereikt ons regelmatig: waarom degenen, die uitzonderingen, die zich ZO buitengewoon, ZO uitzonderlijk ingespannen hebben het Bob Evers-vaandel fier te laten wapperen, niet tot GEWOON dus VOLWAARDIG lid gemaakt?
Waarom toch een situatie voort laten bestaan dat sinds de oprichting van het B.E.G. de enige leden bestaan uit het vier leden tellende Bestuur?
Een legitieme vraag.
Laat ik voorop stellen dat ook het Bestuur van het B.E.G met deze vraag worstelt. Zonder in bijzonderheden te treden of namen te noemen, wil ik voor dit select gezelschap wet een klein tipje van de sluier optillen. Ik mag U verklappen, dat twee stromingen in het Bestuur vertegenwoordigd zijn: de precies PRECIEZEN en de REKKELIJKEN. Soms botsen die twee stromingen - edoch, besluiten kunnen slechts genomen worden met unanieme stemmen. Wat wij besluiten, besluiten wij dan ook vanuit onze volle viervoudige overtuiging. In het B.E.G. geen poldermodel!
Echter, een zwaarwegend argument om ook de preciezen, of de orthodoxen, de fundamentalisten zoals U wenst, over de streep te trekken, ZOU KUNNEN ZIJN het feit dat een kandidaat lid op de een of andere wijze in INNIG PERSOONLIJK contact heeft gestaan met de man, de Meester, waarvan wij hier de naam met ontzag uitspreken: Willy van der Heide alias Willem W. Waterman alias et cetera et cetera. Een dergelijke situatie heeft zich echter niet voorgedaan.
Kan men zich echter op deze band NIET beroepen, anders dan in een wensdroom of een fantasie, dan blijft recht overeind dat de geautoriseerde Statuten van het B.E.G. - die sinds 1972 veilig onder de fundamenten van het Noord-Zuid-Hollands Koffiehuis in Amsterdam begraven liggen - het Lidmaatschap ondubbelzinnig verbinden aan het deelnemen aan - en het slagen voor HET TOELATINGS-EXAMEN, zijnde 51 vragen volgens de multiple-choice methode. Een examen dat door Willem met zijn handtekening is bekrachtigd en tot wet verheven.
Tot op heden is het Bestuur met lege handen blijven staan: niemand is voor dit examen geslaagd, en geloof mij: onder de examen-kandidaten zaten een paar geduchte Bob Evers-kenners.
Het lid worden BEGINT DUS met het schriftelijk of nog beter per telegram aanvragen van het toelatingsexamen. Dat is de eerste stap, een stap welk een ieder vrij is te zetten, maar moet ik zeggen, en ik heb dat geverifieerd bij Frans Verpoorten, de Secretaris van het B.E.G.: een aanvraag voor het Toelatings-examen heeft het Genootschap in totaal VIER MAAL bereikt, de laatste keer in 1985, en in alle gevallen zonder resultaat. Bij die aanvragen, zo klap ik verder uit de school, bevonden zich - helaas - niet de namen van het viertal hier aanwezig, die, en dit mag een wrede speling van het lot lijken, als geen ander dubbel het GEWOON lidmaatschap verdiend ZOUDEN hebben op grond van hun indrukwekkende staat van dienst. Maar regels zijn nu eenmaal regels. De vlieger van het EXCEPTIO PROBAT REGULAM gaat hier niet op. Hierover bestaat tussen de preciezen en rekkelijken in het Bestuur geen onmin. Blijft over het Buitengewoon Lidmaatschap van het B.E.G., een rangorde even exclusief als het gewoon lidmaatschap, want tot op heden schopten alleen Ton en Hans Kleppe het zover. Een aanvraag voor het GEWOON lidmaatschap - en nu klap ik wel heel erg uit de school - is bij unaniem besluit van 1 juni 1996 afgewezen, om de reden die ik uitvoerig geschetst heb. In kwesties als deze moet het B.E.G. strikt rechtvaardig zijn, en ik kan u verzekeren: dat doet soms pijn. Om met Cicero te spreken: „Rechtvaardigheid verwacht geen beloning.”
Komen we nu tot het zeldzame moment dat vier heren voor het leven opgenomen worden in de Hall of Fame van het B.E.G.
Mag ik dan nu de heren Schenk en Beringen verzoeken te gaan staan?

Ik mag als Voorzitter de heren Schenk en Beringen de benoeming tot B.L. overhandigen om redenen die u allen duidelijk zijn en die geen verdere explicatie behoeven: als weinig anderen hebben zij ertoe bijgedragen de kennis en daarmee de roem van de Bob Evers-boeken te verspreiden, opdat niet alleen generatie-genoten van het vermetele drietal maar ook nieuwe generaties kennis kunnen nemen van een fenomeen dat in de jeugdliteratuur zijn weerga niet kent. De stenen die Schenk en Beringen, in alle onbaatzuchtigheid, slechts gedreven door liefde voor de BE-boeken, daartoe bijgedragen hebben, zij vormen het fundament van de Bob Evers-kunde en zijn van een onschatbare waarde.

UITREIKING EN RITUEEL

Dan nu twee mannen, of meer in de geest van De Serie: twee jongens, die voor U allen een baken zijn en een gids... twee jongens dankzij wier onvermoeibare inspanningen en onverbeterlijk entoesiastme, wij niet alleen deze fantastische BE-landdag mogen beleven, amper bekomen als wij zijn van de al even fantastische manifestatie drie jaar geleden in Zeewolde, maar dank zij wie wij ook via de Bob Evers Nieuwsbrief liefdevol en adequaat op de hoogte gehouden worden van alles wat de rechtgeaarde eversiaan wil weten... twee jongens die, begeesterd door hun fascinatie voor alles wat met De Serie en hun geestelijk vader te maken heeft, op het fundament van Schenk en Beringen een monument hebben gebouwd, een Bob Evers-monument, maar ook - en misschien wel bovenal - een Bob Evers MOVEMENT. Ja, een beweging! - geen STIL staande club voor dode boeken of dode schrijvers, maar een beweging - met een groeiend aantal deelnemers in alle leeftijdscategorieŽn waardoor de mythe Bob Evers, en daaraan onlosmakend verbonden de drie magische letters ‘WWW’, levend blijft voor nu en voor de komende generaties.
Terzijde maar toch niet ongenoemd wil ik laten, dat de voortzetting van De Serie, door de thriller-auteur
Peter de Zwaan, niet alleen getuigt van een knap staaltje van schrijverschap maar, indirect, eveneens bijdraagt aan het levend-houden van de naam Bob Evers waarvan de wortels liggen op een Onbewoond Eiland in de Stille Zuidzee...

Reeds waren de gebroeders Kleppe Buitengewoon Lid maar thans mogen zij zich ook Aspirant Gewoon Lid noemen, een speciaal voor hen in het leven geroepen, en bij Genootschappelijk besluit bekrachtigde uiting, van de bijzonder grote waardering die het Bestuur aan de activiteiten van dit sympathieke en altijd bescheiden tweetal hecht.

UITREIKING EN RITUEEL

Ton en Hans, het woord Aspirant houdt een belofte in voor de toekomst en het Bestuur ziet een aanvraag voor het Toelatings-Examen dan ook met grote spanning tegemoet. Ik weet zeker dat - waar Willem zich ook moge bevinden - hij op dit moment goedkeurend knikkend op jullie - maar ook op de twee Buitengewone Leden neerkijkt - om dan waarschijnlijk ter instemming zijn snorpunten te krullen en EEN BULDERLACH aan te heffen.
Bovendien, geef ik jullie mee, moet er in het leven altijd iets te wensen overblijven. „Ons beste loon ligt in het streven,” zei een wijsgeer, of „To travel hopefully is a better thing than to arrive.”

Ik dank U allen.





Een biografie over Willem van den Hout?
Johan van der Ploeg


Het verschijnen van het autobiografische werkje „Toen ik een nieuw leven ging beginnen...” leidde in 1979 tot een kleine opleving in de belangstelling voor Willy van der Heide. Enkele dag- en weekbladen plaatsten recensies, waaronder die van Martin van Amerongen in de NRC en Vrij Nederland. Van Amerongen getuigde daarbij van zijn weerzin tegen de persoon van de auteur („een alcoholische brulaap”) en tegen de megafoonstijl die Willems geschriften kenmerken: „... brulde hij!”, „Hij loeide:...” of „Zij gilden ......”.
Jaren later schreef Van Amerongen in de Groene Amsterdammer enkele graadjes milder over de man die in de jaren vijftig en zestig als auteur van de Bob Evers serie wereldberoemd werd in Nederland. Dat was in 1993; Willem van den Hout was toen al acht jaar dood en de eerste pogingen tot herwaardering werden schoorvoetend gedaan. Van Amerongen recenseert het boek „Het verschijnsel Bob Evers”, van de ons welbekende John Beringen. Verder memoreert hij de Nieuwsbrief en het Bob Evers Genootschap. Van Amerongen ziet echter nog steeds aanleiding tot kritiek, nu niet meer op de auteur zelf, maar op zijn volgelingen - de fans zoals hij ze noemt. De Nieuwsbrief vergelijkt hij met het denkbeeldige Willeke Alberti Bulletin, het per definitie onbeduidende clubblad van een fanclub. Daarmee zet hij de toon: fanclubs zijn immers altijd onkritisch, willen niets weten van de zwakke momenten van hun idool en dichten hun voorwerp van aanbidding bijkans goddelijke eigenschappen toe...
De auteur zelf is inmiddels door Van Amerongen van „alcoholische brulaap” bevorderd tot het meer welwillende: „het niet onamusante prototype van de hoofdstedelijke kroegtijger die precies vijftien minuten te verdragen is”. Over de opkomende Willem W. Watermankunde is hij minder te spreken: „matig ontwikkeld”. En dat is jammer, vindt hij, want hij besluit zijn recensie met de constatering dat er „over de man, met zijn curieuze, wellicht dubieuze, maar altijd avontuurlijke leven - want een character was bij ongetwijfeld - een prachtige biografie te schrijven valt.”
Gelukkig las ik dit stukje pas toen ik al enkele maanden aan de slag was met het leggen van contacten en het verzamelen van gegevens over Wilhelmus Henricus Maria van den Hout. Je gaat toch niet vůůr de aanvang van zo’n onafzienbare opgave uitroepen dat je die „prachtige biografie” wel even zal schrijven? Dat is de goden verzoeken... Toch bevestigde de bijgestelde waardering van Van Amerongen mijn indruk dat juist de dubieuze, controversiŽle figuren de grootste uitdaging voor een biograaf vormen.
Mijn besluit die intrigerende figuur met zijn martiale snor eens nauwkeuriger onder de loep te nemen, ontstond langzamerhand. In 1997 ontdekte ik de
mailing-list BOB EVERS bij de Katholieke Universiteit van Leuven. Dat was genieten! En wat wisten sommige lijstleden een ongelooflijke menigte details, waarvan ik nooit had gehoord. Zo vernam ik pas toen dat de man in kwestie Van den Hout heette en helemaal geen Van der Heide!
Na anderhalf jaar begon ik wat onrustig te worden. Nu moet ik eerst bekennen dat ik professioneel belast ben, dat wil zeggen: ik ben historicus en sinds twintig jaar werkzaam in het openbaar archiefwezen. Ik ben bekend met de technieken van modern historisch onderzoek, word geacht te weten hoe je efficiŽnt archiefonderzoek kunt doen, waar wat te vinden is en beschik over een bruikbaar netwerk. Ik begon off-list wat mailtjes rond te sturen aan enkele BEollebozen, met als algemene strekking: „Boys, over dat en dat onderwerp moet echt wel meer te vinden zijn!” De boys stuurden wel eens wat terug, met als algemene strekking „We zouden het heel leuk vinden als je dat eens uitzocht!” Tsja, al gauw kun je dan niet meer terug - eerlijk gezegd: wil je ook helemaal niet terug. Het wordt veel te spannend...
Hoewel ik mij Van Amerongens kritiek op de secundaire literatuur over Van den Hout wel kan voorstellen, wil ik de Kleppe’s, de Beringens en de leden van het Genootschap toch een compliment maken. Hoe onvolkomen wellicht uit professioneel opzicht, zij hebben niettemin als oprechte amateurs - en dit woord betekent niets anders dan liefhebber! -, een hoeveelheid materiaal verzameld dat als startpunt heel bruikbaar is. Dankbaar heb ik me in de Kleppemap begraven, zorgvuldig heb ik de vier Beringen-pockets bestudeerd, en met gepaste distantie heb ik de fictie van Meijsing en Joyce & Co nageplozen.
Ondertussen heb ik diverse archiefbewaarplaatsen bezocht en nieuw en aanvullend materiaal gevonden. Willems leven was dermate chaotisch, dat er weinig hoop is op een substantiŽle schriftelijke nalatenschap; de geruchten over een rigoureuze opruiming na zijn dood zijn zeer hardnekkig. Dat ligt bij veel bekende auteurs wel anders. Zo heeft Frederik van Eeden niet alleen een indrukwekkende serie dagboeken nagelaten, maar zijn er ook duizenden brieven van en aan hem bewaard gebleven. De Van Eeden biografie bestaat dan ook uit twee kloeke delen. Uiteraard gaat de vergelijking met Van den Hout mank en niet alleen ten aanzien van de beschikbare bronnen. Toch is de betrekkelijke schaarste aan schriftelijke bronnen over Van den Hout ťťn van de belangrijkste handicaps. Een modern alternatief is het interview, dat - mits goed voorbereid - ook veel gegevens kan opleveren, zij het dat de interviewer deze gegevens goed moet checken; het geheugen is niet zonder meer een betrouwbare bron! Probleem alleen is dat je tijdgenoten nodig hebt. In de loop der jaren zijn al vele ooggetuigen overleden, de drie echtgenotes van Willem bijvoorbeeld. Toch dient zich voorlopig nog een overdaad aan materiaal aan, zowel schriftelijk als mondeling. In principe geef ik nu voorrang aan het interview, omdat het vrijwel uitsluitend mensen op leeftijd betreft.
Ondanks deze hoopvolle woorden, behoud ik twijfels. Zal het mogelijk blijken over alle episoden uit Willems leven voldoende materiaal te vinden? En wat is eigenlijk voldoende? Zal ik in staat zijn een beeld van deze complexe man ťn van zijn steeds wisselende omgeving te schetsen? Hoe afgewogen moet dat beeld dan zijn? Zullen er Leitmotive te vinden zijn, moet ik een beoordeling geven of spreken de feiten van zelf?
Ik doe dit werk naast mijn dagtaak - toen ik begon heb ik mezelf in elk geval tien jaar de tijd gegeven. Nu ik een jaar bezig ben, vrees ik soms dat die ruwe schatting wel eens te optimistisch kan zijn. Voor mijn informanten - die uiteraard zeer geÔnteresseerd zijn in het eindresultaat - hoop ik dat het korter duurt; ik gun het hun van harte dat zij hun bijdrage vereeuwigd zien in gedrukte vorm. Een bijdrage, die voor de geÔnterviewden vaak verdrietige omstandigheden uit het verleden oproept; laten we dat niet vergeten! Willem van den Hout hield niet slechts van een lolletje, maar was een hedonist in hart en nieren, die uiteindelijk altijd zijn volstrekt eigen plan trok. Maar nu loop ik vooruit op de conclusies...
Tot slot: iedereen die denkt dat hij of zij over schriftelijke informatie voor mijn onderzoek beschikt, of mij kan verwijzen naar personen die op ťťn of andere manier van belang kunnen zijn, wil ik graag uitnodigen contact met mij op te nemen. Let wel op de etiquette: als je iemand kent, neem dan eerst zelf contact met die persoon op en vraag of het goed is dat ik mij daar meld. Het is beter dat ik bekend ben als ik opbel!

J.C. (Johan) van der Ploeg, Amkemaheerd 264, 9736 BW Groningen, 050-5417461, e-mail: waloekoe@xs4all.nl.







Bob Evers’ laatste ereronde” als pocket verschenen
John Beringen


Geachte lezers/lezeressen,

Mijn vierde (en laatste) verhandeling over Bob Evers, heel toepasselijk „Bob Evers’ laatste ereronde” genaamd, is in pocketvorm verschenen. Het betreft een eenmalige uitgave in eigen beheer ter grootte van 1000 stuks. Velen kennen reeds de inhoud van dit boek omdat het in elektronische vorm van Internet af te halen was en is. Desondanks bleef het argument terugkeren dat het toch wel bijzonder leuk zou zijn als ook dit laatste boek in pocket-vorm zou verschijnen, simpelweg omdat het in deze verschijningsvorm mooier zou aansluiten bij de drie eerder verschenen verhandelingen. Dat is dus bij deze gebeurd (het boek is overigens een ietsje uitgebreid t.o.v. de Internet-versie).

Hoe komt u in het bezit van dit boek?
Daar zijn twee manieren voor.

1

Door ƒ 25,- (ƒ 20,- voor het boek plus ƒ 5,- porto verpakking en administratiekosten) over te maken op bankrek.nr. 47.07.82.307 t.n.v ondergetekende onder vermelding van „ereronde”. Op het moment dat het geld is bijgeschreven, krijgt u het boek direct opgestuurd. Wellicht is het handig om mij ook op te bellen. In de eerste plaats om een aantekening te maken m.b.t. uw naam, adres en woonplaatsgegevens en in de tweede plaats om aan te geven of u een al dan niet gesigneerd exemplaar wilt hebben.


2

Mocht u min of meer in de buurt van Wijk bij Duurstede wonen, dan is het nog eenvoudiger. U kunt dan altijd (ook weer na een telefoontje) gewoon langskomen. De vijf gulden voor de te maken onkosten vervallen dan zodat de prijs voor het boek ƒ 20,- bedraagt. Bovendien is er dan ruimschoots gelegenheid voor een hapje, drankje en praatje.


Tenslotte nog iets geheel anders.
Velen onder u hebben laten weten buitengewoon geÔnteresseerd te zijn in mijn „Fred Huizinga-serie”. Zonder op de zaken vooruit te lopen, kan ik nu al zeggen dat er hieromtrent over niet al te lange tijd hoogstwaarschijnlijk goed nieuws te melden valt.

Met vriendelijke groet,

John Beringen, Frideburgstraat 3, 3962 CA WIJK BIJ DUURSTEDE, 0343- 573571.





Vraag- en antwoordrubriek


vraag:

J.M. van Wanum uit Spijkenisse: kunt u mij helpen aan een lijst met ISBN nrs. van de Otto Onge boeken?

antwoord:

In de Otto Onge boeken uit de jaren ’50 staan geen ISBN nrs, vermeld, wij kunnen u helaas niet helpen.

oproep:

Wil de BE fan die met zijn zoon de BE dag op 11-11-2000 bezocht, in Alphen a/d Rijn woont en zijn militaire diensttijd in Ossendrecht en Ede vervulde zich in verbinding stellen met mij, Ed Vernooij, te Ede tel 0318-632879.







Kleine advertenties


te koop:

Niet op de ruilbeurs geweest? En je zocht nog wat Bob Evers gebonden delen (zonder stofomslag): nrs. (druk): 1 (5e), 2 (1e), 4 (2e), 5 (4e), 16 (1e), 26 (2e), tevens de Omnibus Jubileumuitgave 1997, B. Hennephof 035-6018354, e-mail wuk@hetnet.nl.







Ingezonden mededeling
Willem Huberts


Het is de avond van 11 mei 1945 als Wilhelmus Henricus Maria van den Hout, alias Willem W. Waterman, op het dek van een woonboot, dobberend in de Amstel, aardappels zit te schillen. Het is prachtig weer, maar Van den Hout is ongeduldig. Hij wacht op instructies van de illegaliteit, waarmee hij het laatste oorlogsjaar in verbinding stond. Om kwart voor elf stoppen twee jeeps met Canadese militairen en leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Met stenguns in de aanslag wordt Van den Hout gearresteerd. Hij wordt verdacht van propaganda voor de vijand te hebben gemaakt en hij wordt meegenomen naar een schoollokaal.

Tussen de paperassen en documenten die de BS bij Van den Houts arrestatie in beslag nam, bevond zich ook het typoscript „De avonturen van Waltertje Waerachtig en de Wilde Waman”. Het is een merkwaardig, bij vlagen komische geschiedenis die gestalte krijgt door de tijd van waaruit die is geschreven. Achter de vertrouwde kolder van Waterman schemert in het verhaal onmiskenbaar nationaal-socialistische propaganda door. Waterman probeerde hierin met zijn humoristische vlotte verteltrant de kloof te dichten tussen NSB’ers en de rest van de Nederlandse bevolking.

Hij koos daarvoor als hoofdpersoon Waltertje Waerachtig, een jongen van elf jaar, die met zijn vader, een ex-kolonel van het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger (KNIL), vlak voor de Duitse inval in mei 1940 vanuit IndiŽ naar Nederland repatrieert, alwaar beiden zich vestigen in Den Haag. Naarmate de bezetting vordert vinden zij het echter te gevaarlijk worden aan de kust en verhuizen naar een vervallen landhuis in de kop van Overijssel. Hier, in een kleine dorpsgemeenschap nabij de Beulaker Wijde (een bekende plek voor de BE-kenner), krijgen zij al snel enig aanzien door hun kordate aanpak. Zij scheppen er een gemoedelijke enclave, ver van de oorlog en de NSB’ers waarvan ze niets moeten hebben. De bevolking wordt door de oude Waerachtig met militaire dril weerbaar gemaakt tegen indringers. Het leven verloopt er kalm en rustig totdat hen tijdens een zeiltocht een jacht tegemoet vaart met een pijprokende schipper van Schotse afkomst aan boord. Er ontspint zich een gesprek over hoe raar de tijden geworden zijn. Schipper MacDonald legt Waerachtig uit dat hij mensen altijd een paar vragen stelt om zodoende hun gezindheid te peilen. Zo vraagt hij onder meer of de oud-kolonel vindt dat een volk zijn weerkracht zo hoog mogelijke moet opvoeren, het land geregeerd moet worden door een krachtige vuist en of hij het eens is met de bewering dat een volk niet is staat is zichzelf te regeren. Waerachtig geeft hierop bevestigend antwoord, waarop MacDonald hem feliciteert: ook hij is een volmaakte nationaal-socialist. Voor de oude Waerachtig „een lot, erger dan de dood”, en hij maakte zich met zijn oude dienstpistool van kant. Waltertje neemt de leiding van de enclave in de Riet- en Turflanden over en vat het plan op een NSB’er te huren en door middel van een list enkele hardnekkige vooroordelen tegenover NSB’ers bij de dorpsbewoners weg te nemen. Het verhaal kent een einde, Waterman waardig.

Het idee en manuscript voor Waltertje Waerachtig vloeide waarschijnlijk voort uit afspraken die Van den Hout had met de Nederlandsche Nationaal-Socialistische Uitgeverij (Nenasu) over de levering van teksten. Op 26 augustus 1943 werd door de uitgeverij en Van den Hout een contract ondertekend voor de levering van een novelle van 8.000 woorden. Het bleef echter bij een toezegging. „Ik moest toch leven,” verontschuldigde Van den Hout zich na de oorlog.

De nooit eerder gepubliceerde novelle „De avonturen van Waltertje Waerachtig en de Wilde Waman” (ca. 50 pagina's in boekvorm) verschijnt binnenkort bij
Uitgeverij Flanor. De uitgave is geÔllustreerd (o.a. met tot dusver onbekende foto’s van Waterman uit de tijd waarin de novelle geschreven werd) en zij wordt ingeleid door Gerard Groeneveld. De vermoedelijke prijs bij voorintekening (incl. verzendkosten) bedraagt ƒ 30,-. De prijs na verschijnen zal vermoedelijk ƒ 40,- bedragen. Voorintekening is mogelijk per e-mail naar: willemhuberts@uitgeverijflanor.nl en per post naar: Uitgeverij Flanor, Beyensstraat 30, 6521 EC Nijmegen. Zodra het boek verschenen is, zal ieder die een voorintekening geplaatst heeft, hierover (en over de definitieve prijs) worden geÔnformeerd. Na betaling van de kosten op de girorekening van de uitgeverij, zal het boek vervolgens per post thuis afgeleverd worden.

Uiteraard ben ik altijd voor nadere informatie beschikbaar.

Met vriendelijke groet,

Willem Huberts
Uitgeverij Flanor,
Beyensstraat 30
6521 EC Nijmegen






Nieuwsbrief 16
Nieuwsbrief 17 als pdf
Nieuwsbrief 18
Startpagina van de Nieuwsbrief
Startpagina